Met nieuwe achterban groeit Poolse regeringspartij PiS

Verkiezingen Polen Internationaal wordt Polen geassocieerd met het ondergraven van de democratie. Maar kiezers kregen juist waarvoor ze stemden.

De conservatief-nationalistische partij PiS zou bijna 44 procent van de stemmen hebben gekregen.
De conservatief-nationalistische partij PiS zou bijna 44 procent van de stemmen hebben gekregen. Foto Kacper Pempel

De internationaal controversiële maar nationaal populaire regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS) heeft zondag overtuigend de Poolse verkiezingen gewonnen. Op basis van de voorlopige uitslag haalt de partij bijna 44 procent van de stemmen. Door een ingewikkeld systeem van restzetels is dat waarschijnlijk genoeg om met een absolute meerderheid in het parlement te blijven regeren.

Lees ook: In Polen zet de regering zelfs de geschiedenis naar haar hand

Het voortdurende succes van PiS berust op het geld dat haar regering rechtstreeks in de zakken van kiezers heeft gestopt. En het gevoel van vertrouwen en de waardigheid dat daar voor veel Polen mee gepaard gaat. Sinds de partij in 2015 aan de macht kwam, heeft ze de pensioenleeftijd in het vergrijzende land verlaagd. En een kinderbijslag ingevoerd die met 500 zloty (117 euro) per maand zelfs absoluut hoger is dan in Nederland.

Deze „Poolse versie van een verzorgingsstaat”, zoals partijleider Jaroslaw Kaczynski het noemt, wordt gestut door aanhoudende economische groei en historisch lage werkloosheid. Het angstbeeld dat politieke tegenstanders schetsten, dat PiS’ ideeën onbetaalbaar en onuitvoerbaar zouden zijn, is niet waar gebleken. Sterker nog, door met een absolute meerderheid te regeren kon de partij ze rap invoeren. „Politici die hun beloftes nakomen, dat waren we niet gewend”, klonk het op recente campagnebijeenkomsten die PiS overal in het land organiseerde.

Ideologische steun

Vier jaar geleden kwam de winst voort uit ideologische steun van een kleine harde kern, algehele onvrede over de toenmalige regering en angst voor de migratiecrisis. Sindsdien heeft PiS haar achterban met de populistisch-linkse maatregelen flink verbreed met jongere en beter opgeleide kiezers. Zoals vorige maand in het zuidelijke Wadowice, waar de 32-jarige ingenieur Wojciech Wegrzyn de „directe distributie van de welvaart” prees van „een regering die eindelijk iets doet voor gewone mensen”. En Anna Bak (35), moeder van drie, die haar blijdschap uitsprak dat ze „zelf mag beslissen waar we het geld aan uitgeven: of mijn kinderen extra huiswerkbegeleiding nodig hebben, of dat we ervan naar het zwembad gaan”.

Dat vertrouwen van hun regering dat Polen zelf wel kunnen beslissen wat goed voor hen is, zorgt voor zelfbewustzijn in een land met een collectief minderwaardigheidscomplex. Lang niet iedereen, zeker niet op het platteland, is de afgelopen dertig jaar goed meegekomen in het Reaganeske hyperkapitalisme dat Polen na de val van het communisme invoerde. Of voelt zich thuis in een vergroenend en cultureel progressief Europa. Ook daar biedt PiS bescherming tegen.

Zo belooft de partij kolenmijnen open te houden en de westerse ‘LGBT-ideologie’ te stuiten. „De aanval op onze waarden moet worden gestopt”, zei partijleider Jaroslaw Kaczynski in Wadowice, de geboorteplaats van de Poolse paus, Johannes Paulus II (1978-2005). Het traditionele, katholieke gezin moet beschermd worden, „en kan niet bestaan uit twee papa’s of twee mama’s.”

Dit identiteitsthema is typerend voor hoe PiS politiek bedrijft. Hoewel de partij al vier jaar met absolute macht regeert, blijft het zichzelf profileren als de underdog. PiS weet zichzelf neer te zetten als slachtoffer van een deep state, een „post-communistische elite” van rechters, journalisten, museumdirecteuren, homoactivisten en ‘Brussel’. Het is in dit narratief niet de kwetsbare minderheid die onderdrukt wordt, maar de achterban van de regeringspartij.

Oppositie

De oppositie heeft daar de afgelopen vier jaar weinig tegenover kunnen zetten. Het Burgerplatform, de rechts-liberale partij die van 2007 tot 2015 regeerde, haalt ruim een kwart van de stemmen. De rest is verdeeld tussen een coalitie van linkse partijen – die vorige keer de kiesdrempel niet haalden – de agrarische partij en het extreem-rechtse Konfederacja.

Oppositiepartijen hebben zich, met de Europese Commissie en andere internationale instanties, vooral opgewonden over de uitholling van de rechtsstaat in Polen. Rechters werden met gedwongen pensioen gestuurd en gepest met disciplinaire zaken en laster. Maar onder kiezers leeft dit thema nauwelijks.

Toch is de steun onder de nieuwe, meer pragmatische PiS-achterban verre van onvoorwaardelijk. Kiezers spreken onvrede uit over het conflict met de EU, maken zich zorgen over het klimaat, of vinden de haat-campagne tegen LGBT’ers te ver gaan. Ze stemmen op deze partij zolang die hen rijker maakt. Of dat zo blijft hangt de komende regeerperiode vooral af van een mogelijke Duitse recessie die Polen zal meesleuren.

In aanloop naar de verkiezingen van zondag deed PiS opnieuw materiële beloftes. Om de inhaalslag in welvaart naar de rest van Europa te maken, moet het minimumloon binnen vier jaar stijgen van 2.250 zloty naar 4.000 (930 in plaats van 525 euro). „Polen kan niet langer een lagelonenland zijn voor neokoloniale uitbuiting”, zei Kaczynski in Wadowice.

Dit brengt bedrijven – die de afgelopen jaren de uitbreiding van de sociale zekerheid hebben moeten betalen – in de knel. „Het klinkt leuk”, zegt ingenieur en PiS-stemmer Wojciech Wegrzyn. „Maar hogere lonen zijn alleen realistisch als we ook onze productiviteit verhogen.” Anders kan de internationale autofabriek waarvoor hij werkt naar een meer concurrerend land vertrekken.

Aanvulling (14 oktober, 14.00 uur): In dit artikel is de exit poll vervangen door de (voorlopige) uitslag die door de Poolse Kiesraad bekend is gemaakt op basis van de telling van 99,5 procent van de stemmen.