Recensie

Recensie Muziek

Nieuw werk van Mathilde Wantenaar overtreft dat van Steve Reich

Hedendaags Het Rotterdams Philharmonisch speelde een avond met Amerikaanse muziek. Maar het boeiendste stuk was een nieuw orkestwerk van de jonge componist Mathilde Wantenaar.

Het Rotterdams Philharmonisch speelde muziek van John Adams en Steve Reich, maar begon met een wereldpremière van Mathilde Wantenaar (1993).
Het Rotterdams Philharmonisch speelde muziek van John Adams en Steve Reich, maar begon met een wereldpremière van Mathilde Wantenaar (1993). Foto Guido Pijper

Het Rotterdams Philharmonisch speelde Amerikaanse muziek van John Adams en Steve Reich, maar begon het concert met een wereldpremière van eigen bodem. De Amerikanen waren ver weg in het nieuwe werk van Mathilde Wantenaar (1993), dat ze treffend Prélude à une nuit américaine had genoemd. Er was wel meer trefzeker aan het stuk, zoals de verbluffende instrumentatiekunst, en het bevatte de boeiendste en meest consistente muziek van de avond.

Lees ook dit profiel van Wantenaar en twee andere jonge componisten: ‘Ik wil een grootse ervaring bieden’

In de Prélude, gebaseerd op een eerder werk van Wantenaar zelf, resoneerde het verleden: weelderige laatromantische harmonieën, mahleriaanse melodieën, flarden van Miles Davis’ Sketches of Spain. Maar door de gelijktijdigheid van allerlei muziekwerelden en de knappe beheersing ontstond iets heel eigens, met opvallend pronte partijen voor de bassen en lage blazers. Via enkele climaxen werkte het stuk elegant toe naar een finale waarin je Bruckner zou kunnen herkennen: een uitgesponnen, harmonisch statisch crescendo, dat vanuit verrukkelijke sprookjesmuziek voor celesta, harp en vioolflageoletten geleidelijk het hele orkest in zijn greep kreeg.

Steve Reich componeerde voor het eerst in decennia een groot orkestwerk, dat zijn Nederlandse première beleefde. Music for ensemble and orchestra (2018) was een muzikale palindroom, die begon met een snelle pianopuls, trapsgewijs vertraagde tot een saai adagio en vervolgens dat parcours in omgekeerde richting aflegde. Het was vakkundig gedaan, zoals de jazzy harmonieën vervloeiden en de pulsen langs elkaar schuurden, maar op een enkel moment na – de ‘oosterse’ strijkersmelodie in het tweede deel – ontbrak het aan begeestering.

Daaraan geen gebrek bij Leila Josefowicz, die als een bezeten sjamaan soleerde in John Adams’ Vioolconcert (1993), een lijfstuk. Het orkest speelde uitstekend onder specialist André de Ridder.