Recensie

Recensie Muziek

Canellakis maakt overtuigend debuut bij Radio Filharmonisch

RFO Karina Canellakis (38) debuteerde zaterdag bij het Radio Filharmonisch Orkest als eerste vrouwelijke chef-dirigent van Nederland. Was er een vonk? Volmondig ja. Met inzicht en sportieve energie gaf ze een breed programma meeslepend vorm.

Karina Canellakis tijdens haar inauguratieconcert bij het RFO.
Karina Canellakis tijdens haar inauguratieconcert bij het RFO. Foto Evert Elzinga

Je voelde de spanning. Net als de nieuwe jonge chefs Lahav Shani (Rotterdams Phil. ) en Lorenzo Viotti (Nat. Opera/NedPhO) werd ook Karina Canellakis door het Radio Filharmonisch tot chef gekozen op basis van een korte kennismaking. Eén programma leidde ze in 2018, toen was de vonk gesprongen en de zaak beklonken.

Canellakis is de eerste vrouwelijke chef-dirigent van Nederland, maar wil daar liever niet te lang bij stilstaan. „Wacht maar af, over twintig jaar zullen er ook vrouwelijke dirigenten wereldberoemd zijn”, zei ze al in een interview met NRC. Wél spannend: voor Canellakis is het RFO haar eerste eigen orkest. En wat voor één. Het RFO speelt niet alleen voortreffelijk, als radio-orkest biedt het ook de mogelijkheid stevig te repeteren op uiteenlopende, originele programma’s.

Canellakis’ nog wat dunne eerste seizoen weerspiegelt dat: Webern leidt ze later nog, Strauss, een première (Auerbach), een mis van Beethoven en het Requiem van Verdi - samen een bont boeket aan stijlen. En orkestdirecteur Roland Kieft beloofde voor aanvang alvast dat Canellakis volgend seizoen begint aan Janáceks opera’s – om je nu al op te verheugen.

Fijnproeverige klank

Ook het inauguratieprogramma getuigde van lef en intelligentie. Met Beethovens Ouverture Egmont verwees ze losjes naar haar kennismaking met het orkest, ook in Beethoven. Vooral de klank maakte indruk. Fijnproeverig was die, fluwelig, en dat terwijl deze Beethoven ook zinderde van stijlbesef.

Haar basishouding is een atletische, alerte spreidstand. Interessant was het te observeren hoe de tengere Canellakis een vette klank oproept. Ze zet haar armen dan in voor brede, nijdige vleugelslagen, waar het orkest soms nog een nanoseconde onwennig op reageerde; alsof het een inwendige vertaalslag moest maken. Maar dat deed niets af aan de flitsende schwung van de uitvoering.

Ook Sebastian Curriers prismatische Aether (2017) voor viool en orkest, met Baiba Skride in de veeleisende solopartij, was een etalagestuk voor Canellakis trefzekere veelzijdigheid. Ze liet klankformaties organisch als een wolkendek van vorm verschieten (II), spon bedwelmende langlijnigheid uit (III) en toonde Amerikaanse swing (IV).

Een bij vlagen spectaculaire uitvoering van Sjostakovitsj Tiende symfonie bezegelde de middag. Ook hier proefde je voortdurend Canellakis plezier in klank (Wagneriaans broeierig koper) en haar talent voor vloeiende overgangen. Het enige wat ontbrak was een bijterige scherpte. Maar dat het RFO in Canellakis een enthousiasmerende, oermuzikale chef heeft gevonden, dat was kraakhelder.