Aan het Comomeer hieven Bau en Lau het glas op het heden en de toekomst

Wielrennen Bauke Mollema won de Ronde van Lombardije op de dag dat vriend Laurens ten Dam de wielersport vaarwel zegde. Mooier kon het niet eindigen, mooier kon het niet zijn.

Bauke Mollema won zaterdag de Ronde van Lombardije.
Bauke Mollema won zaterdag de Ronde van Lombardije. Foto Marco Bertorello/AFP

Ze zouden gaan eten samen, aan het Comomeer, na afloop van zijn laatste koers, die van de vallende bladeren, ‘Il Lombardia’ – de symboliek droop ervan af. Laurens ten Dam had er bij zijn ploeg al een tijd geleden op aangedrongen zijn loopbaan af te willen sluiten in zijn geliefde Italië, voor hem het land van de goede koffie, de geweldige wijn, de aardige mensen, de goede hotels. En het is er ook lekker fietsen natuurlijk.

Bauke Mollema zou komen, podcastcollega en vriend Stefan Bolt, de herstellende renner Sam Oomen, en met elkaar zouden ze een punt zetten achter een gedenkwaardige profcarrière van zestien jaren vol van hoogte- en dieptepunten. Ze zouden het glas heffen op hem, met een Barolo van een mooi jaar of iets van dien aard, om hun vriendschap te vieren, het leven, en om een periode van transitie in te luiden: van beroepsrenner naar beroepsavonturier.

Maar het etentje zou een extra dimensie krijgen.

Er lagen 243 kilometer tussen Bergamo en Como, in de 113de editie van de Ronde van Lombardije. Ten Dam speldde zaterdag nog één keer zijn rugnummer op, genoot van zijn laatste reguliere massage, nog één keer „flikkerde ik mijn vuile was de gang op zonder dat ik er omkijken naar had”. Oh, wat zou hij graag ten aanval trekken op de Madonna del Ghisallo, kondigde hij vrijdagavond per telefoon aan. Gewoon iets geks doen als er niets meer te verliezen valt, maar zover kwam het niet. Hij kon aanklampen, en daar was hij blij mee. De wedstrijd volbrengen werd het voornaamste doel.

Want zo makkelijk was het de voorbije maanden niet meer gegaan, ook omdat hij al bezig was zijn nieuwe leven vorm te geven. Hij had zoveel omhanden dat hij soms het idee had „twee fulltimebanen” te hebben. Zijn laatste jaar bij de Poolse CCC-ploeg viel niet altijd mee. Hij brak zijn sleutelbeen, beschadigde zijn ribben, en merkte dat het 39-jarige lichaam niet meer zo makkelijk herstelde als in zijn hoogtijdagen – zeg vier, vijf jaar geleden, toen hij in 2014 negende werd in de Tour die uitgroeide tot die van ‘Bau en Lau’, met ploegmakker en vriend Mollema op plaats tien. Die jaargang draagt hij bij zich, omdat het zo mooi was dat „twee frisse mannen” de wielersport in Nederland maar ook daarbuiten vlak na dopingaffaires weer in een positief daglicht zetten. Wat heet, ze werden een hype.

Cultfiguur

Laurens ten Dam mag dan geen talentvol veelwinnaar zijn geweest – op zijn erelijst prijken een tijdrit in Polen (2006) en een etappe in het Franse Critérium International (2008) – maar juist door zijn niet aflatende vechtlust groeide hij uit tot cultfiguur, die vaak leed maar zelden opgaf, symbool van noeste arbeid op een fiets, weer of geen weer, als kind van de Noord-Hollandse polder, waar het nooit níet waait.

Voor Laurens ten Dam was de Ronde van Lombardije zijn laatste wielerkoers. Foto Marco Bertorello/AFP

Hij maakte afzien invoelbaar, omdat de pijn zo zuiver in zijn helblauwe ogen stond en hij het snot dat in zijn baard kleefde gewoon lekker liet zitten tot een verzorger het er met een washandje uitveegde. Beroemd is de foto genomen in de Tour van 2011, vlak nadat hij in de veertiende rit in de afdaling van de Col d’Agnes hard gevallen was. Zijn gelaat zat onder het bloed, de leiding van de Rabobank-ploeg maande hem tot stoppen, maar daar wilde hij zelf niets van weten. Gemummificeerd finishte hij, en hij reed die Ronde van Frankrijk ook uit.

Hij fietste aan de zijde van Tom Dumoulin toen die zijn eerste grote ronde won, de Giro van 2017, met Ten Dam als mentor en helper bergop. De roze trui is een van de weinige wielerdingen die hij thuis in Alkmaar aan de muur heeft hangen, in wat hij zijn mancave noemt. In de Tour van 2012, mislukt voor Rabobank, verkende hij de laatste tijdrit tussen Bonneval en Chartres toen een Frans jongetje van een jaar of tien hem zonder dat hij een rugnummer droeg herkende en zijn naam scandeerde – „Laurens!” klonk het, op z’n Frans. Een moment om nooit meer te vergeten, omdat Ten Dam zichzelf herkende en zich realiseerde in zijn eigen jongensdroom te fietsen.

Liefde voor het rijwiel

Er was ook die Tour van de laatste wens – een stervende fan werd in een ambulance naar Zuid-Frankrijk gereden om Ten Dam nog één keer te zien. Op zulke momenten snapte hij ineens wat hij losmaakte bij mensen, dat hij was uitgegroeid tot een inspiratiebron, een voorbeeld, zelfs zonder wedstrijden te winnen. Dat was nooit een drijfveer voor hem geweest, ook omdat hij die capaciteiten van nature niet had. Hij fietste voor de kameraadschap, de natuur, uit liefde voor het rijwiel, en zag zich nooit genoodzaakt „te pakken”, doping te gebruiken, hoewel hij het om zich heen zág gebeuren. Hij had het geluk dicht bij zichzelf te kunnen blijven.

De laatste maanden merkte hij dat afzien moeilijker werd – „dat is op een gegeven moment op”. Had ook te maken met zijn overvolle agenda. Als hoofdredacteur maakte hij een wielerblad. Hij wil gaan schrijven, tv gaan maken, zijn podcast Live Slow Ride Fast dreigt een multimediaal merk te worden. Hij organiseert events, heeft zijn eigen koffie, wil veel naar de VS reizen en kijkt er bovenal naar uit „gewoon een goede papa” te zijn voor zijn twee zoons.

Dus was het goed, toen hij zaterdag als 94ste in Como over de finish rolde. En het werd nog veel beter toen hij hoorde dat vriend Bauke een kwartier daarvoor de wedstrijd had weten te winnen, na een solo van achttien kilometer, ingezet op de slotklim van de dag. Dat was geen Nederlander gelukt sinds 1981, toen Hennie Kuiper ‘Lombardije’ won. Mooier kon het niet eindigen voor Laurens ten Dam, en niet zíjn voor de altijd zo nuchtere Bauke Mollema (32), die het van blijdschap uitschreeuwde aan het Como-meer, nadat zijn benen hem de grootste overwinning uit zijn loopbaan hadden bezorgd. Tijdens de podiumceremonie zong hij het Wilhelmus uit volle borst mee, en stonden de tranen in zijn ogen.

De meeste renners dineren na een monumentale zege met hun ploeg, maar niet Mollema. Afspraak was afspraak. Ze zouden met elkaar eten, en ze aten met elkaar, Stefan, Sam, Bauke en Laurens. Ze hieven het glas, op heden, zeer recent verleden en op de toekomst.

Correctie (14 oktober 2019): Ten Dam werd negende in de Tour van 2014, niet in 2013. Dit is aangepast.