Opinie

Turkije moet militaire campagne onmiddellijk staken

SyrIë

Commentaar

Na jaren oorlog was het laatste wat Syrië nodig heeft een nieuw front. Twee dagen na het begin van de Turkse inval op woensdagmiddag 9 oktober hadden de gevechten al het leven gekost aan elf burgers en een Turkse militair. Turkije claimde bovendien dat 277 Koerdische strijders omgekomen waren, de Koerden zelf hielden het op slechts enkele slachtoffers. Dan hebben we het nog niet over gewonden, de angst onder de bevolking en de 64.000 nieuwe ontheemden.

In alle opwinding en verontwaardiging over politieke manoeuvres en geopolitieke implicaties is het van belang eerst stil te staan bij het lot van de slachtoffers. De telling van vrijdag zou wel eens een het begin kunnen zijn van veel groter humanitair leed als Turkije zijn militaire campagne voortzet.

Voor de Turkse actie bestaat geen rechtvaardiging. Turkije is een buurland binnengevallen zonder dat het zelf direct werd bedreigd. Of met geweld een oplossing geforceerd kan worden voor sluimerende problemen aan de Turkse zuidgrens is bovendien nog maar zeer de vraag. Alle partijen die proberen Turkije op andere gedachten te brengen verdienen daarom steun – ook al zijn de machtsmiddelen van veel spelers beperkt.

Turkije zegt twee doelen na te streven. Het wil een deel van de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen die nu in Turkije zijn herhuisvesten in een te creëren ‘bufferzone’ en tegelijk de Koerden in Noordoost Syrië op een veilige afstand brengen. Turkije heeft als buurland van het door oorlog en jihadterreur geteisterde Syrië, waarmee het een lange grens deelt, een bijzondere positie: de problemen van Syrië worden snel Turkse problemen. In de rest van Europa wordt dat wel eens vergeten, maar dat rechtvaardigt het eigenmachtige optreden niet.

Uiteraard wil Turkije dat de vluchtelingen weer vertrekken. Maar het is onduidelijk hoe die herhuisvesting vorm zal krijgen. Worden mensen gedwongen Turkije te verlaten, worden ze gedwongen hun intrek te nemen in nieuwe nederzettingen of kunnen ze terugkeren naar de omgeving waar ze oorspronkelijk woonden. Zullen ze mensen verdrijven die daar nu wonen? Moeten de Syriërs met Arabische achtergrond een buffer vormen tussen Koerden en Turkije?

Turkije ziet de inval tegelijk als een verdediging tegen een Koerdische dreiging. Koerdische strijders hebben een belangrijke rol gespeeld in de brede coalitie die het gevecht aanging met IS. Tot de inval trokken ze nog dagelijks op met de Amerikaanse militairen ter plaatse. Dat de Amerikaanse president Trump niet optreedt tegen de Turkse inval zien ze dan ook terecht als verraad.

In het noordoosten van Syrië hebben ze intussen een autonoom gebied gecreëerd dat vooralsnog door de Syrische leider Assad en zijn bondgenoten Iran en Rusland wordt gedoogd.

Ankara heeft zich altijd verzet tegen de bewapening van de Koerdische strijders. In Turkse ogen zijn het terroristen die het gemunt hebben op Turkije, vergelijkbaar met terreurbeweging PKK die in Turkije actief is. Europa ziet dat anders. De EU heeft de PKK op een terreurlijst gezet, maar de strijders in Syrië uitdrukkelijk niet. Erdogan laadt daarmee de verdenking op zich dat hij een dreiging voorspiegelt die er niet is.

De inval brengt ook risico’s met zich voor Europa. De kans op een nieuwe stroom vluchtelingen uit Syrië groeit, de strijd tegen de restanten van IS verzwakt en de vraag is wat er gebeurt met de 12.000 IS-strijders die de Koerden gevangenhouden. Er is een kans dat ze ontsnappen of vrijgelaten worden. Turkije heeft gezegd dat het zich over IS-strijders zal ontfermen, mocht men die tegenkomen. Maar het is niet ondenkbaar dat Erdogan een deel van de winst die is geboekt in de strijd tegen IS ongedaan maakt.

De inval heeft fel protest uitgelokt. Democraten en Republikeinen in de VS veroordeelden de actie én het feit dat Trump de inval gedoogde. In Washington is geopperd Turkije met economische sancties tot terugtrekking te dwingen. De NAVO riep op tot terughoudendheid, dat is mooi, maar de vraag wordt wel hoe lang een bondgenootschap het zich kan permitteren dat een bondgenoot zijn eigen gang gaat. De EU maakte nog een weinig daadkrachtige indruk: men beraadt zich op maatregelen, er is druk diplomatiek overleg. Frankrijk wil over sancties praten, Zweden stelt een EU-wapenembargo voor. Een aantal Europese landen heeft wapenleveranties opgeschort. Het was beter geweest als de EU bij de les was gebleven en op een Turkse actie had geanticipeerd, in plaats van de kop in zand te steken. Intussen creëert Erdogan op de grond treurige feiten.