Het kabinet vreest de oppositie niet

Rutte III De coalitie raakte de meerderheid kwijt in de Tweede Kamer. Maar niemand ligt er wakker van. Waarom is oppositie voeren lastig?

Vlnr: Henk Krol, Kees van der Staaij, Jesse Klaver, Pieter Heerma, Lodewijk Asscher en Klaas Dijkhoff zijn allen op zijn tijd wel bereid een akkoord te sluiten met het kabinet. Ook als ze van de oppositie zijn.
Vlnr: Henk Krol, Kees van der Staaij, Jesse Klaver, Pieter Heerma, Lodewijk Asscher en Klaas Dijkhoff zijn allen op zijn tijd wel bereid een akkoord te sluiten met het kabinet. Ook als ze van de oppositie zijn. Foto David van Dam

Oppositie voeren is zoeken naar „een muizengaatje”, zoals toenmalig PvdA-leider Job Cohen het eens uitdrukte. Zijn politieke erfgenaam, Lodewijk Asscher, had deze week zo’n muizengaatje gevonden. Hoe vaak, zei Asscher in de Tweede Kamer, had de coalitie de afgelopen jaren niet met de kleinst mogelijke meerderheid wetten aangenomen? Van de verhoging van het eigen risico tot de verlaging van de winstbelasting: Asscher telde twee wetten en 175 moties en amendementen. Voorstellen van de oppositie, zoals meer geld voor ouderen en speciaal onderwijs, waren juist met de kleinst mogelijke meerderheid weggestemd. Volgende week woensdag gaat de Kamer op verzoek van Asscher daarover in debat met premier Rutte. Veel zal dat debat – spreektijd per fractie: één minuut – niet opleveren. Het is vooral symboliek. Dit was immers de week dat de coalitie haar meerderheid in de Tweede Kamer kwijtraakte.

Meerderheid coalitie kwijt

Wybren van Haga, geschorst Tweede-Kamerlid van de VVD-fractie, had net bekendgemaakt als eenmansfractie verder te gaan. Dat betekent dat VVD, CDA, D66 en ChristenUnie nog maar 75 van de 150 Kamerzetels hebben. De meerderheid in de Eerste Kamer waren ze na de Provinciale Statenverkiezingen al kwijt.

Maar wat koop je voor symboliek? De coalitie mag dan met de 76ste zetel ook de meerderheid zijn kwijtgeraakt, niemand bij de regeringspartijen is daar bezorgd over. Toen de meerderheid in de senaat wegviel, vonden de partijen het niet eens nodig nieuwe onderhandelingen met de oppositie te gaan voeren voor gedoogsteun. Er zijn genoeg partijen om op specifieke onderwerpen akkoordjes te sluiten. Die meerderheden vindt de coalitie heus wel.

Asscher dreigde eerder deze maand tegen de Onderwijsbegroting en het Belastingplan te stemmen, als er geen extra geld zou komen om het lerarentekort te bestrijden en de belastingen voor ouderen en mensen met lagere inkomens te verlagen.

Lees ook: Een opmerkelijke ruk naar het dramaloze politieke midden

Scorebordpolitiek

Tegenover de hardere taal van de PvdA staat de mildere opstelling van GroenLinks. Fractievoorzitter Jesse Klaver zei in september al dat het afgelopen moest zijn met „scorebordpolitiek”. Waarom steeds weer nieuwe debatten aanvragen, of dreigen tegen te stemmen, als je uiteindelijk toch weinig kunt uitrichten? Deze maand ging Klaver nog verder: GroenLinks zal vóór alle begrotingen van Rutte III stemmen. In die begrotingen staan ook dingen die beter worden. Als je een begroting wegstemt, houd je ook die verbeteringen tegen.

De posities van PvdA en GroenLinks zijn tegengesteld, maar bewijzen hetzelfde: oppositie voeren in de Nederlandse politiek is razend ingewikkeld. Het dreigement van een tegenstem is net zo zinloos als het debatteren over verloren meerderheden: meestal stemt de PvdA toch wel mee met de coalitie.

GroenLinksers zeggen vaak dat ze met een constructieve houding ook veel kunnen „binnenhalen”. De klimaatwet, waarvoor de coalitie samenwerkte met de linkse oppositie en 50Plus, zien ze ook als hún succes. Er is meer geld voor de jeugdzorg gekomen, en een belasting voor multinationals. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen nam de VVD zelfs de economische analyse van GroenLinks, dat het kapitalisme was doorgeschoten, ten dele over. Prachtig, zeggen ze bij GroenLinks.

Maar daar zit precies het probleem. De scheidslijn tussen regering en oppositie is vaak onduidelijk. Oppositiepartijen stemmen meestal in grote meerderheid mee met de coalitie. „Nederland kent in grote mate een consensusdemocratie”, zegt Tom Louwerse, politicoloog aan de Universiteit Leiden. Toenmalig KVP-leider Carl Romme noemde in de vorige eeuw oppositie in Nederland „onnatuurlijk”.

Uit een peiling van de universiteit en bureau Kantar blijkt dat circa 90 procent van de kiezers vindt dat de oppositie zich constructief moet opstellen bij wetgeving. Tegelijkertijd maken partijen zichzelf ook onzichtbaar voor diezelfde kiezers. Want als zoveel andere partijen op jou lijken, waarom zouden kiezers dan nog op jou stemmen?

De houding van Jesse Klaver vindt Tom Louwerse opmerkelijk, omdat het nooit voorkomt dat een oppositiepartij bij voorbaat al akkoord gaat. „Oppositiepartijen stemmen vaak voor wetgeving van de regering. Het grote verschil is dat GroenLinks dit nu vooraf expliciet aankondigt, terwijl de partij in de Eerste Kamer wel nodig is voor een meerderheid. Ik ben nog niemand tegengekomen die het echt snapt.”

Klaver staat in een traditie van volgzaamheid. Toenmalig partijleider Paul Rosenmöller, een voorbeeld voor Klaver, had het in de tijd van de paarse kabinetten (1994-2002) over „kwaliteitsoppositie”. Hij maakte tegenbegrotingen en debatteerde fel, maar de coalitie kon meestal op hem rekenen. Jolande Sap sloot in 2012 het zogeheten Lente-akkoord met het toenmalige demissionaire kabinet-Rutte I. Alleen bij formaties wilde het nooit lukken: GroenLinks haakte altijd af.

Oppositie, zei de Amerikaanse politicoloog Robert Dahl, die in 2014 overleed, is het beste geschenk voor een democratie. Ieder argument heeft een tegenargument nodig. En de dreiging van een machtswisseling houdt regeringspartijen scherp. Om die reden zijn Democraten altijd tegen Republikeinen, of is Labour altijd tegen de Tories. Politiek als zero sum game. In de Nederlandse context, met wisselende meerderheden, is zo’n situatie nog altijd ondenkbaar, zegt Tom Louwerse. „In Den Haag wordt tot 76 geteld. Als je nodig bent, kun je wat eisen. Maar als je niet nodig bent, is je positie veel zwakker.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Haagse Zaken: Waarom de oppositie haar machtspositie niet verzilvert

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.