Duitsland en Frankrijk schorten wapenexport aan Turkije op vanwege inval

Duitsland en Frankrijk verkopen jaarlijks voor miljoenen euro’s wapens aan Turkije. Ook Nederland heeft wapenexport aan het land stil gelegd.

Turkse militairen met Duitse wapens onderweg naar de Turks-Syrische grens.
Turkse militairen met Duitse wapens onderweg naar de Turks-Syrische grens. Foto Sedat Suna/EPA

Frankrijk en Duitsland stoppen met het leveren van wapens aan Turkije vanwege de inval in Noord-Syrië. Zaterdagmiddag publiceerde Bild am Sonntag een interview waarin de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas aankondigt dat er geen exportvergunningen meer worden uitgegeven voor „alle wapens die door Turkije in Syrië gebruikt kunnen worden”. Later op de dag maakten de Franse ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken eenzelfde maatregel bekend.

Turkije is een van de belangrijkste klanten voor Duitsland op het gebied van wapens. Vorig jaar verkocht Duitsland 242,8 miljoen euro aan wapens aan Turkije, bijna een derde van de volledige wapenexport van het land. Frankrijk heeft volgens Libération sinds 2009 voor ruim 461 miljoen euro aan wapens aan Turkije verkocht.

Vrijdag maakte de Nederlandse vicepremier Hugo de Jonge al bekend de Nederlandse wapenexport naar Turkije op te schorten zolang de Turkse inval in Noordoost-Syrië duurt. Nederland is echter een beduidend kleinere speler. Vorig jaar kocht Turkije 29 miljoen euro aan wapens uit Nederland.

Lees ook dit opiniestuk: Een bijrol kan Europa zich niet meer veroorloven

Inval Noord-Syrië

Zondagavond lokale tijd maakte president Donald Trump bekend de Amerikaanse troepen terug te trekken uit Noord-Syrië. In het gebied ondersteunden de VS de Syrisch-Koerdische militie YPG in de strijd tegen terreurgroep Islamitische Staat. Met de terugtrekking van de Amerikaanse troepen werd de weg vrijgemaakt voor een Turkse invasie.

De Turkse president Erdogan wil met zijn ‘Operatie Vredesbron’ de YPG terugdringen. Deze aan de PKK gelieerde groepering wordt door Turkije beschouwd als een terroristische organisatie. Ook wil Erdogan een ‘veilige zone’ creëren waarin twee miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije moeten kunnen terugkeren. De internationale gemeenschap vreest echter voor nadelige gevolgen voor de overwegend Koerdische bevolking van het gebied. Volgens de VN zijn al tienduizenden inwoners van het gebied hun huis ontvlucht.