Winkels zijn open, tot granaten vallen

Syrië Veel Arabieren aan de Turks-Syrische grens steunen de Turkse inval in Syrië. De Koerden zijn tegen, op één na.

Syrische Koerden en Arabieren verlaten vrijdag Tal Abyad in noordoost Syrië.
Syrische Koerden en Arabieren verlaten vrijdag Tal Abyad in noordoost Syrië. Foto Delil Souleiman / AFP

De eerste explosie leidt tot paniek in de tuin van een kebabzaak in de Turkse grensstad Akcakale. De gasten stuiven op van hun tafels en rennen als kippen zonder kop over het kunstgras. Ze zoeken dekking bij een muur, duiken het toilethok in, of sprinten het restaurant binnen. Ze kijken verschrikt naar de lucht en naar elkaar. Was het een bomaanslag? Een raket? Een mortiergranaat?

Lees ook: Vijf IS-strijders ontsnapt in Syrië na luchtaanvallen Turkse leger

Net wanneer de eerste schrik is weggeëbd, en mensen teruggaan naar hun tafels om hun spullen te pakken, klinkt er een tweede knal, nog dichterbij dan de eerste. Nu slaat de paniek echt toe. Mensen rennen de straat op, weg van het restaurant, terwijl ze dekking proberen te zoeken bij gebouwen. Ambulances met loeiende sirenes en pantservoertuigen van het leger rijden af en aan.

Akcakale is een stad aan het front sinds het Turkse leger dinsdag Operatie Vredesbron lanceerde in Noordoost-Syrië. Bij de mortierbeschietingen vanuit Syrië vielen donderdag drie doden, onder wie een baby, en tientallen gewonden. Ook in de stad Mardin, verder naar het oosten, vielen donderdag drie doden. En vrijdag kwamen twee mensen om het leven in de grensstad Suruc.

Schietgebedjes

Veel inwoners van Akcakale vertrekken halsoverkop uit de stad, weg van de Syrische grens. Alle dolmus (minibusjes) zitten propvol. Op de achterbank van een dolmus zitten vier Arabische vrouwen met acht kinderen op schoot. Een jongen vertelt onthutst dat hij een dode man zag liggen, wiens oogkas was weggeslagen. Een man prevelt de hele weg naar Sanliurfa schietgebedjes.

De autoriteiten zijn zich bewust van de risico’s van de operatie. De hele dag rijden er auto’s door Akcakale met luidsprekers op het dak. Daaruit klinkt een boodschap van de burgemeester: „Blijf binnen, ga niet de straat op, kom niet in de buurt van de grens. Er kunnen granaatscherven neerkomen. We zijn sterk, we zullen de terroristen verslaan.” Aanvankelijk slaan veel mensen de waarschuwing in de wind. De winkels zijn donderdag gewoon open. Gesluierde vrouwen doen boodschappen. Kinderen bouwen zandkastelen waar de straat is opgebroken. Totdat de mortiergranaten inslaan.

Ze willen alles wat Koerdisch is vernietigen

Ondanks de oorlogsdreiging is er in het overwegend Arabische Akcakale veel steun voor de operatie. Dat blijkt als een konvooi Syrische rebellen door de stad rijdt, gevolgd door pantservoertuigen van het Turkse leger. Inwoners staan langs de weg te zwaaien, roepen Allahu Akbar en maken met hun hand het teken van de Grijze Wolven. Het konvooi rijdt de grens over richting het front.

‘We zijn niet bang voor oorlog’

„Ik ben groot voorstander van de militaire operatie”, zegt Mehmet Said, een Arabier met een winkel in de bazaar van Sanliurfa, die veel familie heeft in Akcakale. „We moeten ons verdedigen. Mijn vader heeft dertig zonen van drie vrouwen. Als ons land ons nodig heeft, dan zullen sterven in Syrië. We zijn niet bang voor oorlog”, pocht hij. „Als we sterven, worden we martelaar.”

Said vertelt dat twee familieleden van zijn moeder om het leven zijn gekomen bij de mortieraanval in Akcakale. „En het huis van mijn tante is geraakt door een granaatscherf.”

Lees ook: Militairen VS worden boos op onnavolgbare Donald Trump

Lang niet alle inwoners van het grensgebied zijn zo enthousiast over de operatie als Said. Net als het noorden van Syrië is het zuiden van Turkije een etnisch gemengd gebied. In sommige delen zijn Koerden in de meerderheid, in andere Arabieren. In de Koerdische grensstad Suruc zijn veel mensen fel tegen het Turkse offensief, dat gericht is tegen de Syrisch-Koerdische strijdgroep YPG.

„De YPG vormt helemaal geen bedreiging voor Turkije”, zegt Baran, een student uit Suruc die uit veiligheidsoverwegingen niet met zijn achternaam in de krant wil. „De operatie is een vorm van etnische zuivering. Turkije wil alle Koerden verjagen uit Noord-Syrië en er Arabieren vestigen om een onafhankelijke Koerdistan te voorkomen. Ze willen alles wat Koerdisch is vernietigen.”

Baran weet wat oorlog is. Het huis van zijn ouders ligt vlakbij de Syrische grens, ze kunnen Kobani zien liggen. Er zijn nauwe banden over een weer. Kobani was de eerste Koerdische stad die zich onafhankelijk verklaarde van het Syrische regime. Toen Kobani in 2014 en 2015 werd belegerd door Islamitische Staat (IS), groeide de stad uit tot een symbool van Koerdisch verzet.

Samenwerking VS en de YPG

De slag om Kobani was ook het begin van de samenwerking tussen de Verenigde Staten en de YPG in de strijd tegen IS. Voor het eerst voerden de VS luchtaanvallen uit in coördinatie met de Koerdische strijdgroep. „We werden ‘s nachts vaak wakker van de beschietingen”, vertelt Baran. „Suruc werd overspoeld met vluchtelingen uit Kobani. De bevolking is sindsdien verdubbeld.”

Toch zijn lang niet alle Turkse Koerden tegen het offensief. Neem Ismael, een werkloze Koerd die zijn dag doorbrengt in een park in Sanliurfa. Sinds hij zijn baan als elektricien is kwijtgeraakt, kan hij nauwelijks rondkomen met drie studerende kinderen. Dat hij zonder werk zit wijt hij aan Syrische vluchtelingen. „Terwijl wij voor 100 lira per dag werken, doen zij het voor 50 lira.”

Hij hoopt dat het offensief leidt tot een ‘veilige zone’ voor de miljoenen Syrische vluchtelingen die nu in Turkije wonen. „Onze regering kan de last niet alleen dragen. In de veilige zone krijgen ze huizen en akkers, zodat ze niet meer hierheen komen. Als de VS en Europa ons niet steunen, dan zal onze regering de vluchtelingen naar Europa laten vertrekken. Dat is niet meer dan logisch.”