Van wensdenken word je niet warm, merken ze in Rotterdam en Amsterdam

Publiek ondernemen Groen doen en geld verdienen, wilden Amsterdam en Rotterdam met eigen bedrijven. Ze kregen financiële klappen en bestuurlijke crises. Vrijdag stemde de Amsterdamse gemeenteraad in met een nieuwe financiële injectie voor het AEB.

Aanleg van een stortdepot voor rioolslib in de Amsterdamse haven. Doordat de afvalverbrander van AEB deels is stilgelegd, kan veel slib niet verbrand worden.
Aanleg van een stortdepot voor rioolslib in de Amsterdamse haven. Doordat de afvalverbrander van AEB deels is stilgelegd, kan veel slib niet verbrand worden. Foto Robin Utrecht/ANP

Grote ambities, grote stroppen. De twee grootste gemeenten van Nederland, Amsterdam en Rotterdam, gingen de afgelopen jaren enthousiast pionieren als ‘groene ondernemer’.

Amsterdam zag volop kansen op de commerciële afval- en warmtemarkt voor zijn voormalige gemeentelijke dienst, in 2014 verzelfstandigd onder de naam Afval Energie Bedrijf Amsterdam, AEB. Het is een apart bedrijf, met een eigen directie, eigen commissarissen en de gemeente als enige aandeelhouder.

In Rotterdam ging de gemeente in zaken met het zelf-opgerichte (2006) Warmtebedrijf, dat de overtollige warmte van de haven kon gebruiken voor verwarming van huizen. Amsterdam zag gouden bergen, Rotterdam hoopte op een bescheiden rendement. Maar beide gingen ervan uit dat zij een ‘win-winsituatie’ hadden geschapen. Goed doen voor milieu en klimaat en er nog geld aan verdienen ook. De burger was twee keer winnaar: groene energie en groen geld. Of, zoals de AEB-directeur Jeroen de Swart zei bij de verzelfstandiging: „Maximaal rendement voor alle betrokkenen.”

Ongemakkelijke waarheid

De praktijk van publiek ondernemerschap bleek een totaal andere – een ongemakkelijke waarheid die maar langzaam tot de gemeentebesturen doordrong.

In Amsterdam kwam AEB afgelopen zomer in een bedrijfsmatige en financiële crisis, die een nationaal afvalprobleem ontketende. Het bedrijf moest vanwege veiligheidsmanco’s vier van de zes verbrandingslijnen sluiten. Vervolgens begonnen de dominostenen om te vallen. Een bankroet dreigde, gemeente en banken moesten extra kredieten geven, de verantwoordelijke wethouder vertrok omdat zijn eerste reddingsplan flopte, de gemeente sprong noodgedwongen opnieuw met tientallen miljoenen bij, het volgende reddingsplan kwam ook niet van de grond en een oplossing is nog geen stap dichterbij gekomen. Vrijdag ging de Amsterdamse gemeenteraad akkoord met een extra injectie van 45 miljoen euro.

Lees ook de reconstructie: Afval blijkt goud noch groen voor het AEB

Dan Rotterdam. Het Warmtebedrijf stapelt al sinds zijn oprichting verliezen. Hardnekkig probleem: het koopt de warmte te duur in en heeft er te weinig afnemers voor. In 2016 dacht het Warmtebedrijf de vlucht naar voren te maken: een warmteleiding van Rotterdam naar Leiden om dáár huizen te verwarmen. De uitkomst is desastreus. Financiering ontbreekt, er zijn geen vergunningen en het project ligt stil. Maar de rekeningen lopen gewoon door. Rotterdam spendeerde al 200 miljoen euro aan het Warmtebedrijf, geld dat waarschijnlijk niet terugkomt. De gemeente lonkt nu opzichtig naar de rijksoverheid. Kan die misschien bijspringen?

Lees ook over de problemen in Rotterdam: Warmtebedrijf Rotterdam zit volledig klem

Politieke bemoeienis

De details en omstandigheden bij AEB en het Warmtebedrijf verschillen, maar de parallellen zijn frappant. De eerste is: politieke bemoeienis. Amsterdam en Rotterdam zagen zelfstandige gemeentelijke bedrijven als ideaal middel om een duurzaamheidsagenda uit te voeren én rendement te maken. Het zouden ondernemingen zijn met een duidelijke publieke missie, maar met genoeg autonomie en bewegingsvrijheid om succesvol te concurreren met marktpartijen. Energiebedrijf Eneco, op dit moment eigendom van 44 gemeenten, bewees dat dit kon. Eneco was (relatief) groen en winstgevend tegelijk.

Maar de autonomie die Eneco kreeg van zijn aandeelhouders, heeft zowel het Warmtebedrijf als AEB nooit genoten. In de praktijk bleken ambtenaren en wethouders intensief betrokken bij de beslissingen, vaak tot frustratie van directie en commissarissen. De gemeente ging zélf ondernemen, weliswaar met hulp van consultants en juristen, maar zónder eigen ervaring en expertise in het bedrijfsleven. Met soms fatale gevolgen.

Zo onderhandelde het Rotterdamse stadhuis over álle belangrijke contracten die het Warmtebedrijf sloot met warmteleveranciers en afnemers. Daardoor zit het Warmtebedrijf opgescheept met de verplichting om tot 2044 (!) tegen ongunstige tarieven grote hoeveelheden warmte in te kopen bij afvalverwerker AVR. Ook het gestrande project van de warmteleiding tussen Rotterdam en Leiden komt uit de koker van de gemeente, in samenspraak met de provincie Zuid-Holland overigens.

De gemeente ging zélf ondernemen, zónder eigen ervaring en expertise

Bij AEB klonk de klacht dat de gemeente Amsterdam het bedrijf vooral zag als een instrument om de eigen duurzaamheidsagenda waar te maken, zonder het na de verzelfstandiging de tijd én middelen ter beschikking te stellen om de organisatie op orde te krijgen. Wensdenken en opportunisme, kortom.

Helemaal vreemd is het niet, zegt Johan de Kruijf, universitair docent bestuurskunde in Nijmegen. „Het is veel moeilijker loslaten als een gemeente grootaandeelhouder is dan wanneer ze met meerdere partijen aan tafel zit. Zeker als er veel publiek geld in het bedrijf zit en de risico’s voor de gemeente groot zijn.”

En dan gaat het alleen nog maar over de rol van de gemeente als aandeelhouder. Amsterdam én Rotterdam spelen bij hun bedrijven verschillende rollen, die volop conflictstof geven bij een financiële crisis. Amsterdam is eigenaar, schuldeiser én opdrachtgever van AEB. De gemeente Rotterdam is eigenaar én regisseur bij het Warmtebedrijf. Een „moeizaam model”, vindt De Kruijf.

Amsterdam en Rotterdam kregen met hun deelnemingen het slechtste van twee werelden. Uit de marktwerking en commercie kregen ze de mammoetverliezen. Én ze kampen met een publiek-bestuurlijke crisis. Amsterdam zoekt nog een wethouder, in Rotterdam is een raadsenquête zo goed als rond. Daarin kunnen de politieke verantwoordelijkheden ontrafeld worden.

Voor burgers zijn nog andere vragen relevant. Hoeveel gaan deze debacles kosten? En blijft de dienstverlening van deze bedrijven in stand? Door de bedrijven failliet te laten gaan zouden Amsterdam en Rotterdam hun burgers letterlijk in de kou kunnen zetten.