Slecht geweten? ‘Ik ben geen moraalridder, ik ben handelaar’

Spyshops Spyshops in Amsterdam „schurken aan” tegen de georganiseerde criminaliteit, blijkt uit recent politie-onderzoek. Daarom legt de gemeente ze strengere regels op. NRC nam een kijkje in de bekendste spyshop van de stad.

Beveiligingscamera’s.
Beveiligingscamera’s. Foto Novi Zijlstra

De eerste keer dat Dick Offringa (71), eigenaar van spionagewinkel SpyShop aan de Postjesweg in Amsterdam, problemen kreeg met de „boevenwereld” was in de zomer van 1993. De bodyguard van drugsbaron Klaas Bruinsma kocht bij Offringa voor duizenden guldens afluisterapparatuur, zendertjes, camera’s. Kort nadat Bruinsma voor het Hilton Hotel werd doodgeschoten, stond de bodyguard plotseling weer voor de deur. De man kwam zijn apparatuur terugbrengen, zegt Offringa. „Hij wilde zijn geld terug.” Een paar dagen zat Offringa in spanning. Wat moest hij doen? Een bevriende misdaadjournalist bemiddelde tussen beiden. Twee weken later was er een deal. Offringa betaalde een fractie van het geld terug aan de bodyguard en was een les rijker: als spyshopeigenaar moet je er rekening mee houden dat er soms criminele clientèle bij je aanklopt.

Dick Offringa in zijn spyshop. Foto Novi Zijlstra

Een recent politie-onderzoek bevestigt Offringa’s ervaring. In de spyshopbranche wordt ook geshopt door criminelen. Aangekochte apparatuur gebruiken ze in de „zware criminaliteit” en bij „excessief geweld”, aldus het onderzoek. De spyshop „schurkt” tegen de criminaliteit aan, stelt het rapport. Maar Offringa vindt die conclusies „erg generaliserend”.

Vergunningsplichtig

Afgelopen maand nam burgemeester Femke Halsema een maatregel: spyshops in Amsterdam worden vergunningsplichtig. Zodra een ondernemer een spyshop opent, wordt gecontroleerd of er contact is met criminelen. Bestaande zaken moeten vanaf volgende maand in het bezit zijn van zo'n vergunning. Ook wordt het toezicht op deze branche aangescherpt.

Vijf jaar geleden sloot de gemeente een spyshop in de stad, omdat de eigenaar (vuur)wapens verkocht. Hij werd veroordeeld tot 15 maanden cel. In Huizen werd een jaar later de medewerker van een spyshop uit Nieuwegein doodgeschoten; het Openbaar Ministerie verdenkt ’s lands meest gezochte verdachte Ridouan Taghi van betrokkenheid bij de moord – Inez Weski, de advocaat van Taghi, heeft eerder tegen deze krant gezegd dat haar cliënt geen bezwaar heeft tegen het noemen van zijn volledige naam.

In augustus 2018 was er ook een incident. In Amsterdam, in het havengebied, werd een spyshopmedewerker meerdere keren met de kolf van een vuurwapen op zijn hoofd geslagen. De man werd met ernstige verwondingen afgevoerd naar het ziekenhuis. De politie gaat uit van een mislukte liquidatie, blijkt uit het persbericht: „Kennelijk weigerde het geweer.”

Rechercheurs aan de deur

„Fa-ci-li-ta-torssss noemt Halsema ons”, zegt Offringa. Hij zit op de bank in zijn winkel en drinkt koffie met melk en zoetjes, de regen striemt tegen de ramen. Een cameraatje verstopt in een stopcontact registreert elke beweging.

De spyshop aan de Postjesweg in Amsterdam. Foto Novi Zijlstra

Al veertig jaar runt Offringa zijn zaak. Hij begon zijn handel op „driehoog achter in de Jordaan”. Zijn broer tipte hem over de handel in microfoontjes. Via via kwam Offringa in contact met een Japanner, die hem de apparaatjes leverde. In De Telegraaf plaatste Offringa een advertentie. Die maandag had hij zijn eerste drie microfoontjes verkocht. Sinds dertig jaar heeft hij zijn zaak op de Postjesweg. Hij verkoopt apparatuur aan ondernemers (die last hebben van stelend personeel), familieleden (die oma in de gaten houden omdat ze dementerend is), banken (die vergaderruimtes controleren op zendertjes). En ja, zegt hij, ook aan klanten met „minder goede bedoelingen”.

De mannen hadden het apparaatje gebruikt om een auto te volgen, waarvan de bestuurder geliquideerd was

In 2011 kochten twee mannen een gps-volgzender bij Offringa. Waar ze het apparaatje voor nodig hadden vroeg hij niet. Een paar weken later stonden er twee rechercheurs voor de deur. Wat bleek: de mannen hadden het apparaatje gebruikt om een auto te volgen, waarvan de bestuurder geliquideerd werd. De rechercheurs lieten een foto van het duo zien, zegt Offringa, en vroegen of hij de mannen herkende. Ook namen ze camerabeelden van buiten zijn zaak mee. Of hij schrok? Best wel, zegt Offringa. Dat was zijn eerste echte kennismaking met justitie, zegt hij. „Domme pech, verkeerde klanten.”

De bel gaat, een vrouw op kekke sportschoenen staat voor de deur. „Ik wil iets om m’n auto te volgen”, zegt ze. Begin dit jaar verhuisde de vrouw naar Zuid-Italië. Daar werd haar auto, een Fiat 500, al snel gestolen. Na een paar weken ontving ze een berichtje: ze kon haar auto terugkopen voor 2.000 euro. „Maffiapraktijken.”

„Als u dit onder uw wagen klikt”, zegt Offringa, en hij pakt een klein zwart apparaatje, „kunt u de auto volgen tot op vier meter nauwkeurig. Ook in het buitenland.”

„Hoeveel mag het kosten?”, vraagt de vrouw. Offringa, resoluut: „450 euro.”

„Oeh”, zegt de vrouw, maar ze herpakt zich snel. „Ja, doe maar.”

Zit er garantie op, wil ze nog weten. Offringa grijnst. De garantie is net zoveel waard als de betrouwbaarheid van de verkoper, zegt hij. Dan serieus: „Bel maar als er iets is.”

Crypto-telefoons

In 2015 had Offringa nog een akkefietje. De politie kreeg een tip dat hij in het bezit was van ‘jammers’, verboden apparatuur om gsm- en gps-signalen mee te verstoren. Zeven stuks vonden de rechercheurs, verstopt in een ruimte achter een kapstok. Ik wist geeneens dat ik die dingen nog had, zegt Offringa. Bij nader onderzoek bleken vier kapot te zijn, zegt Offringa, en drie slecht werkend. Sluiting van de winkel werd voorkomen door een uitspraak in een kort geding.

De echte problemen in de spyshopbranche zijn volgens Offringa begonnen met de komst van de zogenaamde ‘crypto-telefoons’ (versleutelde telefoons). Criminelen gebruiken die om onderling te communiceren zonder afgeluisterd te kunnen worden. Kosten: 1.600 euro per stuk. Zelf besloot Offringa de crypto-telefoons niet te verkopen. Nieuwkomers in de spyshop-branche gingen voor het snelle geld en deden dat wel, zegt hij. Tot 2000 waren spionagezaken spannende James Bond-winkels, zegt Offringa, maar „die nieuwe jongens trokken het begrip ‘spyshop’ het criminele milieu in”.

Na de politie-inval in 2015 paste Offringa zijn aanbod enigszins aan. Hij verkoopt geen ‘lockpick-setjes’ (gereedschap voor inbrekers) en kogelwerende vesten meer. Hij stopte ook met het controleren van auto’s op zendertjes en volgapparatuur. Vroeger lieten ook boeven hun auto weleens controleren, zegt Offringa. Soms twijfelde hij: zit er nou wel of geen zendertje? Een misser wilde hij niet maken. „Straks krijg ík een kruisraket door mijn raam.”

In het verre verleden zag hij ze ‘allemaal’ voorbij komen: Holleeder, Soerel, Bruinsma

Echt bang is hij eigenlijk zelden. In het verre verleden zag hij ze „allemaal” voorbij komen: Holleeder, Dino Soerel, Bruinsma. Boeven zijn vaak „minder emotioneel betrokken”, zegt hij, rationeler en „minder praterig”. Ze kopen het product dat ze willen maar vertellen niet waar ze het voor nodig hebben.

Een vrouw staat voor de deur. Haar kat wordt iedere twee weken in de binnentuin door een onbekende „gek” gekortwiekt. Ze vreest het ergste: „Hij is nu ook aan zijn staart begonnen.” Ze zoekt een manier om de persoon op te sporen, maar weet niet hoe. Een drone? Een zendertje? Zodra Offringa de prijs noemt (450 euro) haakt ze af. „Ik moet er even over nadenken.”

Foto Novi Zijlstra

Soms blijven klanten langer dan gepland, zegt Offringa. Dan vertellen ze hem hun problemen. Je bent niet alleen verkoper, zegt hij, maar ook een beetje maatschappelijk werker. „Ik ben natuurlijk heel objectief voor deze mensen.”

Of Dick Offringa wel eens een slecht gevoel over zijn handel heeft? Zijn spullen kúnnen toch worden ingezet bij een liquidatie. Hij schudt zijn hoofd. „Zolang iemand zich hier netjes gedraagt doe ik dat ook. Wie ben ik om de moraalridder uit te hangen, ik ben een handelaar.”

Correctie (14-10-2019): de medewerker werd niet vorige maand belaagd in het havengebied, maar op 28 augustus 2018. Dit is aangepast.