Foto Lars van den Brink

Slapeloosheid, haaruitval, paniek; over de schaduwzijden van de sportieve ratrace

Interview | Julie van Bennekom & Tim Choy Prestatiedruk wordt doorgaans geassocieerd met werkende volwassenen, maar in jeugdopleidingen krijgen sporters daar al jong mee te maken. Een dubbelgesprek over piekeren, faalangst en haaruitval. „Er moet een beter vangnet komen.”

Uit het niets begon het voetballertje van een gerenommeerde profclub met slaapwandelen. Hij gilde in zijn slaap. Steeds vaker werd hij overvallen door nachtmerries. Er was iets mis. Maar wat?

Talentbegeleider Julie van Bennekom had wel een vermoeden toen zijn bezorgde moeder zich tot haar wendde. En na gesprekken met de speler bleek haar gevoel te kloppen. „Hij kon de druk niet aan. Cito-toetsen, middelbare-schoolkeuze, buitenlandse toernooien; hij wist van gekkigheid niet meer waar hij zijn aandacht op moest richten. Doordat hij dat niet kon verwoorden, uitte zich dat in nachtmerries.”

Tim Choy knikt instemmend. „Als jongetjes van een jaar of twaalf zulke stressklachten hebben, kan dit het gevolg zijn: slapeloosheid, haaruitval, buikpijn. Maar ook paniek en neerslachtigheid.”

Choy was in de jaren tachtig een voetbaltalent dat niét doorbrak en zich erna schoolde tot performance coach en psychosociaal wetenschapper. Van Bennekom is een oud-tophockeyer die een studie psychologie combineert met een rol als talentenbegeleider bij het Amsterdamse SC Buitenveldert, vanwaar jaarlijks spelers naar profclubs als AZ, Volendam, FC Utrecht, Ajax en Feyenoord uitwaaieren. Een enkeling met succes, de meesten zonder.

Lees ook:Elke keer met buikpijn naar de training. Ineens is hij er klaar mee.

Wat doet zo’n verloren droom met een kind? Hebben clubs voldoende oog voor de neveneffecten van hun ratrace naar de top? Hoe begeleid je faalangst en piekeren?

Dat zijn kwesties waarvoor hun platform zal dienen: Mind your football. Een kennisbron over de onbelichte schaduwzijde van de weg naar de top. Want al zullen voetbalacademies altijd parels voortbrengen, het gros van de jeugdspelers moeten ze teleurstellen.

De andere oprichters zijn oud-prof en theatermaker Rory de Groot, gedragswetenschapper Marjorie Esajas en scout en pedagogisch hulpverlener Frank Abbenhuis. Wat hen bindt is hun oog voor de kwetsbaarheid van talent dat het niet heeft gehaald.

Choy deed de afgelopen jaren onderzoek naar de slagingskansen in het betaalde voetbal, onder meer bij AZ en PSV. Zijn conclusie: per jeugdteam maakt gemiddeld anderhalve speler zijn debuut in het eerste elftal. Zelf speelde hij in de jeugd van eerstedivisieclubs Telstar en Haarlem. Hij kwam sociaal niet mee in de harde kleedkamercultuur („de humor is er pesterig”) en besloot op een dag nooit meer te komen. Voetballen deed hij zelden nog.

Choy: „Ik had alles opgekropt. De stress, het piekeren. Maar met mijn ouders sprak ik daar niet over, omdat ik me schaamde. Ik wilde stoer zijn. Prestatiedruk ervaar je normaal pas als je als volwassene gaat werken, maar in een jeugdopleiding speelt dat al op jonge leeftijd. Zit je goed in je vel, dan presteer je beter. Maar vaak ligt de nadruk zó op het presteren, dat het welbevinden van spelertjes eronder lijdt. Van de omgang met teleurstellingen, piekeren en faalangst hebben veel clubs nauwelijks kennis.”

Van Bennekom: „Ik was laatst bij Liverpool op een conferentie over voetbalpsychologie. Een vrouw van Benfica vertelde daar dat ze bij hun club acht fulltime sportpsychologen in dienst hebben.”

Choy: „Ajax heeft bijvoorbeeld één parttimer in dienst voor de hele jeugdopleiding. Oud-voetballers die trainer worden weten alles van voetbal, maar weinig van pedagogiek.”

Van Bennekom: „De trainers die ik begeleid, hebben zelf ook de ambitie om bij een BVO te trainen. Sommigen hebben geen idee wat voor persoonlijkheden ze in hun groep hebben. Of wat voor stempel ze op jongens drukken.”

Drieënhalf uur reizen

Onlangs lazen zij in De Telegraaf dat de KNVB clubs opleidingsrestricties wil opleggen. De bond zou afstanden tussen huis en club willen limiteren en het „beïnvloeden van kinderen” willen beperken. Hoewel de KNVB in een reactie zegt dat de plannen niet ver genoeg zijn om over uit te weiden, reageerde oud-trainer Aad de Mos vol onbegrip in het Telegraaf-artikel. „De KNVB moet begrijpen dat de kracht van opleidingen in Nederland bestaat uit het vroegtijdig selecteren van talent en de besten met de besten te laten spelen en trainen.”

Tim Choy en Julie van Bennekom: „Vaak ligt de nadruk zó op presteren, dat het welbevinden van spelertjes eronder lijdt.”

Choy: „Virgil van Dijk was ongeveer drieënhalf uur per dag aan reistijd kwijt toen hij in de jeugd bij Willem II tussen huis, station, school en het trainingsveld pendelde. Je kunt zeggen: bij hem heeft zich dat uitbetaald. Maar hoe zit het met andere voetballertjes die zoveel hebben gereisd? Al die uren hadden ze ook aan andere zaken kunnen besteden. Reizen is killing. Fysiek en mentaal.”

Choy ziet nu de trend dat clubs scholen op hun complexen installeren. „Gunstig voor de reistijd, maar voor de sociaal-emotionele ontwikkeling kan het nadelig werken. Op school kies je vrijelijk je vrienden, in het voetbal ontstaan vriendschappen veelal via de voetbalhiërarchie. Wisselspelers clusteren, de beste spelers idem. Ook al hebben ze een klik in eigenschappen, twee spitsen die voor één plek vechten worden nooit beste vrienden.”

„Ik ben er ook geen voorstander van dat clubs nu overwegen om spelers op de club te laten overnachten. Dat is weliswaar een mondiale tendens, maar het is alleen maar bekeken vanuit de voetbaltechnische motivatie. Alleen maar concurrenten om je heen, geen meisjes. Je moet je afvragen of dat goed is voor de ontwikkeling van pubers.”

Van Bennekom zat als tiener op school met jeugdspelers van Ajax die nu bekende profs zijn. „Juist het feit dat zij gewoon naar een middelbare school gingen, is voor hen cruciaal geweest om het vol te houden bij Ajax. Als spelertjes in de reguliere schoolklas een goed gevoel hebben, kan dat tegenwicht bieden aan het slechte gevoel in het team.”

Als hockeyster bij Amsterdam heeft Van Bennekom mentale begeleiding gemist. Uit angst voor afwijzing en onbegrip, durfde ze nergens naar toe te gaan. Toen ze vier jaar geleden voor haar deelstudie psychologie een bijpassende werkplek moest vinden, creëerde ze haar eigen baan binnen SC Buitenveldert.

Een echte baan is het eigenlijk niet. Want al mag de club graag met haar aanwezigheid pronken, ze krijgt er slechts 170 euro per maand voor. „Toch geloof ik in wat ik doe. Daarom ga ik hiermee door.”

Trainers waren in het begin sceptisch. Hoezo moesten spelers begeleiding krijgen? Maar dat is juist de crux: niks moet, alles mag. Nu houdt Van Bennekom elk seizoen besprekingen en fluistert ze trainers in dat het misschien goed is dat zij eerst hun spelers begrijpen, voordat zij verwachten dat de spelers hen begrijpen. Onderweg naar uitduels zit er geregeld een speler naast haar die zijn hart lucht.

Onveilig gevoel

Die individuele benadering heeft de toekomst, vinden ze beiden. Choy: „Veel scholen doen dat al. Maar bij voetbalclubs geldt nog vaak het credo: regels zijn regels. One size fits all. Maar als je op maat werkt, zul je minder uitvallers in de opleiding hebben. Tegelijk verbeter je daarmee hun mentale vaardigheden waar zij in hun latere leven profijt van hebben.”

Van Bennekom treft jongens met uiteenlopende achtergronden en verhalen. Jongens op de rand van de criminaliteit. Jongens die zich verloren voelen na een afwijzing. „Een jongetje dat naar een profclub ging, kreeg last van haaruitval, door de stress. Na opstootjes in de kleedkamer voelde hij zich onveilig.”

De oplossing: praten. Dat was ook wat ze adviseerde in de casus van het slaapwandelende talent van de gerenommeerde profclub. Ze kreeg hem zover dat hij zijn trainer belde en zei dat hij liever niet meeging naar het buitenlandse toernooi. „Het is niet raar dat jongens en ouders moeite hebben met zo’n boodschap. Ze zijn bang om hun plekje te verliezen.”

Choy: „Ouders spelen een essentiële rol. Als een kind in de stress zit omdat hij bijvoorbeeld weinig speelt, raken ouders soms ook in de stress, en lijden broertjes en zusjes hier ook onder. Dit geldt zeker bij ouders die willen dat hun zoon prof wordt. Een kind kan dan niet meer ontsnappen aan de prestatiedruk van de club én thuis. Als hij dan niet aan de verwachtingen voldoet, kan het voelen als een dubbele gevangenis. De kans dat een jongetje daarin ten onder gaat is heel groot.”

Deze week gaf Choy met cabaretier Leon van der Zanden een workshop bij ADO Den Haag voor spelers, ouders en trainers. Doel was dat aanwezigen naar elkaars beweegredenen luisteren en meer inzicht krijgen hoe ze stress beter kunnen managen. „Bijvoorbeeld door emoties niet op te kroppen, maar bespreekbaar te maken. Dat is delicate materie. Daarom zetten we ook humor in en stellen we onszelf kwetsbaar op.” Hij hoopt dat clubs meer willen investeren in de mentale ontwikkeling en begeleiding van talenten. Want in hun ogen is dat nodig.

Choy: „De Telegraaf mag zich zorgen maken over de brief van de KNVB en het Nederlandse voetbal, omdat ze bang zijn dat talentjes van 8 of 9 niet bij een BVO [betaaldvoetbalorganisatie] terecht komen en daardoor niet de top halen. Ons platform maakt zich zorgen om al diezelfde talentjes die uit hun vertrouwde omgeving worden getrokken, omdat topclubs op steeds jongere leeftijd scouten. Het gaat om die paar pareltjes en al die andere jongens dienen vaak als opvulling. Wie bekommert zich om hen? Zij krijgen ook vaak de klappen van de zweep, omdat ze minder spelen en uiteindelijk afvallen. Nazorg? Dat is er niet. En daar willen we ons voor inzetten. Dat er een beter vangnet komt.”