In Polen zet de regering zelfs de geschiedenis naar haar hand

Cultuurstrijd De Poolse regering probeert alle historische musea in handen te krijgen om de geschiedenis op te kunnen poetsen. Verslag van een bittere cultuuroorlog.

Het Tweede Wereldoorlogmuseum in Gdansk.
Het Tweede Wereldoorlogmuseum in Gdansk. Foto Adam Warzawa

Pawel Machcewicz is nog één keer terug geweest. De historicus is de bedenker van het imposante Museum van de Tweede Wereldoorlog in Gdansk. En hij was er directeur, tot die functie door de Poolse regering werd opgeheven. „Ze hebben mijn tentoonstelling verkracht. Het was vreselijk om te zien”, zegt hij.

Machcewicz’ gedwongen vertrek was in 2016 en 2017 een breed uitgemeten veldslag in de Poolse cultuuroorlog, tussen de elite die sinds de val van het communisme is ontstaan, en de conservatief-nationalistische regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid (PiS). Een strijd over de wenselijke versie van de vaderlandse geschiedenis – en wie daarin de helden zijn en wie de martelaren. Machcewicz, een onderofficier van het eerste kamp, verloor van de generaals die nu aan de macht zijn, partijleider Jaroslaw Kaczynski en zijn secondant Piotr Glinski, vicepremier en minister van Cultuur en Nationaal Erfgoed.

In de tuin van zijn huis in een buitenwijk van Warschau serveert Machcewicz kraanwater met citroen en verse munt. Boven de voordeur hangt de rood-witte Poolse vlag naast de blauwe met gele sterren van de Europese Unie. „Iedereen die kritisch of onafhankelijk is, wordt bestempeld als een verrader en geëlimineerd uit het publieke domein. Het is met mij begonnen, maar langzaamaan nemen ze alle instituten over die zich bezighouden met geschiedenis voor een breed publiek.”

Zo is in het Nationaal Museum van Warschau een regeringsgetrouwe directeur aangesteld die moderne kunst controversieel verklaarde. De directeur van het Joods-historisch museum zit sinds het voorjaar onbetaald thuis. Machcewicz’ angst voor verder politiek ingrijpen in het collectieve Poolse geheugen wordt aangewakkerd door peilingen die voorspellen dat PiS de parlementsverkiezingen deze zondag opnieuw zal winnen.

Cultuurminister Glinski ziet het als zijn plicht „het ware Poolse verhaal van de geschiedenis te vertellen, dat zo lang is verwaarloosd”, vertelt hij in een balzaal van zijn paleisachtige ministerie. Voor dit Poolse narratief, waarin slachtofferschap en moed onder vreemde overheersing centraal staan, is zijn ministerie bezig zo’n dertig nieuwe musea op te richten of bestaande instituten onder overheidssupervisie te plaatsen. „We moeten de wereld vertellen wat wij doorstaan hebben”, zegt Glinski.

Piotr Rypson, die als interim-directeur meemaakte hoe de leiding van het Nationaal Museum werd overgenomen, heeft een andere verklaring: „Als je grip hebt op het onderwijs – waar ze het curriculum herschrijven – en op culturele uitingen, kun je binnen twee regeringstermijnen het denken van een complete samenleving veranderen”, zegt hij.

Duitse invasie

Het Tweede Wereldoorlogmuseum ligt op nog geen drie kilometer van Westerplatte, waar de oorlog in 1939 begon met de Duitse invasie. Het veertig meter hoge gebouw doet denken aan de schoorsteen van een schip dat op woeste zee naar één kant helt. In de kelder wordt aan de hand van ooggetuigenverslagen, propagandamateriaal, een tank en persoonlijke attributen het Poolse verhaal van de oorlog verteld. Met aandacht voor de Holocaust, waarbij drie miljoen Poolse Joden de dood in gejaagd werden. Maar vooral voor de twee miljoen etnische Polen die omkwamen en de bevolking die verzet bood en zich met moeite in leven hield.

„Onze ambitie was te laten zien hoe anders de oorlog hier was dan elders”, zegt Machcewicz. „Hoe beestachtig de Duitse bezetter Polen behandelde. En hoe de nazi’s en de Sovjets samenspanden om Polen te vernietigen.”

Dat lijkt perfect in lijn met de ‘geschiedspolitiek’ van PiS. Maar zodra de plannen voor het museum in 2007 naar buiten kwamen, bestempelde de toenmalige oppositiepoliticus Kaczynski het als „een poging een einde te maken aan de Poolse natie”. Het museum zou moeten gaan over het unieke en heldhaftige Poolse verzet. Zonder de zwarte randjes van sympathie voor en medewerking aan de genocide op Joden. Kaczynski wenste „definitief historisch beleid” dat „met een positieve boodschap” alle „laster tegen Polen” zou uitbannen. Toen zijn partij in 2015 een absolute meerderheid kreeg in het parlement, rolden hij en Glinski dat beleid uit.

In hedendaags Polen is het niet de uitkomst van een oorlog die bepaalt wie de geschiedenis schrijft, maar de winnaar van de laatste verkiezingen.

Het Tweede Wereldoorlogmuseum in Gdansk.

Foto Adam Warzawa

Heldhaftigheid

Pawel Machcewicz heeft het museum aangeklaagd voor het schenden van zijn copyright op de tentoonstelling. Die ene keer dat hij er als bezoeker terug kwam, viel de flagrante geschiedvervalsing hem nog mee. Vervolgde priesters die Joden hielpen zijn op een groter voetstuk geplaatst. Her en der zijn cijfers weggemoffeld om de Poolse heldhaftigheid groter te laten lijken. Of juist toegevoegd om de Poolse rol bij gruweldaden te bagatelliseren.

De ‘verkrachting’ waar Machcewicz toch van spreekt, betreft het vervangen van een video over de scheiding en hereniging van Oost- en West-Europa door een propagandafilm die toont hoe PiS het verleden ziet. De Onoverwonnenen vat in vier minuten samen hoe de heldhaftige Polen telkens „worden verraden”.

Die redenatie van ‘iedereen is tegen ons’ galmt door in de manier waarop PiS politiek bedrijft: vanuit slachtofferschap, achterdocht en de wens om rekeningen te vereffenen. Volgens Jaroslaw Kaczynski is in de afgelopen dertig jaar onvoldoende afgerekend met het verleden. Nu moet de post-communistische en liberale elite die daarvan profiteerde, plaatsmaken voor een aan hem loyaal conservatief-patriottisch keurkorps.

Lees ook: Europese verkiezingen: Polen blijft in zichzelf gekeerd – regeringspartij sterker uit de bus

Zijn partij heeft de afgelopen vier jaar ingezet op het ‘zuiveren’ van de rechterlijke macht, door rechters en aanklagers te vervangen en te treiteren. De partij kapselde de publieke omroep in en schoof regeringsgezinde media geld toe. Herschreef geschiedenisboeken. Stelde nieuwe bazen aan bij de vele staatsbedrijven. Gaf de Kerk meer macht. En zorgt ervoor dat leiders van culturele instellingen, van musea tot toneelgezelschappen, hun positie verliezen.

Het bekendste voorbeeld van hoe de regering het verleden naar haar hand wil zetten, was de controversiële Holocaustwet die vorig jaar werd ingevoerd. De wet, die onder Amerikaanse druk is afgezwakt, maakte het strafbaar de vernietigingskampen van de nazi’s Pools te noemen.

Persoonlijke afrekeningen

Historicus Andrzej Nowak is een van de drijvende krachten achter PiS’ herinneringsbeleid. In een interview roemt hij het feit dat Polen sinds het lid werd van de EU eindelijk de auteur van z’n eigen verleden kan zijn. „De jaren ervoor waren we alleen bezig met goedkeuring krijgen van het Westen, met erbij horen”, zegt hij. In die periode lag veel nadruk op onderzoek naar de Poolse rol in de Holocaust. „Sindsdien zijn we onze identiteit gaan revalueren en plek voor ons verhaal gaan opeisen, nationaal en internationaal. Door rechters, directeuren en journalisten te vervangen, verliest de gevestigde orde haar monopolie op het Poolse narratief.”

Nowak geeft toe dat de manier waarop dat gebeurt het niveau van persoonlijke afrekeningen vaak niet ontstijgt. Museumdirecteur Pawel Machcewicz, die ontdekte dat hij zijn baan kwijt was toen het ministerie dat op zijn website aankondigde, werd niet beoordeeld op de kwaliteit van zijn tentoonstelling, maar op zijn nauwe band met oud-premier Tusk, de latere voorzitter van de Europese Raad.

Bij Polin, het Joodse museum dat in oktober 2014 opende in het voormalige getto van Warschau, frustreert cultuurminister Glinski de herbenoeming van de directeur. Historicus Dariusz Stola werd in mei door een onafhankelijke commissie geselecteerd voor een tweede termijn, maar wacht sindsdien op de benodigde handtekening van Glinski. Polin is een publiek-private samenwerking waarin de minister niet zelf een directeur kan aanwijzen, maar wel een benoeming kan dwarsbomen.

Glinski is boos omdat Stola zijn museum „doelbewust en agressief heeft gebruikt voor politieke activiteiten tegen de democratisch gekozen regering” – hij noemt geen voorbeelden. Bovendien zou het museum hebben geweigerd een evenement te organiseren ter nagedachtenis van Lech Kaczynski – de oud-president en tweelingbroer van Jaroslaw die in 2010 omkwam bij een vliegtuigongeluk en eerder als burgemeester van Warschau betrokken was bij de oprichting van het museum.

Geen van beide „smoezen” zijn waar, zegt Stola. „Het museum heeft nooit politiek bedreven, maar in het huidige klimaat is elk tegengas politiek.” Hij weigert eerder met zijn ogen te knipperen dan de minister, ook al krijgt hij al maanden geen salaris en weet hij dat de situatie zijn museum „gijzelt”. De impasse maakt dat donateurs uit met name Israël en de VS aarzelen met nieuwe giften.

Wie door het Joods museum loopt, ziet dat Poolse controverses al behoedzaam worden vermeden. Zo is het gedeelte over geweld tegen Joden in het interbellum wel heel bescheiden, net als dat over de antisemitische golf van 1968. „De echte strijd gaat ook niet om de inhoud, maar om het vervangen van de intelligentsia. Dat hebben de communisten die Polen veertig jaar overheersten ook geprobeerd”, zegt Stola. „Uiteindelijk keerde die nieuwe elite zich tegen hen.”

Ook gevestigde instituten worden gebruikt als vehikel voor de regerende ideologie. Van het 160 jaar oude Nationaal Museum van Warschau, een soort Pools Rijksmuseum, werd „de autonomie op de eenvoudigste manier ondermijnd: door de geldkraan dicht te draaien”, zegt Piotr Rypson. Hij leidde het museum een half jaar nadat de directeur vorig jaar – niet geheel vrijwillig – vertrok. PiS stelde een nieuwe directeur aan, Jerzy Miziolek, door voor- en tegenstanders van het regeringsbeleid als incompetent gezien. „De makke van PiS’ hybride Kulturkampf is dat ze wel bekwame, ambitieuze, loyale, conservatieve zakenlui hebben, maar nauwelijks mensen die een cultureel instituut kunnen runnen”, zegt Rypson.

Mizioleks voornaamste daad was het censureren van feministische kunst. Toen daar ophef over kwam, sloot hij de complete tentoonstelling van 20ste- en 21ste-eeuwse kunst.

Loyaliteit

Geen van de betrokkenen betwist het recht van de regerende partij om leiders van musea te benoemen. Sinds de invoering van de democratie in 1989 zijn toezichtcommissies en adviesraden ingesteld bij musea, maar de onafhankelijkheid daarvan is altijd betrekkelijk geweest. Het verschil met eerdere regeringen is dat PiS geen enkele ruimte laat voor pluriformiteit, loyaliteit eist en haast heeft. De partij wacht niet tot termijnen van directeuren aflopen, maar pest hen weg of verzint trucjes.

Toen bleek dat de regering niet zomaar van Machcewicz af kon, richtte ze het Westerplatte-museum op, een instituut zonder personeel of telefoonnummer. En plaatste zijn Tweede Wereldoorlogmuseum daaronder. Zo werd de directeur niet ontslagen, zijn baan bestond ineens niet meer.

Met steun van de burgemeester van Gdansk – die in januari 2019 werd vermoord, volgens sommigen als gevolg van extreme haat in het Poolse politieke debat – en na een slepende rechtsgang, wist Machcewicz een jaar uitstel te forceren. Het lukte hem het museum in maart 2017, vroeger dan gepland, te openen, drie weken voor hij definitief weg moest. „Dat voelde als een geweldige overwinning. Anders was het voor de regering veel makkelijker geweest om de tentoonstelling volledig te vervangen.”

Lees ook: ‘Musea schipperen tussen identiteit bevragen en bevestigen’

Op de vraag welk museum nu aan de beurt is, noemt iedereen het Europese Centrum voor Solidariteit. Dit vertelt over de rol van vakbond Solidarnosc (Solidariteit) en diens leider Lech Walesa – ook nu een oppositieman – in het omverwerpen van het communisme. Omdat het niet in handen is van het rijk maar van Gdansk, heeft de regering het nog niet ingekapseld. Maar met het verlagen van subsidie wordt veel druk uitgeoefend.

Volgend jaar is het veertig jaar geleden dat Solidariteit in opstand kwam tegen het communistische regime. Hét moment om de geschiedenis van het verzet opnieuw te vertellen.

„Ik ben ook een Solidariteitsman en mijn visie en waarden, en die van miljoenen Polen, worden in dat museum niet uitgedragen”, zegt minister Piotr Glinski. Zijn kritiek: „Ik vind dat een plek waar veel publiek geld aan wordt besteed, niet één politieke visie moet verkondigen.”