Het politiek ontwaken van de scholier

Jongeren en politiek Jongeren laten hun stem horen, het luidst in de klimaatprotesten. Worden zij een politieke factor? Zes portretten van politiek ontwaakte jongeren.

Foto Khalid Amakran

Jongeren roeren zich. Er zijn vrijdagse schoolstakingen om aandacht te vragen voor de klimaatcrisis. De internationale actiegroep Extinction Rebellion, die ook veel jongeren in de gelederen heeft, was de hele week burgerlijk ongehoorzaam in Amsterdam en meer dan zestig andere steden – ook voor het klimaat. Half september overhandigde de nieuwe jongerenbeweging Coalitie-Y tien eisen aan premier Rutte om de studie- en prestatiedruk op jongeren te verminderen en hun positie op de arbeidsmarkt te verbeteren. Het klimaat komt wat minder nadrukkelijk langs in eis nummer tien: ‘We zorgen voor een schone, leefbare toekomst voor jongeren.’

Over de klimaatbeweging van jongeren: ‘Greta is de persoon die een reactie heeft ontketend’

Wat is er veranderd dat jongeren, van wie wel gedacht wordt dat ze hun leven vooral doorbrengen op hun telefoon, plots blijk geven van engagement? Wim de Jong (37), onderzoeker politieke geschiedenis aan de Open Universiteit, zegt dat de politieke belangstelling van jongeren statistisch gezien al jaren stabiel is. Maar, zegt hij ook, voor de vorige generatie speelden thema’s als studiefinanciering en klimaat nog minder sterk. „En er wordt nu een verhaal omheen gebouwd: dat jongeren in het verdomhoekje zitten. Zoals Henk Krol doet met de ouderenpartij. ‘Jullie worden bedreigd’, is de boodschap van Coalitie-Y. Extinction Rebellion zegt: ‘De overheid beschermt mij niet.’” Nieuw is ook, zegt De Jong, dat scholieren in de Zweedse klimaatactivist Greta Thunberg (16) een rolmodel hebben gekregen.

Vredesbeweging

Je kunt je afvragen hoeveel scholieren-activisme zich zal ontwikkelen tot werkelijke politieke betrokkenheid. De Jong denkt dat er altijd wel „een clubje” is dat ook partijpolitieke belangstelling ontwikkelt. Zoals in de jaren zestig. „Die begonnen met een vredesbeweging, anti-atoombomprotest. Net zo’n thema als het klimaat: het gaat over iets enorms, de vernietiging van de wereld, en staat los van het technocratische, Haagse verhaal. Daar kun je jongeren mee mobiliseren.” Eind jaren zestig werd het jongerenprotest echt een politieke factor. „De jongeren van Nieuw Links namen de PvdA over. Dat waren deels mensen die waren begonnen met antikernwapenprotesten.”

De ‘staatscommissie parlementair stelsel’ rapporteerde eind vorig jaar dat jongeren zich te weinig gehoord voelen door de politiek. „In Nederland zijn er relatief veel oudere mensen”, zegt Joppe van Gent (19), tweedejaars philosophy, politics and economics in Utrecht. „Jongeren kunnen denken: mijn stem maakt niets uit.” Coalitie-Y – een initiatief van de ChristenUnie dat programmamaker Tim Hofman binnenhaalde als publicitair kanon – wil dat bij kabinetsformaties een gesprek wordt gevoerd met jongeren. En dat beleidsvoorstellen een ‘generatietoets’ krijgen om te zien hoe ze, ook in samenhang met andere wetten, uitpakken voor verschillende generaties. Het Jongerenplatform van de Sociaal-Economische Raad wil ook zo’n toets.

Het kabinet lijkt bereid jongeren tegemoet te komen. Minister Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) werkt aan een Jongerenparlement dat begin 2020 geïnstalleerd moet worden. Hoe dat eruit gaat zien, is nog onhelder. Volgens het ministerie zullen de jongeren „aanbevelingen” doen aan de Tweede Kamer over onderwerpen die voor jongeren van belang zijn. „Denk aan het klimaat, werkgelegenheid, sport, gezondheid en onderwijs.”

Troonrede

Politicoloog Jasmijn Verbeek (27) zegt dat ze „honderden spontane aanmeldingen” ontving nadat het Jongerenparlement in de Troonrede was genoemd – hoewel aanmelden nog niet kan. Verbeek leidt een project waarin ‘Jongerenambassadeurs’ van 15 tot 21 jaar worden getraind om organisaties te adviseren. Ze merkt dat ministeries jongeren langzaam serieuzer beginnen te nemen. „Ambtenaren beseffen dat jongeren kennis hebben die zij niet hebben. Niet alleen over social media maar ook over hoe je in het algemeen met jongeren communiceert.” Zo vroeg het ministerie van Volksgezondheid jongeren om advies bij de voorlichting over vaccinatie.

Jongerenambassadeurs adviseerden ook over het Jongerenparlement: leden zouden tussen de 15 en 25 jaar moeten zijn en gerekruteerd moeten worden via scholen, buurtcentra, sportclubs. Het parlement zou maandelijks in de Tweede Kamer moeten vergaderen en gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan Tweede én Eerste Kamer, die er verplicht op zouden moeten reageren.

Politiek historicus Wim de Jong vindt het Jongerenparlement oude wijn in nieuwe zakken. „Dat deden ze in de jaren vijftig al.” Zij het dat toen gerecruteerd werd in de jongerenafdelingen van partijen. „En zo’n Jongerenparlement heeft natuurlijk ook nooit meer dan een adviserende functie, het is een beetje categorie ‘klimaattafels’. Als ze wetsvoorstellen mogen afschieten, dan heb je het ergens over. Maar dan moet de grondwet worden aangepast.”

Hebben jongeren ooit werkelijk politieke invloed? „Dat denk ik eigenlijk niet”, zegt De Jong, die de G500 van Sywert van Lienden in herinnering roept, een kortstondige jongerenbeweging uit 2012 die de politiek van binnenuit wilde hervormen. „De vraag is altijd hoeveel zoiets nu echt teweegbrengt.” Dé manier om als jongere echt invloed te krijgen, zegt De Jong, blijft toch: via politieke partijen – maar daar hebben de meeste jongeren geen geduld voor. „De politieke partij is al vaak doodverklaard maar staat altijd weer op. Thierry Baudet bewijst weer dat het helemaal geen verouderd model is.”

‘Laat kinderen op school proeven aan politiek’

Chaimae Fadis (18) Rotterdam, 2 MBO niv. 4

Werd zich vroeg bewust van een gebrek aan gelijke kansen. Kwam in Jongerenraad Young010 door te reageren op een uitnodigingsbrief van toenmalig wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) aan alle Rotterdamse jongeren van 12 tot 23 jaar. Is nu voorzitter.

Foto Khalid Amakran

„Ik doe de opleiding directiesecretaresse/management-assistent, maar dat wil ik niet worden. Ik zeg altijd: ik word de eerste vrouwelijke burgemeester van Rotterdam.

„Rond mijn zestiende liep ik tijdens een stage mee met wijkagenten. Daar merkte ik: de politie lost problemen op, maar pakt ze niet aan. Dat doet de politiek. Bijvoorbeeld bij een hennepkwekerij: de politie vernietigt alles, maar kan niet voorkomen dat het er komt.

„Ik merkte ook dat er kansen-ongelijkheid is. Vroeger woonde ik in een arme wijk. Maar ik hockeyde ook, bij Feijenoord. Wat ik merkte was: ik had een buurman met een uitkering, mijn hockeyvriendinnen hadden een buurman die directeur was van een groot bedrijf. Of hun ouders hadden zo’n baan. Ik dacht: zij kunnen een groot netwerk opbouwen, ik niet. Dat vond ik oneerlijk.

„Tijdens een stage bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid ben ik de gasten van voorzitter Marco Pastors gaan ontvangen. Zo heb ik leren netwerken. En door mijn netwerk heb ik als mbo’er stage kunnen lopen bij het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), waar ik me heb beziggehouden met gelijke kansen.

„In mijn eerste jaar op het mbo bleek dat bijna niemand ging stemmen. Toen ik vroeg waarom niet, zeiden ze: we weten niet waarop. Dan denk ik: oké, dat is de rol van het onderwijs. Laat jongeren proeven aan politiek. Je kunt de stemgerechtigde leeftijd verlagen, maar begin dan ook al in groep zeven, acht over politiek te vertellen. Je bent nooit te jong om aan politiek te proeven. Als mensen achttien zijn en er dan pas over horen, dan stemmen ze de eerste drie jaar niet.

„Ik heb één keer gestemd, bij de Europese verkiezingen. Op welke partij zeg ik liever niet, omdat ik nog aan het zoeken ben wat echt bij mij past. Ik vind het ook iets persoonlijks. Mijn ouders hebben mij ook nooit gezegd op wie ze stemden, ze wilden me mijn eigen keus laten maken.

„Ik heb me bewust nog niet aangesloten bij een politieke partij, al ben ik vaak benaderd. Een vrouw zei een keer tegen mij: je bent jong, je blijft je ontwikkelen. Als je voor een partij kiest en dan weer verandert, dan blijft dat je achtervolgen.

„Aan de klimaatmarsen doe ik niet mee. Supermooi dat jongeren zich bezighouden met het klimaat, maar mijn hart ligt vooral bij kansen-ongelijkheid.”

‘Ik ben thuis het meest rechts’

Rijk Robijns (18) Amsterdam, 6 gymnasium

Politiek geïnteresseerd sinds zijn twaalfde, toen hij in Het Parool dingen begon te lezen die te maken hadden met zijn eigen leven. Wat weet hij niet meer. „Vast iets over voetbalveldjes.” Zit op school bij de debatclub. Wil internationale betrekkingen studeren.

Foto Khalid Amakran

„De Provinciale Statenverkiezingen vielen op de dag dat ik achttien werd. Ik heb op Forum gestemd. Baudet vond ik een beetje een blaaskaak, maar de ideeën vond ik redelijk. FVD wilde een kenniskabinet, ik ben er erg voor om kennis van burgers te gebruiken in de politiek. En ik vond het interessant dat FVD speciaal benoemde dat ze de Nederlandse cultuur wilden behouden. Later werd duidelijk dat FVD voor een Nexit is, daar ben ik fel tegen. Daarom ben ik bij de Europese verkiezingen doorgeschoven naar de VVD.

„Ik ben er wel fan van om de markt zoveel mogelijk zijn gang te laten gaan. Hoewel dat ook mis kan gaan, bijvoorbeeld op de huizenmarkt. Ik ga volgend jaar op kamers en kom erachter dat het onmogelijk is voor een student om zijn eigen kamer te kopen, veel te duur.

„De VVD is ook geneigd wat rustiger naar het immigratiebeleid te kijken. Niet de grenzen zoveel mogelijk opengooien, maar: welk aantal kunnen we opnemen opdat mensen zo goed mogelijk integreren? Voor de PVV heb ik nooit interesse gehad.

„Mijn ouders hebben gelukkig een andere politieke mening dan ik, dat maakt het debat leuker. Ik ben thuis het meest rechts. Bij de Provinciale Statenverkiezingen stemden mijn vader en zus PvdD, mijn andere zus D66 en mijn moeder PvdA.

„Ik zou me graag aansluiten bij een partij op de rechterflank maar ik ben het nog niet volledig eens met één partij. En ik ben zo jong, je verandert nog van mening. Ik heb nog lang niet alles van de wereld gezien.”

‘Staken is iets met impact wat ik zelf kan doen’

Dana Seggev (17) Utrecht, 6 vwo

Sloot zich in februari aan bij Fridays for Future, klimaatstakingen van scholieren geïnspireerd door Greta Thunberg. Staakte in september elke vrijdagmiddag en liep een week lang de March for Future. Is lid van de SP.

Foto Khalid Amakran

„Mijn ouders hebben altijd veel over politiek gepraat. Rond mijn veertiende wilde ik in actie komen. Mijn droom was op een Greenpeaceschip walvisjagers tegen te houden, maar daar was ik te jong voor. In februari begonnen de Fridays for Future-stakingen. Ik dacht: dit is iets wat ik zelf kan doen, wat impact kan hebben. We staken in Utrecht nu niet elke vrijdag, we werken toe naar de volgende actiedag op 29 november.

„Politiek is voor mij een middel, niet zozeer een doel. Op het moment dat ik denk dat ik in de politiek meer kan bereiken dan erbuiten, zou ik misschien in de politiek gaan. Nu moeten we vooral druk opbouwen op mensen in de Tweede Kamer. Het is onder politici populair om te zeggen: ‘wij steunen de scholierenstakingen’, maar er wordt niet naar gehandeld. Ik ben pas tevreden als de CO2-doelen gehaald worden en de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden blijft.

„Ik ben lid van de SP maar kan me niet vinden in alle standpunten. Het is belangrijk de bedrijven aan te pakken die de grootste winsten maken, die zijn ook het meest vervuilend. Maar ik vind dat de urgentie van het klimaat door de meeste SP-Kamerleden niet genoeg wordt gevoeld. Ze voeren de druk niet genoeg op.

„Wij zijn voornamelijk scholieren, bij de internationale actiegroep Extinction Rebellion [die deze week actievoerde in Amsterdam] zijn ook volwassenen aangesloten. Hun eisen komen niet helemaal overeen met die van ons. Zij willen de noodtoestand, en een burgerberaad voor een rechtvaardige transitie. Wij willen dat de politiek luistert naar de wetenschap. Maar ik vind burgerlijke ongehoorzaamheid wel een goede manier van actievoeren.”

‘Op de barricaden staan is voor mij niet genoeg’

Luuk Nafzger (17) Utrecht, 5 havo

Raakte rond zijn dertiende geïnteresseerd in maatschappelijke vraagstukken. Zijn vader, die jong overleed, was directeur van een zwarte school en streefde naar gelijke kansen. Luuk werd op zijn vijftiende lid van GroenLinks, is nu lid van D66. Wil eerst in de gemeenteraad en dan naar de Tweede Kamer.

Foto Khalid Amakran

„Met de klimaatstakingen laten jongeren zien dat zij er óók nog zijn. Die cultuur voel je nu sterk: jongeren die op grote schaal roepen: ik wil meepraten.

„Op je veertiende, vijftiende ben je nog erg in ontwikkeling. GroenLinks had op dat moment een heel sterk geluid. Met betrekking tot het klimaat wilden ze veel voor elkaar krijgen. Nieuwe energievormen, CO2-reductie. Ik werd lid, ging weleens naar een meet up, of naar campagnebijeenkomsten. Zelf heb ik ook een campagnebijeenkomst georganiseerd.

„GroenLinks kreeg de kans om te regeren, deed dat niet. Dat vond ik jammer, voor mij is op de barricaden staan alleen niet genoeg. Ik had ook niet het idee dat GroenLinks bereid was een middenweg te vinden, compromissen te sluiten.

„D66 richt zich meer op wat de burger wil en vindt. Ik ben naar een paar lokale discussie-bijeenkomsten geweest over een onderwerp als xtc – of dat legaal moet worden. Ik ben ook naar een euthanasiebijeenkomst van Pia Dijkstra geweest en in november ga ik naar het congres.

„Ik vind het jammer hoe iedereen tegenover elkaar staat. Zoals in het Zwarte Pietendebat: aan de ene kant een groep blokkeerfriezen, aan de andere kant een groep die heel erg anti-racistisch is. Dan denk ik: ga naast elkaar staan, hand in hand, en zorg voor een oplossing die goed is voor iedereen.”

‘Jongeren komen te laag op de lijst’

Bibi Wielinga (17) Amsterdam, 6 gymnasium

Zag op haar veertiende de documentaire The Black Panthers: Vanguard of the Revolution – over de burgerrechtenbeweging in Amerika – en besloot politiek actief te worden. Ze werd lid van D66, maar stapte later over naar de Europese partij Volt. Bij de Europese Verkiezingen in mei was ze de nummer vier op de Nederlandse lijst. De partij haalde één zetel, in Duitsland.

Foto Khalid Amakran

„Die klimaatmarsen zijn prachtig, ik ben erbij, stem ermee in, maar hoe harder we schoppen, hoe minder mensen bereid zijn naar ons te luisteren. De enige manier om als jongeren echt dingen te veranderen is zelf in het parlement gaan zitten.

„Toen ik besloten had de politiek in te gaan, ben ik onderzoek gaan doen naar zoveel mogelijk verschillende partijen. Ik kom niet per se uit een progressief gezin; bij GroenLinks schrikte het ‘links’ me af. Eigenlijk wist ik toen überhaupt niet wat links of rechts inhield. ‘Links’ klonk extreem, de VVD was rechts, D66 leek de meest redelijke optie.

„Waar ik op afknapte bij D66, was dat je als jongere in een soort kinderstoeltje wordt gezet. Er staan ook nauwelijks mensen van 22, 23 op de lijst. Bij Volt kon ik meteen aan de slag. Afgelopen zomer heb ik het grassroots-gedeelte van onze Nederlandse strategie gecoördineerd.

„Ik heb tijdens campagnes dit jaar veel jongeren ontmoet die heel laag op een lijst stonden, of lijstduwer waren. Dan kan een partij zeggen: onze gemiddelde leeftijd is laag en we hebben iemand van 25 op de lijst. Maar het is niet zo dat jij gehoord wordt. Omdát jongeren geen mensen van hun eigen leeftijd zien in de politiek, zijn ze niet geneigd zich erin te verdiepen en zelf voor zo’n rol te gaan.”

‘Schandalig dat we Tim Hofman nodig hebben’

Félicia Harmsen (17) Hoogland, heeft tussenjaar na de havo

Richtte voor een basisschoolopdracht eens een Partij voor de Mensen op omdat ze het raar vond dat er alleen een Partij voor de Dieren was. Plaatst opvattingen over vrouwen- en kinderrechten op haar Instagram-account en gaat erover in gesprek.

Foto Khalid Amakran

„Het is belangrijk dat we de mogelijkheid krijgen om te praten en om gehoord te worden. In de Tweede Kamer zou bij alles wat met jongeren te maken heeft een Jongerenparlement aanwezig moeten zijn. Als het gaat over salaris bijvoorbeeld – dat je als jongere niet eerlijk of zwart betaald krijgt; over het leenstelsel; over ouders die een studie niet kunnen betalen. Alles wat kinderen tegenhoudt om zichzelf te verbeteren, vind ik een urgent probleem.

„Als je meer ervaring hebt in het leven, betekent dat niet dat je altijd gelijk hebt, of dat je niet meer hoeft te luisteren naar mensen met minder ervaring.

„Ik ben niet bezig met welke partij ik het beste vind. Wel probeer ik altijd als ik met volwassenen praat, of met belangrijke mensen in een bedrijf, te zeggen: hé, ik ben pas zeventien, maar ik kan mijn werk goed doen. Wat vind je ervan dat ik maar zo weinig verdien? Als ik van één iemand de gedachten verander, kan dat helpen om iets te veranderen in het groot.

„Ik ben niet de straat opgegaan voor het klimaat, maar ik vind de demonstraties wel nodig. Jongeren worden niet gezien tenzij ze school missen om ergens voor te strijden. Beetje triest, maar zo is het wel. Het is mooi dat [programmamaker] Tim Hofman betrokken is bij een jongerengroep die vanuit de ChristenUnie is ontstaan [Coalitie-Y], maar het is ook een beetje schandalig dat we een Tim Hofman nodig hebben. Mark Rutte kan ook aan jongeren vragen: wat zijn jullie problemen en hoe lossen we die op?”