Planoloog Zef Hemel deed inspiratie op in Singapore, waar een cluster aan attracties is aangelegd aan de zuidkant van de stad. Bezoekers aan Supertree Grove lopen door een bos van metalen bomen.

Foto Fabio Nodari

‘Als het iconisch is, komen de toeristen’

Amsterdam De Amsterdamse binnenstad bevrijden van massatoerisme? Bouw een toeristencentrum op de Zuidas, zegt planoloog Zef Hemel.

De Amsterdamse Zuidas: nu nog het domein van consultants en advocaten, uitgestorven na zeven uur ’s avonds. Maar als het aan planoloog Zef Hemel ligt, verrijzen hier in de nabije toekomst een overdekte klimaattuin, een casino en andere „spannende venues” met een „opwindend en gevarieerd avond- en nachtprogramma”.

Alleen door zo’n „tweede toeristencentrum”, gelooft Hemel, kan de Amsterdamse binnenstad bevrijd worden van het juk van massatoerisme met al zijn uitwassen: de rolkoffers, de vastgoedspeculanten, de wafelwinkels, de uitdijende terrassen en de eindeloze massa’s mensen. De toeristen moeten naar een andere plek gelokt worden, zodat de centrumbewoners weer kunnen ademhalen.

Twee maanden lang onderzocht Hemel, hoogleraar grootstedelijke vraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam, de conditie van de historische binnenstad. Hij nam zijn intrek in de portiersloge van de Oude Kerk, op de Wallen, en voerde honderden gesprekken met centrumbewoners en -gebruikers, van buurtactivisten tot vastgoedondernemers, van prostituees tot bejaardenhuisbewoners. Ook hield hij twaalf publieksavonden en nodigde hij zichzelf uit bij bewoners thuis.

Het resultaat, Een nieuwe historische binnenstad, overhandigde hij donderdagavond aan burgemeester Femke Halsema, zijn opdrachtgever. In dat document stelt Hemel een ernstige diagnose over het centrum van Amsterdam: daar is sprake van een ernstige vorm van vervreemding. „Iedereen wantrouwt elkaar: burgers de overheid, bewoners de ondernemers, ondernemers de bewoners, bewoners elkaar.”

Het stadsbestuur doet van alles om de druk te verlichten: een hotelstop, een verbod op ‘toeristenwinkels’, verregaande plannen om auto’s te weren. Burgemeester Halsema zint zelfs op het sluiten van ramen op de Wallen. Maar met een voorspelde verdubbeling van het toerisme in de komende twintig jaar moet het allemaal nog veel inventiever, vindt Hemel.

Valetparking voor fietsen

In zijn stuk komt hij met concrete ingrepen om de Amsterdamse binnenstad weer terug te geven aan de bewoners. Zo stelt hij voor om valetparking in te voeren voor fietsen in uitgaansgebieden. „Heel simpel. Je meldt je via een app, betaalt 1 of 2 euro, en als je uit de kroeg komt, staat je fiets weer klaar.”

Ander idee: alle bevoorrading en vuilnisophaal laten doen door elektrische boten in de grachten. „Dat is duurzaam, brengt bedrijvigheid en ontlast de bruggen en kades, die er slecht aan toe zijn. Bovendien geeft het de bewoners het gevoel dat het water niet alleen van de toeristen is.”

Leuke ideeën, vindt Hemel zelf, maar ze zullen alleen maar succes hebben als Amsterdam ook zijn meest radicale voorstel durft uit te voeren: de creatie van een tweede toeristisch centrum op de Zuidas.

Massatoerisme in steden, zegt Hemel, moet je zien als een „processie”. In Amsterdam loopt de wandelroute van het Damrak naar het Museumplein. „Alle attracties liggen zo’n beetje op die route. Maar we moeten de processie verlengen.” Qua locatie heeft de Zuidas alles in zich om een toeristische trekpleister te worden, denkt Hemel: vlakbij Schiphol, drie haltes vanuit het centrum met de nieuwe Noord/Zuidlijn, hotels van alle grote internationale ketens. En vanaf 2025 het verbouwde station Amsterdam-Zuid, waar alle internationale treinen aankomen en vertrekken.

Alleen: dat moet er wel iets bijzonders verrijzen. Hemel deed afgelopen zomer inspiratie op in Singapore, waar een cluster aan attracties is aangelegd aan de zuidkant van de stad. „Een groot park, waar ’s avonds lichtshows zijn. Een wandelparcours naar een geweldig hotel met een zwembad en een shopping mall annex casino, aan de baai. Daar neem je je vrienden mee naartoe.”

Dat moet ook kunnen in Amsterdam. „Laten we een dependance van de Keukenhof openen. Natuurlijk met overdekte klimaatdomes, want het moet het hele jaar open zijn. Een waanzinnig casino naast congrescentrum RAI. Een goede mall, een concertzaal.” Dat zo’n nieuw toeristencentrum niet ‘oud’ en ‘authentiek’ en is, is volgens Hemel geen bezwaar. „Als de architectuur maar iconisch is, dan komen ze wel.”

Simpele vraag: zorgen nieuwe toeristische attracties niet juist voor meer in plaats van minder toeristen? Daar heeft hij „goed over nagedacht”, zegt Hemel. Zijn conclusie: nee, de druk op de stad zal afnemen omdat de toeristen straks niet alleen meer het centrum afstruinen.

Let op, zegt Hemel, zijn plan heeft niets te maken met het huidige beleid van toeristenspreiding (Zandvoort als Amsterdam Beach, het Muiderslot als Amsterdam Castle). Daar gelooft hij helemaal niet in, want dat is „allesbehalve duurzaam” en leidt hoogstens tot tijdelijke „verdunning”.

Het sleutelwoord is „concentratie”: de hordes moeten worden samengebracht op een andere, compacte plek. „De internationale toeristenmarkt zit heel eenvoudig in elkaar. Van de drie dagen dat toeristen naar Amsterdam komen, brengen ze er straks twee door op de Zuidas en het Museumplein. Op de derde dag gaan ze de binnenstad in, naar het Anne Frankhuis. Waarom zouden ze dan nog naar de Wallen willen?”

Zijn visie, zegt Hemel, is nadrukkelijk géén beleidsplan. Het Amsterdamse stadsbestuur is nu aan zet om zijn toekomstbeeld te realiseren. Dat gaat „vijftien tot twintig jaar” kosten. En het moet niet alleen van de bestuurders komen: de bewoners gaan wat hem betreft een grote rol spelen.

Het moet en het kan

Dat zijn visie ambitieus en ingrijpend is en miljarden vereist – dat weet Hemel. Maar het móet: „We kunnen de binnenstad toch niet na 750 jaar als sociale en culturele ruimte laten verdampen? Wat is een stad zonder fysiek centrum?” En het kán: „Amsterdammers houden van hun stad. Als je die kracht kan mobiliseren, dan gaat het lukken.” Het is een kwestie van groots denken en een lange adem, zegt Hemel. „Denk aan burgemeester Ed van Thijn, die een binnenstadsplan bedacht en uitvoerde. En de ambitie had de Olympische Spelen naar Amsterdam te halen.”

En als het stadsbestuur het niet aandurft? Dan voorziet Hemel binnen afzienbare tijd een heuse „bewonersopstand”. Die zal anders zijn dan in de jaren zeventig, toen de inwoners van de Nieuwmarktbuurt met geweld in verzet kwam tegen de sloopplannen voor de metro. Deze keer zullen de bewoners stemmen met hun voeten, denkt Hemel. „Ze verkopen hun huis en keren de binnenstad massaal de rug toe. De woede en frustratie is zó groot.”