Acht jaar westerse chaos in Syrië

Rebellengroepen Donald Trumps beslissing van deze week betekent het roemloze einde van de Amerikaanse bemoeienissen in Syrië.

Koerden in Cyprus demonstreren donderdag voor de Amerikaanse ambassade in Nicosia. De Turken zijn een offensief begonnen in het noordoosten van Syrië.
Koerden in Cyprus demonstreren donderdag voor de Amerikaanse ambassade in Nicosia. De Turken zijn een offensief begonnen in het noordoosten van Syrië. Foto Katia Christodoulou/EPA

Toen president Trump begin deze week het licht op groen zette voor de Turkse militaire operatie in Noord-Syrië waren vriend en vijand gechoqueerd. Trump stak een mes in de rug van de Syrische Koerden nadat die geweldige offers hadden gebracht in de strijd tegen IS. Experts waarschuwden dat de Amerikaanse terugtrekking de terugkeer van IS in de hand werkt. Dat het risico bestaat dat duizenden IS-gevangenen uit Koerdische kampen zullen ontsnappen.

Lees ook: Als het Westen niet optreedt doen anderen het wel

Maar veel experts herinnerden er de voorbije dagen ook aan dat de Turkse operatie bijna een onvermijdelijk gevolg is van de beslissing van Trumps voorganger Obama die in 2015 in zee ging met de YPG. De Amerikanen wisten dat het de Syrische tak was van de PKK, de Turks-Koerdische groepering die niet alleen door Turkije maar ook door de Verenigde Staten en de Europese Unie als een terreurorganisatie wordt beschouwd.

Die beslissing was het gevolg van een jarenlang halfslachtig Amerikaans beleid rond de steun aan de Syrische rebellen, en ook van de manier waarop de VS vanaf 2015 het Syrische conflict alleen nog door het prisma van de strijd tegen IS bekijken. Trumps beslissing van deze week betekent dan het roemloze einde van de Amerikaanse bemoeienissen in Syrië.

Arabische Lente

Toen de Syrische oorlog in 2011 begon, zag het er veelbelovend uit. In Tunesië en Egypte had de Arabische Lente Amerikaanse bondgenoten uitgeschakeld. Washington ging met tegenzin mee in de nieuwe politieke realiteit daar.

Maar in Syrië zag men een kans om af te rekenen met een regime dat Washington al decennialang een doorn in het oog was. Bashar al-Assad speelde voortdurend spelletjes met de Amerikanen. Het ene moment hielp hij de CIA terroristen te pakken. Dan weer stuurde hij bussen vol jihadisten naar Irak om daar tegen de Amerikaanse bezetting te vechten en hen bij hun terugkeer te arresteren. Assad draaide de jihadistische kraan open of dicht, afhankelijk van wat hij bij de Amerikanen wilde bereiken.

Amerikanen steunden de rebellen wel, maar ze wilden eigenlijk niet dat die de oorlog zouden winnen

‘Regime change’ wordt het officiële Syrië-beleid, maar wanneer Obama vanaf 2013 begint met het bewapenen en trainen van de Syrische rebellen lopen de plannen al snel stuk op de ingewikkelde realiteit.

In Geen Weg Terug beschrijft Rania Abouzeid de chaos, zo zei een Syrische rebel: „Elke drie mannen noemen zichzelf een bataljon en elke vijf een brigade.”

Tegelijk buitelen landen over elkaar heen om die rebellen te bewapenen, elk om hun eigen reden. Journalist Sam Dagher schrijft in Assad Or We Burn The Country: „De Saoediërs hadden een team in Turkije dat als enige taak had om rebellengroepen weg te lokken van Qatar met cash en wapens. Sunnitische geestelijken uit de Golfstaten vlogen naar de Turks-Syrische grens met valiezen vol geld om hun favoriete rebellengroepen te steunen. Die groepen begonnen op hun beurt islamitisch klinkende namen te adopteren om hun kans op steun te verhogen.”

Syrische Koerden protesteren tegen de Turkse invasie tijdens een demonstratie voor het hoofdkantoor van de Verenigde Naties in Erbil, Irak.

Foto Azad Lashkari / Reuters

Amerikaanse steun

Susan Rice, destijds nationaal veiligheidsadviseur, verdedigt deze week in The Atlantic hoe het Amerikaanse beleid tot stand kwam. „De assistentie die wij hebben verleend was significant maar niet wat de rebellen wilden of nodig hadden. Wij hebben niet het maximale gedaan omdat wij tot de vaststelling waren gekomen dat de risico’s van het bewapenen van rebellen in een chaotische oorlogszone uiteindelijk zwaarder wogen dan de voordelen.”

Anders gezegd: de Amerikanen steunden de rebellen wel, maar ze wilden eigenlijk niet dat die de oorlog zouden winnen. „Het idee was niet om hun de middelen te geven om de strijd te winnen maar om het regime aan de onderhandelingstafel te krijgen”, citeert journalist Dagher een Amerikaanse diplomaat.

De VS doen nog een poging om een eigen rebellenleger te trainen, maar dat mondt uit in een farce. In 2015 moet een generaal voor het Congres toegeven dat van de duizenden rebellen die de VS waren getraind er nog „vier of vijf” effectief aan het vechten waren.

De aandacht heeft zich dan verlegd naar de strijd tegen IS, en de Amerikanen eisten van hun rekruten dat zij hun wapens alleen tegen IS mochten gebruiken. Veel rebellen, voor wie de strijd tegen Assad belangrijker was, gaven er de brui aan. Anderen liepen over naar Al Qaida-filiaal Jabhat al-Nusra of werden door hen gevangengenomen.

Op een bepaald moment raken door de CIA gesteunde rebellen zelfs slaags met een andere, door het Pentagon gesteunde groep rebellen. Die laatste zijn de Koerden van de YPG, die uiteindelijk de partner worden van de VS in de strijd tegen IS.

De Amerikanen weten op dat moment heel goed met wie ze in zee gaan, en hoe gevoelig de YPG ligt bij bondgenoot Turkije. In 2017 onthulde generaal Raymond Thomas hoe dat in zijn werk ging: „Wij hebben gezegd: jullie moeten van merk veranderen. Hoe willen jullie graag heten behalve de YPG? Een dag later kwamen ze terug en zeiden ze dat ze de Syrische Democratische Strijdkrachten genoemd wilden worden. Ik vond het briljant om het woord democratie te gebruiken. Het gaf hun een beetje geloofwaardigheid.”

YPG is de ruggegraat

Gaandeweg zouden de Amerikanen de SDF inderdaad uitbreiden met sunnitische rebellen en diverse minderheden, maar de YPG blijft de ruggegraat. Turkije wordt gesust met de belofte dat de samenwerking met de YPG tijdelijk en tactisch is. Er wordt zelfs beloofd dat de YPG het zwaardere wapentuig achteraf zou teruggeven. De SDF zijn succesvol in de strijd tegen IS maar betalen daar een hoge prijs voor: 11.000 doden en 21.000 gewonden. Turkije kijkt ondertussen met stijgende woede toe hoe de SDF steeds meer terrein veroveren, ook op plaatsen waar geen of weinig Koerden wonen, zoals in Raqqa. De SDF slagen er ook in om diverse Koerdische gebieden met elkaar te verbinden. Turkije ziet aan zijn zuidgrens een ononderbroken Koerdisch gebied ontstaan dat gecontroleerd wordt door wat het beschouwt als zijn aartsvijand

Turkije zit met hetzelfde dilemma als de VS toen die de Syrische rebellen bewapenden

„Het belang op korte termijn om [IS] te bestrijden heeft geleid tot een strategische contradictie waarvan de voorzienbare gevolgen nu pijnlijk duidelijk zijn gemaakt”, schrijft Amanda Sloat van de Brookings Institution in The Washington Post. „Turkije, een NAVO-lidstaat, heeft nooit kunnen aanvaarden dat de VS een groep steunen die directe banden heeft met een terroristische organisatie die in een langdurig conflict is verwikkeld met de Turkse staat. Overigens vond niet elke politicus die nu kritiek heeft op Trump die alliantie destijds een goed idee. De echte verrassing is dat deze onhoudbare situatie zo lang heeft kunnen duren.” De vraag is: wat is de volgende stap? Syrië-expert Hassan Hassan vergelijkt op Twitter de Turkse operatie tegen de YPG met de Amerikaanse operatie tegen IS. „De prioriteit is om een tegenstrever een territorium uit te gooien. Behalve dat is er geen enkel plan.”

Het probleem van de Turken

Turkije zit met hetzelfde dilemma als de VS toen die de Syrische rebellen bewapenden. Het Turkse leger werkt samen met het zogeheten Syrische Nationale Leger (SNL) waarvan Hassan opmerkt dat het: „noch nationaal, noch een leger is”.

Het SNL is een samenraapsel van diverse rebellengroepen die vroeger tot het Vrije Syrische Leger behoorden. Een van die groepen is de Sultan Murad-brigade. Die kwam vorig jaar in opspraak toen Nieuwsuur onthulde dat hij logistieke steun kreeg van Nederland. Hoewel Sultan Murad door het Openbaar Ministerie als een terreurorganisatie wordt beschouwd en door Amnesty International is beschuldigd van oorlogsmisdaden.

Zie ook het dossier dat NRC bijhoudt over de Turkse inval in Syrië

Veel zal afhangen van de Russische president Poetin, bondgenoot van Damascus die ook op goede voet staat met Erdogan. Van Poetin weten we dat hij graag een terugkeer wil naar de verklaring van Adana die Syrië en Turkije in 1997 ondertekenden. Hafez al-Assad sloot toen onder dreiging van een Turkse invasie de PKK-kampen in Syrië en zette PKK-leider Abdullah Öcalan het land uit, wat leidde tot zijn arrestatie in Kenia een jaar later.

Mogelijk hoopt Poetin dat het Amerikaans vertrek een toenadering tussen de Koerden en Damascus kan faciliteren, en de terugkeer van het Syrische regeringsleger in Koerdisch gebied. Gesprekken zijn al maanden aan de gang. Assad laat weten dat hij niets te maken wil hebben met de YPG. Met de YPG uit de weg worden onderhandelingen misschien mogelijk.

Op de achtergrond speelt ook het grondwettelijk comité, een nieuw initiatief waarbij vertegenwoordigers van de Syrische regering, de oppositie en het maatschappelijk middenveld vanaf 30 oktober gaan praten over een nieuwe grondwet en verkiezingen. Ook een ideetje van Poetin. De Koerdische YPG mag niet meepraten.