Brieven

Wiegelied voor de stad

 

Ondertussen in de stad
die zat is
van succes en in een roes leeft
raast, beeft van de basedrums
steeds meer haast heeft
geen plek voor wie
het niet verdient, niet
genoeg dus eigen schuld, geen
gepamper, geen gelul

alles moet geteld, gemeten
wie niet past moet uit de ring
anders zonde van de centen, denk toch
aan de rendementen, kom maar terug
om schoon te maken
schoenen poetsen, dat soort
werk, trickle down
dat maakt ons beter, vecht je in
en wees maar sterk

en de zatten stampen zatter
hard gewerkt dus nu maar los
partyboten op het water
met de vuisten in de lucht, met de DJ
naar het stadsbos:

sus me, met je poeders, pillen
sus me met de beat
sus me met je corporate stories
ogen op de bal
wij gaan harder dan een ander
kijk die sterren, keukens, auto’s
suja, suja, kopen maar

rot op met je hitte-eiland
vlieg op met je vogelstand
sus me met je drank en billen
suja, suja, fuck het maar

maandagochtend, straks verdwijn ik
achter poortjes, roestvrijstaal
ik heb haast, ik rij je dood mens
krijg de kanker met je fietstas
naar de spiegeltorens moet ik
waar de dividenden groeien
handen af, je redt je maar

vrijdag hypotheek betalen
zaterdag aan lifestyle doen
sus me met je webshop, spullen
vliegvakantie, yogaklas
suja, suja, feesten, sporten
endorfine, racen maar
suja, hollend door de parken
sus me nou, ja sus me zwaar

bootcamp tot ik weer kan slapen
weer kan voelen wie ik ben
sus me, fuck me, aan de kant jij
ik ga slagen, kijk: ik ren.


Florence Tonk