Opinie

Zorg is geen schaakspel: rondschuiven lost niets op

Zorgstelsel De zorg voor gehandicapten is de laatste jaren uit instellingen gehaald. Dat pakt slecht uit en huisartsen kunnen niet alles verhelpen, schrijft .

Foto iStock

Duizenden gehandicapten hebben geen huisarts meer, stond in het artikel Wie zorgt er voor de gehandicapten? (NRC 4/10).

De Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) bracht het nieuws naar buiten naar aanleiding van een enquête onder haar leden. Maar het bericht is misleidend: die duizenden gehandicapten waar VGN over rept, hebben nooit een huisarts gehad.

Voorheen kregen zij medische zorg van artsen in instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Eind jaren negentig kwam een nieuwe ideologie in zwang, onder andere gestimuleerd door de VGN die nu zo klaagt. Mensen met een verstandelijke handicap moesten plots in woonwijken gaan wonen, terwijl ze over het algemeen erg tevreden waren in de instellingen waar ze verbleven. Deze ideologie kwam uit de koker van topambtenaren op het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Spor en, vreemd genoeg, ook van extramurale instellingen, van wie patiënten al buiten de instelling wonen.

De gedachte was dat mensen in een woonwijk veel gelukkiger zouden worden dan op het terrein van een instelling. Ze zouden integreren in de wijk en een normaal bestaan gaan leiden.

Het tegendeel bleek het geval: de mensen die voorheen veilig over het terrein van de instelling konden lopen, zaten nu binnen te verpieteren, omdat ze vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid niet naar buiten konden. Onderdeel van de visie die in de jaren negentig dominant werd, was het idee dat gehandicapte mensen niet meer gebruik maakten van de gespecialiseerde instellingsarts die alle tijd voor ze had, maar van een niet-gespecialiseerde huisarts die geen tijd had. In rap tempo werden de instellingen afgebouwd, evenals de goede medische voorzieningen in die instellingen.

Een kantoortje op afstand

De gespecialiseerde artsen werden geparkeerd in een kantoortje op een industrieterrein en konden telefonisch worden geraadpleegd door de huisarts die deze zorg in de schoot geworpen kreeg.

Vele instellingen saneerden de artsen weg, de huisarts ging immers de zorg verlenen. Dat maakte het beroep van arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG) er niet aantrekkelijker op, waardoor er nu ook nog eens een tekort aan AVG’s ontstond.Omdat de instellingen 24-uurszorg moeten leveren, zitten ze nu met een probleem. De AVG zit in een kantoortje op afstand en de huisarts is op dit gebied niet bekwaam. En zoals de Inspectie het uitdrukt: onbekwaam maakt onbevoegd.

Lees ook: Grote regionale verschillen in zorgkosten bij dementie

Voor de huisartsenposten geldt hetzelfde: ook daar werken gewone huisartsen die de diensten naast hun gewone dagpraktijk doen en nu al de grootste moeite hebben om alle patiënten op de huisartsenpost te bedienen. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om deze zorg goed te regelen, ze bieden immers 24-uurszorg aan en krijgen daar ook voor betaald. Tot ongeveer 2000 konden instellingsartsen de zorg voor gehandicapte mensen prima aan, ook de huisartsenzorg.

Het is lastig in te zien waarom ze dat nu niet meer zouden kunnen. De huisartsenzorg is cruciaal voor de Nederlandse gezondheidszorg. Het beperkt de zorgkosten en houdt de eigen bijdragen voor de patiënten – in vergelijking met de landen om ons heen – bescheiden.

Om dit evenwicht te behouden, moeten we de huisarts niet overladen met zaken die niet tot zijn competentie behoren. Niet alleen vanuit de gehandicaptensector worden patiënten naar de huisarts geschoven, maar eenzelfde tendens is waarneembaar vanuit de verpleeghuiswereld. Zo verschijnen er steeds vaker kleinschalige voorzieningen voor bijvoorbeeld dementerenden in de wijk. Dit is in feite verplaatste verpleeghuiszorg. Voor de patiënten in kwestie een goede ontwikkeling.

Lees ook: Bij patiënten met een lichamelijke aandoening maakt eenderde geen gebruik van medische hulp om financiële redenen.

Maar door de zorg voor gehandicapte of dementerende mensen uit verpleeghuizen te verplaatsen, wordt het niet ineens huisartsenzorg. Het blijft gespecialiseerde zorg, in dit geval voor de specialist ouderenzorg (voorheen verpleeghuisarts geheten). Kortom, de duizenden gehandicapte patiënten ontberen de zorg niet door onwil van huisartsen, maar door verkeerd beleid van onder andere VGN. Dat beleid heeft goede medische voorzieningen afgebroken. Het is de verantwoordelijkheid van de instellingen om dit weer op te bouwen en niet af te schuiven op een beroepsgroep wier competentie dit niet is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.