‘We staan er weer alleen voor’

Koerden in Nederland De inval van Turkije in Noordoost-Syrië zorgt bij veel Koerden in Nederland voor een gevoel van hulpeloosheid.

Een huiskamer vol bezorgde Koerden in Maastricht, met in het midden Charwan Ahmed en zijn zus Nazlan.
Een huiskamer vol bezorgde Koerden in Maastricht, met in het midden Charwan Ahmed en zijn zus Nazlan. Foto Chris Keulen

Woede is er. Angst. En ze voelen zich verraden.

„Nogmaals worden we teleurgesteld”, zegt Charwan Ahmed. Bij Syrische Koerden in Nederland is het nieuws van de Turkse inval in Noord-Syrië hard aangekomen. De 25-jarige geneeskundestudent zit naast zijn zus Nazlan op de bank. Ze zijn beiden geboren in Nederland, maar hebben familie zitten in Syrië. Rustig, maar met duidelijke zorg in zijn stem, stelt hij vast: „We staan er weer alleen voor.”

Eerder op de dag heeft Jane – een 38-jarige vrouw uit Rojava, maar inmiddels in het bezit van een Nederlands paspoort – telefonisch voorgesteld om een paar Koerdische vrienden en kennissen uit te nodigen. Om te praten over het Amerikaanse besluit om Turkije vrij spel te geven in Syrië.

Lees ook ons blog over de Turkse inval van Noord-Syrië

Een paar uur later blijken dat er vijftien te zijn, onder wie vijf kinderen. In de huiskamer van een flat in Nazareth, een wijk in Maastricht, zitten ze in een kringetje rond de tv, waarop Koerdisch nieuws te zien is. Beelden tonen het nachtelijk oplaaien van bombardementen, bebloede straten.

Ze zoeken elkaar op voor steun. Een neefje en nichtje van Charwan luisteren mee vanaf een kussen op de grond. Op tafel staan kopjes thee en een pot suikerklontjes.

Sommigen zijn geboren en opgegroeid in Nederland, anderen zijn kort na het uitbreken van de oorlog in Syrië gevlucht en hebben inmiddels een Nederlands paspoort. Enkelen zijn pas een paar jaar geleden gevlucht en zijn nog bezig met hun inburgeringscursus. Hoeveel Koerdische Syriërs de afgelopen jaren naar Nederland zijn gekomen, kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst niet direct zeggen.

Jane is haar roepnaam, ze wil haar volledige naam – bij de redactie bekend – zoals veel activistische Koerden in Nederland niet in de krant hebben, omdat ze bang is dat ze straks problemen krijgt in Turkije. Daar woont haar zieke oma, die ze nog wil kunnen opzoeken.

Uitlaatklep

Eerder heeft Jane posters uitgeprint. Op een is het lichaam van een Koerdisch jongetje te zien dat in het puin ligt. ‘Ik wil ook leven’, staat erbij. Komend weekend gaat ze naar een demonstratie in Den Haag om aandacht te vragen voor de Turkse inval in Rojava, het Koerdische noorden van Syrië. Momenteel is dat nog overwegend in handen van de YPG, de Koerdische militie die Turkije vanwege banden met de PKK beschouwt als terroristen. Als het aan Turkije ligt is de YPG binnenkort weg: langs de Turkse grens moet een ‘veiligheidscorridor’ komen.

Jane voelt zich hulpeloos. Van haar zus krijgt ze foto’s en video’s van het geweld in Rojava doorgestuurd. In Nederland kan ze niets doen. De voorbereidingen voor een demonstratie zijn ook een uitlaatklep. „De NAVO is gemaakt om vrede te stichten. En de NAVO kijkt toe!”, zegt ze. Tranen in haar ogen, ze verheft haar stem. „De hele wereld heeft gezien dat de Koerden tegen Islamitische Staat hebben gevochten voor hun eigen land.” Ze voelt enige steun van Den Haag. De Tweede Kamer heeft net unaniem een motie aangenomen voor „stevige sancties” tegen Turkije.

Geëmotioneerd vertellen anderen in de groep over familie in Syrië. Ze willen hun frustratie, hun zorgen kwijt. Allemaal willen ze komend weekend ook naar Den Haag. Een man die twee jaar geleden naar Nederland kwam, heeft een broer die nu vastzit in een van de plaatsen waar Turkije begonnen is met het offensief.

Lees ook: Haags ongemak over IS-strijders

Een vrouw die Azadi (‘Vrijheid’ in het Koerdisch) heeft getatoeëerd op haar hand, zegt twee zussen te hebben die voor de YPG vechten. „Dat betekende gewoon vechten tegen IS”, nuanceert ze. „Wij weten niet meer bij wie we horen. We dachten: Amerika is onze vriend, samen tegen IS. En nu is IS voorbij, en laten ze ons zitten. Dat is niet eerlijk.” Instemmende geluiden klinken in de groep.

Maar wat Nederland daadwerkelijk durft te doen tegen NAVO-partner Turkije, moet blijken. Koerden hebben geen vrienden behalve de bergen, luidt een Koerdisch gezegde. Charwan is ook niet meer verbaasd. Toen Turkije begin 2018 met Syrische rebellen de Koerdische regio Afrin binnenviel, waar zijn ouders vandaan komen, bleef behalve internationale veroordelingen een daadkrachtige reactie uit. Hij maakt zich vooral zorgen over de bevolking van Rojava. „Extremistische strijdgroepen die nu in Afrin zitten persen mensen af, slaan burgers in elkaar en zetten mensen uit hun huis”, zegt hij.

#SaveRojava

Zijn zus Nazlan gebruikt Instagram om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen. De 23-jarige rechtenstudent laat op haar telefoon sociale mediaberichten uit Syrië zien, waar ze sinds haar twaalfde niet meer is geweest. Onder de hashtag #SaveRojava komen bij haar de laatste posts binnen over de inval. Haar neefje en nichtje zijn nog nooit in Syrië geweest. „Ik zou graag willen”, zegt het nichtje. Familie heeft ze alleen op afstand kunnen spreken. Waar ze het dan met ze over zou hebben? „Hoe gaat het, leef je nog”, zegt het neefje, „Ben je gewond.”

Woorden van de internationale gemeenschap zijn niet genoeg, zegt Nazlan. „Praten doen ze altijd. Ze moeten wat doen. Het is niet normaal. Gooi het op de NAVO. Leg sancties op. Geef [Erdogan, red.] een straf zodat hij stopt.”