Vrij zijn is...goud zoeken

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur?

Het regent en het is koud, maar toch lopen tachtig mannen en tien vrouwen op een akker in het Brabantse Den Hout met metaaldetectors te zwaaien. Om de zoveel tijd schept een van hen aarde uit de akker en poert met een klein piepend staafje in het hoopje grond. Ze zijn op jacht, zegt Jack Bouritius (62), een metaaldetectiefanaat „van Friese boerenadel”. Hij zoekt naar munten uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd, het liefst gouden. Straatvuil werd vroeger op akkers uitgestrooid, zegt hij, en daar zaten ook munten tussen die mensen hadden laten vallen.

De zoekers zijn niet toevallig allemaal op dezelfde akker bezig. Ze nemen deel aan een wedstrijd, georganiseerd door metaaldetectorvereniging de Boekanier. Oprichter Richard Kastelijns (39) heeft „tokens laten inzaaien”, zeg hij. Munten die ze met hun piratenlogo hebben laten slaan; ze zijn immers grondpiraten. Deelnemers krijgen loten voor hun gevonden tokens en kunnen daarmee prijzen winnen. Maar het gaat ze natuurlijk om de „bijvondst”.

Arco Hoekman vond vorig jaar een pot met zilveren munten ter waarde van ongeveer acht ton

Kastelijns heeft zich laten influisteren dat de akker waar ze op zoeken een Romeinse is, zegt hij. Informatie die hij achterhoudt voordat de zoekdag begint, omdat hij wil voorkomen dat de akker dan al is leeggeroofd. „Dit is een Romeins veld?” Zoeker Richard (48), zijn achternaam vindt hij privé, trekt zijn wenkbrauwen op. In de zakken van zijn camouflagepak heeft hij vooral veel bierlipjes verzameld. Hij bedenkt graag verhalen bij de munten die hij vindt, zegt hij. „Dat iemand er misschien brood van had kunnen kopen en baalde dat hij hem was kwijtgeraakt.”

Rond lunchtijd stroomt de partytent aan de rand van de akker vol. De deelnemers eten erwtensoep en hamburgers en laten hun schatten zien. Eentje heeft een patagon gevonden, een zilveren postmiddeleeuwse munt, anderen vonden granaatscherven en gereedschap van de boer. Er wordt een paar keer gewezen naar Arco Hoekman (38), die vorig jaar een „echte schat” op Goeree-Overflakkee heeft gevonden, een pot met zilveren munten ter waarde van ongeveer acht ton. Hij was de volgende dag net zo blij toen hij één mooie zilveren munt vond, zegt hij.

Aïda de Jong (49) is nog het meest enthousiast over haar vondsten. ‘Piep Doos’ staat er op de achterkant van haar jas, haar bijnaam omdat ze Tupperware verkoopt en aan metaaldetectie doet. Ze heeft vier tokens „op intuïtie” opgespoord, vertelt ze, eentje meer dan haar zoon. Maar ze heeft ook een goeie metaaldetector, geeft ze toe, een XP Deus van 1.000 euro. Die kocht ze toen ze een prijs van de Postcode Loterij won, zegt ze, zodat ze goud kon zoeken. „De mannen zijn helemaal waus van munten, maar ik vind sieraden het leukst.”