Tweede Kamer diep verdeeld over problematisch drugsgebruik

Drugsbeleid De Tweede Kamer is bezorgd over de stijging van het aantal drugsincidenten. Maar partijen zijn het oneens over of een hardere of softere aanpak nodig is.

Foto iStock

Niet lang nadat D66-Kamerlid Vera Bergkamp constateert dat het politieke debat over drugs vaak „vol emotie” zit, verwijt SGP’er Kees van der Staaij haar partij dat D66 „de nadelen van drugs niet ziet”. Hij reageert op Bergkamps opmerking dat we in Nederland „wel eens vergeten hoe goed het beleid vanuit het perspectief van de volksgezondheid is”. Er vallen hier maar heel weinig drugsdoden, constateert zij. „We moeten een debat voeren op basis van feiten, geen gevoelens.”

Van der Staaij zegt dan dat hij geschrokken is van de nieuwste feiten en signaleert juist „dramatische gezondheidsschade”. Hij haalt het maandag verschenen rapport van het Trimbos-instituut aan, waarin een stijging van het aantal ziekenhuisopnames als gevolg van drugsgebruik wordt gemeld. Trimbos-onderzoeker Esther Croes sprak van „een zorgwekkende ontwikkeling” en schreef dat „het gevaar van drugsgebruik voor de gezondheid te weinig aandacht heeft gehad”.

Beluister ook de podcast NRC Haagse Zaken over het Nederlandse drugsbeleid

In een Kamerdebat over drugspreventie, het eerste van deze kabinetsperiode, waren donderdag bekende patronen zichtbaar. Een aantal rechtse en christelijke partijen (CDA, ChristenUnie, SGP en PVV) spraken hun zorgen uit over de trend van normalisering en vroegen om een strenger kabinetsbeleid. Links-liberale partijen als D66 en GroenLinks zien niets in meer repressie en spraken zich uit tegen het criminaliseren van de gebruiker.

Gezondheidsrisico onderschat

Maar er was ook gedeelde bezorgdheid, over de toename van de incidenten met drugs. CDA-Kamerlid Anne Kuik vroeg zich af of de mogelijkheid om je pillen te laten testen bij speciale testcentra wel moet blijven bestaan. „Het gezondheidsrisico van gebruik wordt onderschat. Na testen kun je niet zeggen dat een pil veilig is, dat verschilt per persoon.” Maar staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) vindt de centra juist waardevol. Hij benadrukte dat bij testcentra „altijd een gesprek gevoerd wordt over de risico’s”.

Blokhuis sprak van een „zorgelijke stijging” van het aantal incidenten met xtc en ketamine, maar ziet ook lichtpuntjes, zoals een daling van het gebruik van ghb en een „aantoonbare afname” van xtc-gebruik onder jongeren tot 18 jaar. De staatssecretaris relativeerde ook de normalisering van gebruik. „We doen soms alsof iedereen in Nederland elk weekend drugs gebruikt. Maar de overgrote meerderheid van de bevolking gebruikt nooit.”

Drugsvrije generatie

De christelijke partijen en de PVV vinden dat het kabinet expliciet moet streven naar een „drugsvrije generatie”, zoals er in het Preventieakkoord van Blokhuis ook een rookvrije generatie in 2040 wordt nagestreefd. „Wat doet het met de norm in de samenleving als politieke partijen laconiek doen over drugsgebruik?”, vroeg Anne Kuik zich af. „Een mentaliteitsverandering is nodig.”

GroenLinks-Kamerlid Niels van den Berge wierp tegen dat „het niet gaat helpen als wij hier heel hard ‘Doe het niet!’ roepen”. Volgens hem zal er vraag naar drugs blijven en is het beter de volksgezondheid als de overheid inzet op legalisering van bijvoorbeeld xtc. „Dan kun je ook eisen stellen aan de concentratie werkzame stoffen.”

Staatssecretaris Blokhuis noemde de drugsvrije samenleving „een utopie”, hoewel het kabinet drusgebruik wil blijven ontmoedigen. Hij vindt ook dat gebruikers op de gevolgen van gebruik voor de samenleving mogen worden aangesproken. Het kabinet werkt daarom aan een publiekscampagne over de negatieve gevolgen van drugsgebruik voor de criminaliteit en het milieu, zo kon hij de Kamer melden.