Te weinig ruimte voor alle opgewekte stroom

Energieprovincie Groningen Groningen vangt zon en wind op voor de energietransitie maar het energienet kan het niet aan.

Op plekken waar de industrie het boerenland kruist, glinsteren grote en kleine zonneparken, zoals dit park bij Delfzijl.
Op plekken waar de industrie het boerenland kruist, glinsteren grote en kleine zonneparken, zoals dit park bij Delfzijl. Foto Kees van de Veen

Op vierhonderd meter hoogte begrijp je pas waarom Groningen de energieprovincie van Nederland is. Aan de kust pronken windmolenparken en drie grote elektriciteitscentrales. Op plekken waar de industrie het boerenland kruist, glinsteren grote en kleine zonneparken. En tussen plukjes bomen liggen gaswinningsinstallaties verscholen. Alleen is er één probleem: er is te weinig ruimte op het energienet voor alle opgewekte stroom.

In een zespersoons vliegtuigje, de Cessna 206, liet netbeheerder Tennet woensdag de energietransitie zien vanuit de lucht. Met ruim tweehonderd kilometer per uur vloog het trillende vliegtuigje in vijfenveertig minuten een rondje over Groningen. In de hele provincie doemde tussen de groene grasvelden en bruine akkers een tiental gele vlekken op: bouwgrond. De plekken waar Tennet nieuwe hoogspanningsstations bouwt of oudere uitbreidt.

Woensdag kondigde de netbeheerder aan een investering te doen van 215 miljoen euro, bovenop het miljard dat ze al investeren in Groningen en Drenthe. Daarvan worden twee nieuwe hoogspanningsstations gebouwd, goed voor twee gigawatt aan extra capaciteit, waarop ongeveer zeven miljoen zonnepanelen aangesloten kunnen worden. Alleen zijn die pas in 2025 klaar voor gebruik.

En de problemen spelen nu. De krapte op het Nederlandse elektriciteitsnet is sinds 2017 in een snel tempo toegenomen. In het noorden van Nederland – ruwweg ten noorden van de lijn Alkmaar-Zwolle – is er in veel gebieden te weinig ruimte op het stroomnet. Dat blijkt uit cijfers die vorige week werden gepubliceerd door verschillende netbeheerders.

Inmiddels spelen dezelfde problemen in Flevoland, de kop van Noord-Holland en delen van Friesland en Overijssel

Tot nog toe was er vooral aandacht voor de beperkte capaciteit in de provincies Groningen en Drenthe. Inmiddels spelen dezelfde problemen in Flevoland, de kop van Noord-Holland en delen van Friesland en Overijssel. De schaarste is vooral ontstaan door de onvoorziene stortvloed aan nieuwe aanvragen voor zonneparken van de afgelopen jaren. Hun stroom kan in gebieden waar het net vol is, niet worden afgevoerd.

Met dat probleem kampt Ben Voorhorst, operationeel directeur van Tennet, dagelijks. Sinds 2017 werd „vrij massaal” overgestapt op zonne-energie, toont Voorhorst aan de hand van tabellen in de kantine van Oostwold Airport. Biomassa werd sindsdien niet meer gesubsidieerd onder de rijkssubsidie voor duurzame energie (SDE+) als bijstook in kolencentrales. Daardoor kwam veel subsidiebudget vrij. „Met de kennis van nu hadden we eerder moeten handelen, maar we hadden geen idee”, zegt Voorhorst.

Ook Marc van der Linden, topman van netbeheerder Stedin, zei woensdag tegen BNR Nieuwsradio dat de netbeheerders eerder aan de bel hadden moeten trekken dat zij de groei van zonnepanelen en zonneparken niet kunnen bijbenen.

Foto Kees van de Veen

Grootste zonnepark, maar lege daken

Aan de rand van het Groningse dorp Kolham, dat in 1959 landelijke bekendheid verwierf vanwege de vondst van het eerste aardgas, ligt nu het grootste zonnepark van Nederland. Vanaf de A7 nauwelijks zichtbaar vanwege de omliggende maïsvelden, maar van bovenaf lijkt het net zo groot als een buitenwijk. De 320.000 panelen, goed voor 103 megawatt, worden deze maand nog aangesloten.

Maar volgens Voorhorst is het beter om eerst daken vol te leggen met zonnepanelen, omdat die minder van het elektriciteitsnet vragen. Alleen is even voorbij Kolham, boven het industriegebied van Groningen, vanuit de lucht bijna geen zonnepaneel zichtbaar op de platte daken van bedrijven.

Maar ook voor daken is momenteel niet genoeg capaciteit. Exemplarisch voor de problemen is het dak van de Drentse voetbalclub VV Nieuw Buinen. De 250 zonnepanelen die daar op het dak gepland waren, konden niet aangesloten worden. Dinsdagavond kwam minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) na Kamervragen van de PvdA met een mogelijke oplossing. Hij heeft een ontheffing aangevraagd om gebruik te maken van de reservecapaciteit van het netwerk. Als dat verleend wordt, verwacht de minister begin 2020 500 megawatt aan extra capaciteit in die regio.

De stroomnetten in het noorden zijn licht uitgevoerd, omdat er voorheen weinig bedrijvigheid was. Er is ruimte beschikbaar en de grond is relatief goedkoop. De ideale combinatie voor zonneparken, die dan ook in hoog tempo zijn gebouwd in het noorden.

Zo snel, dat in sommige gebieden de vraag naar netcapaciteit in de afgelopen twee jaar even snel is gegroeid als in de dertig jaar daarvoor, schreef minister Wiebes recent in een Kamerbrief.

Naast de snelle toename van zonnepanelen is er nog een probleem met zonne-energie: de snelle aansluitingstijd van zonneparken. Waar de ontwikkeling van hoogspanningsstations – die nodig zijn voor de aansluiting van het elektriciteitsnet – zes tot tien jaar duurt, kan een zonnepark binnen een jaar na aanvraag al elektriciteit produceren.

Hoe groot het probleem in werkelijkheid is? In Groningen en Drenthe, waar de krapte het grootst is, heeft het elektriciteitsnet een capaciteit van 1.673 megawatt. Alle projecten die nu in de pijplijn zitten, tellen op tot 10.000 MW.

Dat past dus helemaal niet. Met windparken – die een veel langere voorbereidingstijd hebben – is vaak al wel rekening gehouden, maar ook die, en bedrijven die juist veel stroom willen afnemen, lopen soms tegen de grenzen op.

Onduidelijke regels

Wat dat in de praktijk betekent voor die partijen, is nog grotendeels onontgonnen terrein. In september verloor netbeheerder Enexis een eerste rechtszaak tegen de initiatiefnemer van een nog te bouwen ‘energiepark’ (met windmolens en zonnepanelen) bij Emmen.

Enexis kan de stroom die dat park gaat produceren, niet meer kwijt. De rechter bepaalde dat de netbeheerder toch meer moet doen om het nieuwe park een stukje van het te krappe stroomnet te gunnen. Enexis gaat in hoger beroep. „Voor ons is er nog veel onduidelijkheid over de regels”, zegt woordvoerder Jan Bakker.

Ondanks nieuwe investeringen van honderden miljoenen euro’s is de verwachting dat de krapte op het Nederlandse elektriciteitsnet het aankomende decennium aanhoudt. Met name de vernieuwingen van het hoogspanningsnet van Tennet vergen veel tijd. Vorige week meldden de netbeheerders dat het in sommige noordelijke gebieden 10 tot 15 jaar gaat duren tot er weer genoeg ruimte is.

Maar de oplossingen liggen niet alleen in de infrastructuur. Ook wet- en regelgeving moet veranderen, zegt Voorhorst van Tennet. En daar is minister Wiebes al mee bezig. Deze zomer kondigde hij aan de regelgeving te veranderen, zodat duurzame energie toch kan blijven groeien. Hoogspanningslijnen die nu nog alleen als ‘vluchtstrook’ bedoeld zijn, kunnen straks waarschijnlijk ook ingezet worden. De netbeheerders willen ook meer mogelijkheden om eigenaren van wind- en zonneparken te dwingen om de krapte te verdelen via een marktsysteem. Dat kan nu niet of nauwelijks, concluderen de netbeheerders. De regels voor dit ‘congestiemanagement’ „zijn toe aan een integrale herziening”, aldus EZK.

Daarnaast pleit Voorhorst voor batterij-opslag om pieken in het elektriciteitsnet op te vangen. Consumenten met zonnepanelen thuis beginnen echter nog niet aan batterijen, omdat ze door de overheid niet beloond worden om hun opgewekte stroom ‘binnenshuis’ te houden. „Het stroomnet kun je als consument nu gebruiken als gratis batterij”, zegt Voorhorst.

Toch moeten we ook aan huisbatterijen gaan denken, vindt hij. Als we over tien jaar weer over Groningen vliegen, zien we volgens Voorhorst, „heel veel nieuwe schuurtjes, met daarin batterijen voor de opslag van elektriciteit.”

Met medewerking van Hester van Santen.

Correctie donderdag 10 oktober: In een eerdere versie stond dat het grootste zonnepark van Nederland, tussen Kolham en Sappemeer, goed is voor 27 megawatt. Dat is hierboven aangepast.