Recensie

Recensie

Rijkdom en uitbuiting in één expositie

Expositie Aan de Surinaamse Grachten Ongemak met het eigen verleden leidde tot een bijzondere tentoonstelling bij Museum Van Loon. Want de rijkdom kwam wel ergens vandaan.

Foto Peter Kooijman
Foto Peter Kooijman

Ze heeft er enkele nachten niet van kunnen slapen, mede-conservator Marian Duff van de tentoonstelling Aan de Surinaamse grachten, sinds vorige week te zien in Museum Van Loon aan de Keizersgracht. Een jaar geleden bezocht ze voor het eerst het puissant weelderige museum, dat zwarte hoofden in het familiewapen voert. Overal trof ze het aan, tot in het glaswerk aan toe.

Het wapen van de familie Van Loon met de zwarte hoofden. Collectie Museum Van Loon

De zwarte hoofden deden haar beseffen „dat deze patriciërswoning in de grachtengordel symbool staat voor de gespannen geschiedenis tussen Amsterdam en Suriname”. De generaties Van Loons bezaten aandelen in de suikerplantages in Suriname, waar slaven werkzaam waren. Deze beleggingen droegen bij aan hun fortuin. Dit alles vervult het museum met „ongemak”. En het is de inspiratiebron voor deze expositie, waarvan de ondertitel luidt Van Loon & Suriname (1728-1863). Volgens directeur Gijs Schunselaar is „de tentoonstelling tevens de start van een koerswijziging van Museum Van Loon”. Het eurocentrisch perspectief verschuift naar „een meerstemmig geluid” en „een nieuwe balans die past bij de veelkleurige samenleving die we nu zijn.”

Koloniale macht

In de rijk geïllustreerde catalogus die bij de expositie verschijnt, schrijft Duff dat ze Surinaamse en Frans-Guyaanse roots heeft. Zij is een nazaat van de slaven van destijds. Een film die aan het slot van de expositie wordt getoond, laat zien wat voor Duff belangrijk is: „We kunnen de geschiedenis niet uitwissen. We kunnen wel de feiten onder ogen zien en met elkaar een open gesprek aangaan.” Zij is ook verantwoordelijk voor een aanvulling op de expositie: ze heeft jonge mode-studenten uitgenodigd kostuums te ontwerpen die vorm en kleur geven aan de culturele veelzijdigheid van Amsterdam.

Lees ook de recensie van de Suriname-tentoonstelling in De Nieuwe Kerk

Conservator Willem te Slaa wijdt in de catalogus een interessant hoofdstuk aan het familiewapen. De koloniale macht van de vele generaties Van Loon in zowel de Oost-Indische als West-Indische Compagnie was groot. Hoewel primaire bronnen ontbreken die uitleg geven over de zwarte hoofden wilde de familie hiermee „uitdrukking geven aan de niet-Europese handelsactiviteiten”. En: „Handel met verre streken stond hoger in aanzien.”

De tentoonstelling is ingericht in het Koetshuis aan de overzijde van de tuin. Bezoek vooral eerst het museum zelf, langs overdadig gedecoreerde salons, de dinerzaal, slaapvertrekken en ga dan naar de expositie. Het eerste wat we zien zijn de witte magistraten en telgen Van Loon op imposant geschilderde portretten met een gouden lijst eromheen. Ernaast hangt, bescheiden maar vooral aangrijpend, het huwelijksportret van Dirk Andreas Ralf en Hendrina Heirath uit 1894. Zij hebben elkaar op de plantage leren kennen, beiden geboren in slavernij. De afbeelding is door de tijd aangetast en is bijna doorschijnend; dat maakt het portret zo mooi en oprecht, en het contrast met de pracht en praal van de staatsieportetten van de Van Loons zo duidelijk. Het echtpaar maakte deel uit van de eerste generatie die mocht trouwen, waarmee al een kentering in de slavernijgeschiedenis zichtbaar werd.

Noodzakelijke aanvulling

Een anonieme aquarel uit circa 1850 laat het zware werk op de plantages zien: twee mannen spitten de grond om, nauwelijks gekleed. Op de achtergrond zien we de gekromde lichamen van mannen en vrouwen die de aarde bewerken. Aan de Surinaamse grachten verhult de slavernij niet. Op de plantages vonden verschrikkelijke misstanden plaats. De drankzucht en rokkenjagerij van de plantagedirecteuren en de helse omstandigheden op de slavenschepen worden niet verdoezeld.

Portret van de familie Van Loon. Collectie Museum Van Loon

In dit opzicht is Aan de Surinaamse grachten een noodzakelijke aanvulling op De Grote Suriname-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk. Het spannende van de expositie op deze plek aan de gracht is de nabijheid van alle rijkdom, deels vergaard op plantages die dreven op slavenarbeid. Het toont de verwevenheid van slavernij en Amsterdam, want de schepen werden gebouwd op de hellingen van ’s Lands Zeemagazijn, het huidige Scheepvaartmuseum. Ook besteedt de tentoonstelling aandacht aan de slaventransporten die vertrokken vanaf de westkust van Afrika. Hier werden de mensen van alle individualiteit ontdaan – en zelfs gebrandmerkt.

Aan de Surinaamse grachten. Museum Van Loon, Keizersgracht 672, Amsterdam. T/m 13/1.

●●●●