Regio Rotterdam wil beter samenwerken voor vers voedsel

lokaal voedsel Dit weekend wil de gemeente laten zien dat vrijwel al ons voedsel vlakbij Rotterdam te krijgen is. We gingen kijken.

Foto iStock

Trek een cirkel met een straal van 30 kilometer rond Rotterdam en je hebt in grote lijnen het gebied waar ons dagelijks voedsel vandaan komt. Dat staat op de website van het World Food Festival, dat dit weekend wordt gehouden. Onder het kopje ‘De wondere wereld van ons eten’ lezen we wat op die 2.826 vierkante kilometer gebeurt: „Van zaaien en oogsten tot aan het bewerken van voeding, de logistiek, het consumeren en de afvalverwerking.”

Dus wat doen we? We trekken een cirkel met een straal van 30 kilometer rond Rotterdam. Als we de kamer van de burgemeester aan de Coolsingel als middelpunt nemen, omvat de cirkel een gebied van Hoek van Holland in het westen, Leiden in het noorden, Noordeloos in het oosten en Willemstad in het zuiden.

Een gebied van waterwegen en steden omringd door akkers van vette klei, zompige weilanden, ritselende boomgaarden, het Westland met zijn blinkende kassen, de Noordzee: de leveranciers van ons eten. Aardappelen, uien, graan, vlees, vis, tomaten, groenten, kaas en boter en eieren en melk en honing en nog zoveel meer – en wat niet binnen die straal van 30 kilometer groeit, komt via de Rotterdamse haven op ons bord.

Binnen de Rotterdamse regio zijn meer dan achtduizend bedrijven actief die zich op een of andere manier bezighouden met ons voedsel. De bedrijvigheid strekt zich uit van zaadveredeling, productie en onderwijs tot transport en logistiek. Door de gunstige ligging ten opzichte van de haven heeft het gebied een mondiale uitstraling. Woorden die je veel hoort als je met mensen over de Rotterdamse voedseleconomie spreekt, zijn: voedselveiligheid, duurzaamheid, klimaatdoelstellingen.

Oh, en: innovatie.

Ik had me bij het voorbereiden van dit verhaal lekker laten maken door het bericht dat er in het Westland kassen zouden zijn waarin drones rondvliegen in de strijd tegen insecten. Dat wilde ik wel eens zien, maar deze innovatie is nog zo nieuw dat er nog niets aan te zien is. De methode om vliegende plaaginsecten – in eerste instantie gaat het om de bestrijding van motten in de snijbloementeelt – met drones te lijf te gaan is nog volop in ontwikkeling. Het Delftse bedrijf PATS, een spin-off van de TU Delft, heeft uit een investeringsfonds een bedrag van een kwart miljoen euro ontvangen om de drones geschikt te maken voor andere toepassingen.

De Plantalyzer bepaalt het beste moment om een tros tomaten te plukken Foto Rien Zilvold

In de glastuinbouw worden biologische bestrijdingsmiddelen ingezet, zoals sluipwespen. Toch zitten tuinders soms met de handen in het haar. De nakomelingen van motten, rupsen, kunnen flinke schade toebrengen aan gewassen.

De drones die PATS ontwikkelt komen straks in actie zodra de camera van een basisstation in de kas een vliegende mot heeft gedetecteerd. Als een vleermuis vliegt de drone op het insect af dat door de draaiende propellers wordt verpulverd. Binnen enkele seconden keert de drone terug op zijn basisstation om op zijn volgende slachtoffer te wachten. Starwars in de kas.

Jammer genoeg nog niet met eigen ogen te zien dus.

Maar een robot die tomaten op kleur en rijpheid scant en op basis daarvan een oogstprognose afgeeft kon ik wel komen bekijken. Bij Berg Hortimotive, een bedrijf in De Lier dat machines en apparaten voor de kastuinbouw levert. Wereldwijd, want, zegt Andreas Hofland, de verantwoordelijke voor de Plantalyzer, het in Nederland ontwikkelde systeem van kasteelt is een belangrijk exportproduct geworden. Als hij me voorgaat door het bedrijf, dat onlangs zijn vijftigste verjaardag vierde, wijst hij op de hoogwerkers en de transportwagens die hier wachten op expeditie, alle uitgevoerd in de bedrijfskleuren donkerblauw en helder oranje.

„Hollands, ja, Hollands trots,” lacht Hofland. Het bijzondere van de wagens die hier worden geproduceerd, is dat ze zowel op de betonnen vloeren van de kassen kunnen rijden als op de verwarmingsbuizen tussen de rijen planten.

In dezelfde kleuren en volgens hetzelfde principe is de Plantalyzer uitgevoerd, die wel iets wegheeft van het kraanwagentje van Pluk van de Petteflet. De Plantalyzer kan autonoom rijden. Op een draaibaar paneel in het midden zijn zes camera’s aangebracht die de tomaten stuk voor stuk scannen.

Foto iStock

„De onderste tomaat van een tros is altijd de laatste in ontwikkeling. Als de tros wordt geplukt omdat de andere tomaten rijp zijn, wordt de nog niet helemaal rijpe tomaat weggegooid. Dat is verspilling. De Plantalyzer kan zien wat een beter moment is om te plukken en zo uitval voorkomen,” zegt Andreas Hofland. „Tot nu toe wist je pas bij de oogst wat de opbrengst was. De teler sluit een contract met de klant voor een bepaalde hoeveelheid. Met de Plantalyzer kan hij zijn levering beter afstemmen.”

Om niemand voor de voeten te rijden, werkt de Plantalyzer ’s nachts. Hij scant dan 2.000 vierkante meter. „Een tuinder kan nooit zoveel planten bekijken,” zegt Hofland, „zeker niet als hij er 700.000 heeft staan.”

De robot kost 90.000 euro. Volgens Berg Hortimotive is de investering binnen twee jaar terugverdiend, de eerste klant neemt hem binnenkort in gebruik. Hofland: „Dit is een grote stap in de strijd tegen voedselverspilling. De uitval kan 25 procent zijn, met de Plantalyzer kun je die sterk reduceren.”

Kan hij voor dat geld niet alvast de rijpe tomaten plukken? vraag ik. „De robotisering van het plukken zal er ooit ook komen, maar dat is echt een flinke vervolgstap.”

Wie hem wil zien, de Plantalyzer, vervoege zich zondag op het World Food Festival.