Beveiligd en gehaat: dit zijn de twee omstreden winnaars van de Nobelprijs voor Literatuur

Winnaars De Nobelprijs voor Literatuur kent dit jaar twee winnaars – maar na een crisisjaar maakt de jury allesbehalve een veilige keuze. De Poolse auteur Olga Tokarczuk is in eigen land geliefd én gehaat om haar rebelse onderwerpkeuze. Nog omstredener is de Oostenrijkse schrijver Peter Handke, vanwege zijn steun aan Slobodan Milosevic..

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke en De Poolse auteur Olga Tokarczuk.
De Oostenrijkse schrijver Peter Handke en De Poolse auteur Olga Tokarczuk.

1. Olga Tokarczuk – rebel die duistere diepten opent

Als zesde Poolse auteur ontvangt Olga Tokarczuk de Nobelprijs voor Literatuur. In eigen land geldt ze als rebel.

Olga Tokarczuk. Foto: EPA

Op 21 september 2000 was de Poolse schrijfster Olga Tokarczuk (1962) te gast in het debatcentrum De Balie in Amsterdam. Ook haar collega-schrijfster Anna Bolecka was aanwezig. De beide auteurs uitten kritiek op de tijd van de Poolse censuur die liep van 1949 tot 1956. In die tijd mochten er geen detectives en liefdesromans geschreven worden. Toen en nog steeds geldt Tokarczuk als een van de meest felle critici van het hedendaagse Polen. Haar linkse overtuiging en feministische opstelling hebben haar niet geliefd gemaakt bij haar conservatieve landgenoten. Soms heeft ze zelfs beveiliging nodig. Ze werd heftig aangevallen door nationalisten die vonden dat zij in romans als De Jacobsboeken (2019), De rustelozen (2011) en Jaag je ploeg over de botten der doden (2009, volgend jaar verschijnt de vertaling) telkens een verzwegen of in de doofpot verdwenen gebeurtenis of situatie „oprakelt om haar anti-Poolse gevoelens aan te wakkeren”. Ze werd een „verrader” genoemd en „persona non grata”.

In Jaag je ploeg over de botten der doden richt ze haar gram op een van de meest geliefde Poolse activiteiten, de jacht. Steenbokken, beren en gevogelte worden volop bejaagd, en bovendien wordt die jacht van overheidswege gestimuleerd. Hoofdpersoon Janina Duszesjko verzet zich ertegen, temeer daar haar dorpwordt geteisterd door een serie moorden. Een van de slachtoffers is haar buurman, van wie de dood werd veroorzaakt door een stuk hertenbot in zijn keel. Ook bij andere doden worden er sporen van dieren aangetroffen. Het is een briljant idee van Tokarczuk om jacht en moorden met elkaar te verbinden, waardoor de jacht als noodlottig en zinloos tijdverdrijf op scherp wordt gesteld.

Het streven van Duszejko om van Polen een rechtvaardig land te maken is aannemelijk en reëel, maar in de visie van Tokarczuk blijft het land ouderwets en guur. Ze schrijft: „We verlieten het huis en werden onmiddellijk opgeslokt door de bekende koude, natte lucht die ons er iedere winter aan herinnert dat de wereld niet is geschapen voor de Mens.”

Vrouwenlevens

Olga Tokarczuk werd geboren in het zuidwesten van Polen. Ze studeerde psychologie aan de Universiteit van Warschau. In De laatste verhalen (2004) gaat ze uit van een beproefde literaire methode: de drie verhalen schetsen drie vrouwenlevens en drie generaties. De verhalen verwijzen niet naar elkaar, ze staan los, en het is aan de lezer in de associatieve vertelstijl de generaties met elkaar te verbinden. Met prachtige, gedetailleerde observaties noteert Tokarczuk de gedachtenstroom van een van hen: „Je moet foto’s niet geloven, ze suggereren dat de tijd de mensen zichzelf ontsteelt, dat hij onze levens in kleine stukjes snijdt en op dezelfde manier onze zielen in de week zet. En toch, denk ik, bestaat de weg naar het einde erin momenten van het leven in een verzameling bij elkaar te nemen. Helemaal geen verlies, maar integendeel, het terugvinden van wat verloren leek.”

Ondanks of juist door de kritiek van de gevestigde orde is Tokarczuk in Polen een geliefd schrijfster, van wie er tienduizenden boeken over de toonbank gaan. In 2018 was zij de eerste Poolse schrijver die de Man Booker International Prize won voor Bieguni uit 2007, in het Engels vertaald als Flights, in het Nederlands als De rustelozen. In het begin van de roman staat de prachtige waarneming: „Ik haal mijn energie uit beweging: uit het schokken van bussen, het geronk van vliegtuigen, het gewieg van veerboten en treinen.” Zo begint een weergaloze roman over onrust en de snelheid van het hedendaagse leven, over mannen en vrouwen en hun kinderen die aldoor over de wereld zwerven. Met grote sprongen in tijd en ruimte neemt Tokarczuk de lezer mee door Griekenland, Polen, Moskou en Amsterdam. Hier deed ze onderzoek naar zeventiende-eeuwse anatomen die ook een plek kregen in De rustelozen, onder wie de Vlaming Philip Verheyen (1648-1711), de ontdekker van de achillespees.

Joodse sekteleider

In 2014 breidde ze haar oeuvre uit met De Jacobsboeken, een fenomenale reconstructie van het leven van een Joodse rebel uit de achttiende eeuw wiens leven werd verzwegen. Deze omstreden religieuze leider riep zichzelf uit tot de nieuwe messias. Tokarczuk heeft deze provocateur uit de duistere diepte van de historie opgediept, waarheen hij was verbannen door de machtige kerk. Net als in De rustelozen laat ze de tijden door elkaar lopen, wat alleen al een prachtig literair vormenspel is: „De tijden raken in elkaar verward en vallen over elkaar heen”, noteert ze de gedachten van een personages. „Hoe heeft ze ooit kunnen geloven dat de tijd verstrijkt [...] de tijd wervelt, zoals een rok tijdens een dans.”

2. Peter Handke – groot maar omstreden vernieuwer

Jarenlang leek de reputatie van Peter Handke te omstreden voor de Nobelprijs – door zijn steun voor Milosevic. Nu krijgt hij de prijs toch.

Peter Handke. Foto: APA

In april 1966 maakte de Oostenrijkse schrijver Peter Handke een verpletterende indruk tijdens een bijeenkomst van de literaire beweging Gruppe 47, waartoe grootheden behoorden als Günter Grass, Heinrich Böll en Hans Magnus Enzensberger. Handke viel deze naoorlogse schrijversgeneratie aan die zich toelegde op ouderwetse „beschrijvingskunst” die de mens een wereldbeeld oplegt, in plaats van dat de mens dat zelf kan kiezen of zichzelf vormt. De jonge Handke waagde zich met bezwerende zinnen in het hol van de leeuw. Hij verweet hun dat de „klungelige schrijvers beuzelachtig proza schreven, overgenomen uit een lexicon”.

Literaire schandalen

Vanaf dat moment rees de ster van Handke, hij werd het idool van de jongere generatie die opgroeide in de jaren zestig. Peter Handke (1942) werd geboren in Griffen, in het Oostenrijkse Karinthië, als kind van een Karinthisch-Sloveense kokkin en een bankbediende die tijdens de Tweede Wereldoorlog als soldaat diende. Hij studeerde rechten in Graz maar brak zijn studie af na publicatie van zijn eerste roman Hornissen (De wespen, 1966), een griezelig boek over een blinde en zijn herinneringen aan de zichtbare wereld.

Het literaire schandaal waarmee Handkes omvangrijke carrière begon kreeg zowel in 1996 als in 2006 een echo in politiek opzicht. In 1996 publiceerde hij zijn omstreden essayistische reisverhaal Een winterreis naar de rivieren Donau, Save, Morawa en Drina, waarin hij de Serviërs in bescherming nam tegen de internationale media die het land afschilderden als agressor. Ook de ondertitel, Gerechtigheid voor Servië, leidde tot felle aanvallen op de auteur, die uitgemaakt werd voor „monomane terrorist” en „onverbeterlijke naïeveling”. Tien jaar later, bij de uitvaart op 18 maart 2006 van de Joegoslavische ex-dictator Slobodan Milosevic hield Handke een grafrede, waarin hij de staatsman vrijpleitte van de moord op Bosnische moslims die plaatsvond in de stad Srebrenica.

Illustratie NRC, foto Getty Images

Vanaf dat moment was Handke meer dan omstreden. Bij de bekendmaking van de Nobelprijs voor Literatuur 2019 kwamen er, begrijpelijk, vragen over deze affaire, waarop juryvoorzitter Anders Olsson antwoordde: „De Nobelprijs is een literatuurprijs, geen politieke prijs.” Dat is dubieus: de Nobelprijs heeft altijd een politiek aspect gehad.

Een van de opvallendste kenmerken van Een winterreis zijn de minutieuze natuurbeschrijvingen en de open manier waarop hij over de Serviërs schrijft die hij al wandelend en notities makend ontmoet. De ondertoon is duidelijk: deze mensen behoren de onschuld toe. De affaire heeft de auteur, die destijds in Parijs woonde, sterk aangegrepen. Hij kreeg het verwijt dat hij meende verstand te hebben van Joegoslavië omdat hij „een Sloveense grootvader had.” Ook werd zijn tocht een typische Duitse Bildungsreise genoemd, waarin de auteur meer naar zichzelf dan naar de werkelijkheid op zoek is.

Keer op keer heeft Handke tijdens voorleesavonden geprobeerd het misverstand recht te zetten. Vergeefs. Hij trok zich terug en interviews gaf hij niet meer. Nu lijkt er met deze toekenning gerechtigheid te komen voor zijn literaire kwaliteiten.

Taalexperiment

Toch kreeg Handke eerder al bijval, onder meer in Die Zeit: „Handke schrijft noch een oorlogsverslag noch een anti-oorlogsverslag, hij beschrijft beelden.” Daarin is hij een van de grootste schrijvers van deze tijd. Met aangrijpende boeken als Ongezocht ongeluk (Wunschloses Unglück, 1972), over de zelfmoord van zijn moeder, en het fenomenale Korte brief bij het lange afscheid (Der kurze Brief zum langen Abschied, 1972), een zoektocht naar een verloren liefde in Amerika, zette hij de toon voor een schrijverschap waarin ogenschijnlijk gedistantieerd proza tot emotionele kracht komt. Behalve romancier is Handke een vernieuwend toneelschrijver wiens stukken wereldwijd zijn opgevoerd, de laatste jaren echter steeds minder. Met Publikumsbeschimpfung (1996) ontwikkelde hij een nieuwe toneeltaal waarin de spelers dragers waren van een taalexperiment. Ook De rit over het Bodenmeer (Der Ritt über den Bodensee, 1971) en vooral Kaspar (1968), waarin van geijkte handelingen geen sprake is, zijn onderzoeken naar taal.

Hoe verhullend kan taal zijn? Aan welke werkelijkheid refereert taal? Dat zijn de vragen die Handke stelt in zijn tirade tegen Gruppe 47. Alleen een briljant auteur als Handke kan, aan het slot van het ijzingwekkend mooie Ongezocht ongeluk schrijven: „Misschien kan ik pas later hierover schrijven.” Een heel boek wijden aan de dood van een moeder, en dan beseffen dat taal vergeefs is.