Nieuwe land art: bij Dronten is een betonnen ruimteschip geland

Land art Zaterdag wordt in de Flevopolder het achtste landschapskunstwerk onthuld (zeven meter hoog en veertig lang). Kunstenaar Bob Gramsma wil met zijn betonnen rif de sporen van de inpoldering laten zien.

Riff, PD #18245. Het landartwerk (40 meter lang) van Bob Gramsma bij Dronten, in de Flevopolder.
Riff, PD #18245. Het landartwerk (40 meter lang) van Bob Gramsma bij Dronten, in de Flevopolder. Foto Bob Gramsma

Als je er vanuit de lucht op neerkijkt, is het net een wolkvormige landingsplek voor ufo’s. En ook de voorzijde van het kunstwerk heeft wel wat weg van een ruimteschip, met een trapje dat vanaf de grond naar een uitkijkpunt leidt. Maar vanaf de zijkant gezien oogt Riff, PD#18245, het nieuwe landschapswerk van kunstenaar Bob Gramsma, juist heel organisch – met uitgesleten aardlagen als een bergwand in een canyon.

Riff, PD#18245, een betonnen gevaarte van bijna veertig meter lang en zeven meter hoog, is het achtste landschapskunstwerk van Flevoland. De afgelopen maanden verrees het op een kavel landbouwgrond bij Dronten, op een steenworp afstand van pretpark Walibi. Het is in opdracht van de provincie Flevoland gecreëerd om te vieren dat honderd jaar geleden de Zuiderzeewet werd aanvaard. Daardoor konden de inpolderingsplannen van ingenieur Cornelis Lely worden uitgevoerd.

Riff, PD #18245 van Bob Gramsma. Foto Bob Gramsma

„Met mijn kunstwerk wil ik de sporen van die honderd jaar laten zien”, zegt Bob Gramsma (1963). Zijn rif is letterlijk uit de polderklei opgetrokken. Om het werk te maken heeft hij eerst 15.000 kuub grond afgegraven, tot het peil van het grondwater. Met die mix van landbouw- en Zuiderzeegrond bouwde hij een berg waarin hij van bovenaf begon te graven – met machines, maar ook met de hand. Zo ontstond een amorf gat – een vorm waar eigenlijk geen woord voor bestaat. De holte werd vervolgens bekleed met een dunne huid van spuitbeton, zo’n vijftien centimeter dik. Daarna werd de heuvel weer afgegraven en bleef een restvorm over.

Schelpen

Een paar weken voor de oplevering inspecteert de kunstenaar vanuit een wiebelige hoogwerker het oppervlak van Riff. Gramsma wijst op de schelpen van de Zuiderzeebodem die in het beton zijn afgegoten, als fossielen. De sporen van de graafmachine zijn zichtbaar, maar ook de handafdruk van de kunstenaar. Sigarettenpakjes en Rizla vloeitjes van de bouwvakkers zijn in het beton achtergebleven. „Dit kunstwerk is een neerslag van het hele werkproces, je ziet de geologische tijdlijnen als het ware zitten.”

Ik werk van binnenuit, en gebruik het landschap als bekisting

Gramsma wilde een ruimte creëren, puur door het graven zelf. „Een beeldhouwer werkt meestal van buitenaf, door te hakken in steen of hout. Ik werk van binnenuit, en gebruik het landschap als bekisting. Het volume en de inbedding van het werk is exact bepaald en uitgerekend, maar juist de buitenste laag, de verschijning, is een verrassing.”

Dat graven ook een manier van beeldhouwen kon zijn, ontdekte Gramsma al tijdens zijn studie aan de kunstacademie in Zürich. „Ik herinner me nog goed dat we destijds de opdracht kregen om ons eigen gezicht te boetseren. Toen kwam ik op het idee om mijn gezicht uit de klei te graven en de vorm te vullen met gips. Ik was bezig te begrijpen wat ruimte is. Hoezo zien we de ruimte om ons heen niet als vorm? Ik wilde die ruimte materialiseren.”

Krokodil

Al snel na zijn eindexamen werd Gramsma gevraagd een werk te maken voor een sculptuurtentoonstelling tijdens Sonsbeek ’93. Van het trapgat in zijn huis in Arnhem maakte hij een afgietsel door de ruimte te bekleden met latex, gesponsord door de firma Durex. „Het was een volledig afgesloten ruimte. Via het sleutelgat van de deur kon ik er lucht in de dunne huid persen. Rond die tijd ontdekte ik dat de Britse kunstenaar Rachel Whiteread ook met die omgekeerde volumes werkte. Blijkbaar hing het in de lucht.” Lachend: „Zij werd alleen een stukje beroemder dan ik.”

Riff, PD #18245 van Bob Gramsma. Foto Bob Gramsma

Gaten lijken geen vorm te hebben, zegt Gramsma. „Maar als je een ruimte materialiseert, wordt die vorm toch zichtbaar.” Het werk bij Dronten heeft met zijn spitse voorkant ook wel iets weg van een haai of een alligator. „Misschien krijgt het kunstwerk in de volksmond wel een bijnaam”, grinnikt Gramsma, „en staat het straks bekend als de krokodil van de Flevopolder.”

Het is de bedoeling dat de natuur de komende jaren weer bezit neemt van het kunstwerk. „Het beton is schoongespoten, maar er zitten nog genoeg kleiresten aan om mos en onkruid te laten groeien”, verzekert de kunstenaar. Hij heeft expres gaten laten zitten in de wanden, zodat vogels en vleermuizen kunnen nestelen in het beeld, dat van binnen hol is en grillig als een grot. „Ik geef het werk nu terug aan het landschap, zodat het langzaam kan groeien, net als een echt rif. Over vijf jaar zal het er heel anders uitzien.”

Riff, PD #18245 (‘pd’ betekent public domain, publieke ruimte) staat op het perceel tussen de Spijkweg en de Bremerbergdijk, gemeente Dronten (navigeer naar: Bremerbergdijk 10, 8256 RD Biddinghuizen). De opening vindt plaats op 12 okt. om 14 uur. Inl: bobgramsma.com