Recensie

Recensie Muziek

Magie van John Mayer raakt niet altijd tot bij publiek

Pop John Mayer speelde de vezels uit zijn vele gitaren, maar een avondvullend programma is net te lang voor de muzikant.

John Mayer in Ziggo Dome.
John Mayer in Ziggo Dome. Foto Andreas Terlaak

Wie heeft er nou nog pauzes in z’n concerten? Het is de perfecte manier om de vaart uit een avond te halen en de sfeer de nek om te draaien. Maar John Mayer doet het gewoon, een kwartiertje niks halverwege. Hij breekt zijn sets nu eenmaal graag in blokken en bovendien: het was aangekondigd.

Toch was het gek.

Mayer was juist op dreef, woensdagavond tijdens zijn eerste van twee concerten in de Ziggo Dome. ‘In the Blood’ kreeg dankzij de achtergrondzanger en -zangeres een groots gospeleffect, net als het mooi door de zaal meegezongen ‘Changing’. Vervolgens ontaardde een spannende jamsessie in Grateful Deads ‘Fire on the Mountain’, inclusief deinende, psychedelische gitaarsolo’s van Mayer en zijn twee gitaristen.

En dan dus een kwartier niks. Licht aan, rokers naar buiten, chaos bij de bar, gedrang - gedoe waar je juist met muziek aan wil ontsnappen.

Mayer maakt dan een hele avond vol, van acht tot elf. Dat is net te lang voor de muzikant, die zonder grote productionele toeters en bellen zijn muziek wil laten spreken, maar niet echt het charisma heeft voor zo’n grote arena. Mayer heeft de populariteit voor deze zaal, maar maakt muziek voor Paradiso. Niet voor niets zijn Mayers live-albums de beste in zijn discografie: de muzikale versies van zijn songs, waar je met een koptelefoon op heel dichtbij kunt komen. De magie was er woensdag wel, maar bleef een beetje op het podium hangen.

Het muzikale kwam evengoed sterk tot uiting in hoe Mayer van zijn onnadrukkelijke liefdesliedjes live veel interessanter werk maakt, met soms gaaf uitgesponnen solo’s. Ook dankzij zijn fantastische band met basbeest Pino Palladino, die ‘Queen of California’ van heerlijk dartelende baslijntjes voorzag, en de gitarist David Ryan Harris - die ook zijn gouden stem even liet horen. Zelf speelde Mayer de vezels uit de zich snel opvolgende reeks gitaren om zijn nek.

Na die pauze kwam de muzikant uit Connecticut de verloren tijd fraai te boven met een blokje akoestische songs, solo. Moederziel alleen speelde hij, met een prachtig uitgebouwd intro waar elke amateurgitarist de moed van in de schoenen zonk, zijn geweldige ‘Neon’. Als de magie het podium afkwam, was het goed raak.

Maar wie na drie uur (min dat kwartier) hoopte op een gloedvolle toegift kwam bedrogen uit: geen ‘Daughters’ of Tom Petty’s ‘Free Fallin’’, maar het stroperige ‘Gravity’ en een zielloze, plichtmatige uitvoering van ‘New Light’.