Alex Spruijt

Foto Khalid Amakran

‘Ik pas niet in een groep. Dus pas ik in elke groep’

Jong! In de rubriek Jong! vertellen pubers over zichzelf, de wereld en elkaar. Deze week: Alex Spruijt (14). Aanmelden? Mail pubers@nrc.nl.

Krullen

„Op een reis door Japan zat in de metro iedereen naar me te kijken. Ik heb dezelfde ogen als zij, maar ook krullen. Aziaten hebben steil haar. Ik heb dikke lippen, een dikke neus – er klopte niets van. Mijn moeder is Surinaams, mijn vader Nederlands. Mijn broer en ik zijn de enigen in de familie met deze ogen, we weten niet waar het vandaan komt. Ik vind het wel leuk om erbij te hebben.”

Comfortzone

„In de Bijlmer staat een grote middelbare school op loopafstand van mijn huis. Veel van mijn vrienden van de basisschool zijn naar die school gegaan. Ik zit op een kleine school en moet een half uur fietsen. Ik dacht: op een kleine school krijg ik meer aandacht. En ik wilde uit die comfortzone. In de Bijlmer leef je met mensen die zoals jij zijn, je springt er niet uit. Op de basisschool zaten er vier blanke jongens in mijn klas, de rest was gemixt. Als ik uit de buurt kom denk ik: wat zijn er veel blanke mensen in Amsterdam. Op deze school had ik in het begin wel een stempel. Bij ‘Bijlmer’ denken mensen: Surinaams, woont in een flat, zonder vader. Ik woon in een rijtjeshuis, heb een vader en mijn vader heeft een Mercedes. Hij heeft me een keer met de auto afgezet toen het regende. Ze waren in shock, dat dat kón.”

SMIB

„SMIB is een hiphopgroep die ook kleding maakt. Achterstevoren is het BIMS, dat is een andere naam voor Bijlmer. Ik draag veel SMIB en ook TNO, Daily Paper, Supreme. Ik ben denk ik wel opvallend. Ik probeer er altijd uit te zien alsof ik weet wat ik doe. In de tweede ben ik begonnen met sieraden, ook om te laten zien dat ik niet heel arm ben. Ik luister voornamelijk naar hiphop. Ik zit op kickboksen, normaal boksen, drummen en dans en ik zwem. In het leerorkest van de basisschool heb ik hobo gedaan. Ik vind dat ik niet echt pas in een groep. Dan pas ik dus in elke groep.”

Top Boy

„Ik wou lang kok worden, tot ik erachter kwam dat ik alleen van eten hou. Het kookproces heeft voor mij niets interessants. Je moet erbij blijven, er gebeurt niks en dan is het klaar. Ik vind mezelf vrij creatief, het liefst zou ik iets willen doen met film. Ik heb soms gewoon ideeën, die schrijf ik op. Ik denk veel na over mijn eigen interacties met mensen, hoe het werkt als mensen elkaar ontmoeten. Als ik een film zie denk ik soms: hoe ze met elkaar praten klopt niet echt, het is te gescript. Of: de acteur kijkt te veel naar beneden. Er is een Britse Netflixserie, Top Boy, die ik heel goed vind. In die serie zeggen ze nooit het woord ‘drugs’ omdat ze denken dat ze worden afgetapt. Ze gebruiken andere termen. Dat is een klein dingetje dat een hele serie kan redden. Het voelt écht.”