Het nieuwe Soedan is van en voor de Soedanezen

Soedan Zes maanden na het vertrek van de autoritaire leider Bashir zijn Soedanezen druk bezig het land op te bouwen dat ze altijd al wilden hebben. Het vuilnis wordt opgehaald, er wordt bloed gedoneerd. „Ineens wil iedereen helpen.”

Er rijden dagelijks mobiele bloedbanken door de Soedanese hoofdstad Khartoem, waar mensen bloed kunnen doneren. Ziekenhuizen zijn afhankelijk van dit bloed.
Er rijden dagelijks mobiele bloedbanken door de Soedanese hoofdstad Khartoem, waar mensen bloed kunnen doneren. Ziekenhuizen zijn afhankelijk van dit bloed. Foto Mohamed Nureldin Abdallah

Door de Soedanese hoofdstad rijden iedere dag mobiele bloedbanken die honderden liters bloed ophalen. Nog voordat de blauwe lucht deze zaterdagavond roze kleurt, heeft een vrouw een sliert plastic bekers naast een waterton gezet. De jongens van het buurtcomité tillen stoelen van een hoge stapel en zetten die klaar voor de mensen die komen doneren.

„Ineens wil iedereen helpen”, zegt de 34-jarige hematoloog Eman Hamed tevreden. Ze schijnt met haar telefoon op de Arabische vragenlijsten die donateurs moeten invullen. Ze meet hun hemoglobine-gehalte, bloeddruk. Vanuit een van de vijf ligstoelen zien de donateurs even later hun bloed in een zak vloeien.

Hamed doet dit werk al twee jaar. „Voor de volksopstand was het echt moeilijk om donors te vinden.” Nu staan ze soms al te wachten voordat de bus aankomt. „Veel Soedanezen wilden vroeger niets voor Soedan betekenen”, zegt ze, terwijl ze een abrikozensap geeft aan iemand die zijn mouw weer afstroopt. „Ze dachten dat alles ten goede van Bashir zou komen.” Ook de bloeddonaties waar ziekenhuizen afhankelijk van zijn.

Oud-president Omar al-Bashir infiltreerde de samenleving met zedenpolitie, militairen en veiligheidsagenten die een streng islamitische levensstijl afdwongen. Hij zette een groot deel van het bloed voor hen opzij, ten koste van patiënten die het dringend nodig hadden. Het is een van de redenen waarom artsen de volksopstand die in december begon mede aanvoerden. Bashir vertrok in april.

Een half jaar verder is er „in Soedan een nieuw gevoel van patriottisme ontstaan”, zegt Ibrahim Hagali, een van de jongens uit het buurtcomité, die even later zelf gespannen wacht op een prik. „Als je ons voor de revolutie naar onze ambities had gevraagd, zouden we gezegd hebben: zo snel mogelijk het land uit. Nu willen we allemaal blijven, óns Soedan opbouwen”, zegt de 27-jarige ingenieur. Hij wijst naar de rij stoelen die hij in de middag heeft opgehaald. „Die kreeg ik met korting mee.” De vrouw die de waterton met bekers meenam, de flesjes mierzoet abrikozensap in de bus: allemaal donaties.

Deken van opluchting

Nu Bashir weg is, ligt er een deken van opluchting en opwinding over Soedan. Er wordt al gesproken over het ‘nieuwe Soedan’. Jonge vrouwen springen achterop motors, mannen en vrouwen liggen op een zondagavond naast elkaar in het park. Dat zag je een paar maanden terug niet. Vroeger zouden ze hoogstwaarschijnlijk door de veiligheidsdiensten zijn meegenomen.

Er worden scholen en straatnamen vernoemd naar nieuwe helden, veelal critici van Bashir die zijn gedood tijdens de protesten. De Groene Tuin – een park met attracties waar families en vrienden samenkomen – heet nu het Vrijheidsplein. „Buiten de deur was je altijd onrustig”, zegt de 26-jarige Aya Haroon, die met haar zussen in het park zit. „Je werd voor de raarste dingen meegenomen”, zegt ze. „Ik ben bijvoorbeeld opgepakt omdat ze niet geloofden dat ik Soedanees was, ze zeiden dat ik wel een Ethiopiër moest zijn.” Terwijl ze terugdenkt aan die tijd, schudt ze haar hoofd. „Als wij zoals nu in gesprek waren geweest zou er binnen no time een agent naast mij staan.”

Haar relatie met de autoriteiten is veranderd, zegt ze, ontspannen geworden. „Als je heel je leven bent onderdrukt, weet je niet wat vrijheid is. Nu ik het heb, begrijp ik hoe fijn het is.”

Naast opluchting is er opwinding over de nieuwe mogelijkheden die er zijn. Overal in de stad praten plukjes mensen over de toekomst van het land dat, in hun ogen, dertig jaar is verwaarloosd. Ze willen Soedan opnieuw opbouwen.

Ziekenhuizen zijn in Khartoem afhankelijk van het bloed van mobiele bloedbanken.
Foto’s Mohamed Nureldin Abdallah

De belangrijkste kracht hierachter is de Ha Nabneho-beweging, op Twitter begonnen. „In het Arabisch betekent het: ‘wij bouwen het wel’”, vertelt de 25-jarige Yassen Adam op de plastic stoel van een theevrouw, langs de weg. Op de muur achter hem is een Soedanese vlag geschilderd met in het Arabisch de tekst: ‘De revolutie van Shambat’ – zo heet de stad, net buiten Khartoem.

„We hadden tijdens de demonstraties een duidelijk doel: Bashir wegsturen. Maar wat was de volgende stap? Los van het succes van de tussentijdse regering die er nu zit, willen wij nu het land opbouwen dat goed voor ons is.”

Via Twitter bereikte de beweging duizenden Soedanezen die zich in alle buurten, door heel het land, hebben georganiseerd. Het zijn groepjes van zo’n dertig mensen, van tussen de 15 en 35 jaar, die worden geholpen door vrijwilligers uit de buurt. Eigenlijk doen zij precies wat een goed functionerende overheid zou doen.

Een deel gaat deuren langs, vraagt bewoners wat ze graag anders zien in hun wijk. De rest voert het uit. „Veel mensen verbranden hun vuilnis op straat omdat de ophaaldienst van de gemeente niet werkt.” Nu wordt al het vuilnis door vrijwilligers opgehaald. Andere groepen verzamelen verf en gereedschappen en repareren schoolgebouwen die jarenlang slecht zijn onderhouden. En wanneer bewoners zeggen dat ze graag bloed willen doneren, neemt het buurtcomité contact op met de bloedbank die dan zo snel mogelijk langsrijdt.

„Een jaar geleden werden we samen wakker in een depressie”, zegt Adam. Er was geen werk, je stond uren in de rij voor benzine, voor brood. „Ik stond om 11 uur in de ochtend op zonder energie. Nu sta ik om 6 uur op met een doel. De revolutie is onze baan geworden.”

Het kan nog stuk

Is hij niet bang dat het optimisme ook snel kan omslaan? In de tussentijdse regering zitten militairen die onder Bashir hebben gediend, de samenwerking kan altijd stuk lopen. Adam zegt dat het nog te vroeg is om daarover te oordelen. De regering is vorige maand beëdigd en wordt geleid door premier Abdalla Hamdok, een econoom die bij de Verenigde Naties een goede reputatie heeft opgebouwd.

Adam ziet in zijn beweging twee kampen. „Een groep wil vooral kritisch blijven op de nieuwe regering. De andere groep zegt dat de huidige regering bijna precies is waar wij om hebben gevraagd. Die vindt dat we ze hoe dan ook moeten steunen.”

Adam wil het liefst steunen én kritisch blijven. Zijn die twee dingen niet inherent aan elkaar? Hij lacht. „Dat klinkt misschien logisch maar dat is het hier niet. Soedanezen moeten nog leren om met een genuanceerde blik naar de politiek te kijken. Je was altijd óf 100 procent voor óf 100 procent tegen.”

De vaders van Muhab Ismail (19) en Awab Elias (23) waren dat ook. Ze stonden lijnrecht tegenover elkaar. Ismail is de zoon van een bekende leider van de Sudanese Professionals Association, die een grote rol speelde in de volksopstand. Elias is de zoon van een ambassadeur die onder Bashir diende.

De twee studenten kwamen in augustus met elkaar in contact op Twitter. Nu staan ze samen, sigaret in de hand, zweet op hun voorhoofd, naar honderden kleine limoen-, mango- en guavebomen te kijken. Die bomen hebben ze net aangeschaft in een tuin van 3,5 hectare, langs een drukke autoweg. Als bestuursleden van Green for Sudan willen Ismail en Elias duizenden fruitbomen planten in de stad.

„Ik heb heel lang nagedacht over wat ik precies kon betekenen voor het nieuwe Soedan”, zegt Elias. Toen hij zag dat Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië in een dag 200 miljoen bomen had laten planten, wist hij het.

„Dit moesten wij ook doen! Het is hier heel heet, de bomen zorgen voor schaduw en dus verkoeling.” En ze zijn goed voor de economie, zegt Elias. „Eén mango is voor veel Soedanezen al te duur. Over een paar jaar kunnen ze die gratis plukken in hun wijk, waardoor de marktprijs zal dalen.”

Khartoem ligt aan de Nijl en is daardoor erg vruchtbaar, zegt Ismail, die twee koppen groter is dan zijn nieuwe vriend. „We hebben mensen die bodemonderzoek doen en bepalen waar deze vruchten het best zullen groeien. De buurtcomités zijn ook enthousiast.” Over vijf jaar zullen bewoners van de eerste bomen kunnen eten.

„De jongens maken ons trots”, zegt Musadaq Hasan, de eigenaar van de tuin, terwijl hij ze bij hun schouders pakt. Hij heeft de bomen met veel korting aan ze verkocht. „Drie jaar geleden kwamen er mensen van de overheid langs om bomen bij mij te kopen”, zegt hij. „Ik krijg nog steeds geld van ze.”

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie NRC Vandaag: Soedan, een half jaar na de coup

U kunt zich ook abonneren via Apple Podcasts, Stitcher, Spotify, Castbox of RSS.