Recensie

Recensie Theater

‘Het Debuut’ combineert zijdezacht acteren en filosofische zoektocht

Theater In de jaarlijkse serie ‘Het Debuut’ toont Rudolphi Producties drie bijzondere afstudeervoorstellingen van de theaterscholen. Dat levert een mooie avond op van jonge makers.

Car Derkx in haar Me, Myself & Sir Roger Scruton
Car Derkx in haar Me, Myself & Sir Roger Scruton Foto Bart Grietens

Theatermakers Kathlyn Wuyts, Caro Derkx en Arber Aliaj zijn dit jaar geselecteerd met hun afstudeervoorstelling door Rudolphi Producties. De drie korte stukken worden getoond onder de noemer Het Debuut. De drie laten zien dat ze theatermakers zijn om rekening mee te houden in de toekomst.

Meest geslaagd is Vaste grond van de Vlaamse Wuyts, die in de rol stapt van een oude vrouw die haar demente man bemoedert. Dat doorsnijdt ze met drie scènes waarin ze steeds iemand anders speelt die verliefd wordt. Ook zingt ze liedjes, waarbij ze met een voetsampler de muziek creëert.

Het is de vederlichte, zijdezachte wijze waarop Wuyts acteert die dit rollenspel zijn glans geeft. Ze speelt haar rollen op en tussen de toeschouwers die op de toneelvloer zitten. Ze kijkt hen in de ogen, raakt ze aan met de bemoedigende vriendschappelijkheid van een goede buur en nodigt hen uit tot een kleine dans. Dat leidt tot mooie sentimenten, met tragische en geestige contrasten.

Verfrissend is de keuze van Derkx om in Me, Myself & Sir Roger Scruton buiten haar linkse bubbel te stappen. In haar honger naar kennis zoekt ze contact met de Britse conservatieve denker Roger Scruton en raakt in de ban van zijn denkbeelden. Toeval is deze toenadering niet: er is een hint naar Thierry Baudet, via de uil van Minerva. De wetenschap dat Scruton de scriptiebegeleider was van de jonge Baudet schept verwachtingen.

In de rol van Scruton lepelt Derkx stukken tekst van hem op, in het Engels, op camera, keurig thematisch verdeeld in sereniteit en harmonie, de noodzakelijkheid van god en schoonheid in de kunst. Het liefst zou ze bij Scruton op schoot kruipen, bekent ze in haar enthousiasme, en ze ziet zich al samen met hem op een paard galopperen. Wel heel plompverloren doet ze zijn werk vervolgens af als ‘stoffig’. Dat gebrek aan reflectie en analyse maakt deze dappere poging om conservatieve ideeën uit te lichten een wat bloedeloze exercitie.

Drie keer laat Arber Aliaj zich begraven in De zoektocht naar schoonheid, waarbij hij de troost die kunst biedt afzet tegen de mens die hemelse muziek schept, maar ook concentratiekampen opzet. Prachtig is het beeld hoe hij vanonder een berg aarde nog doorpraat, fonteintjes van zand spuitend. Maak kunst die vanuit je hart komt, stelt hij, en geeft zelf het goede voorbeeld.