Grip of afstand? Kamer verdeeld over Caribische delen van het koninkrijk

Koninkrijksrelaties De Tweede Kamer is „nog nooit zo somber geweest” over de Caribische delen van het koninkrijk, met name over Sint-Maarten.

Huizen op het eiland Sint Maarten, een jaar na orkaan Irma.
Huizen op het eiland Sint Maarten, een jaar na orkaan Irma. Foto Tim van Dijk / ANP

Acht regeringen in tien jaar had Sint-Maarten al ten val zien komen toen staatssecretaris Raymond Knops (Koninkrijksrelaties, CDA) vorige maand op het vliegtuig stapte om het eiland te bezoeken. Toen hij een paar uur later geland was, stond de teller op negen.

Lees ook: Regering Sint Maarten valt om onenigheid wederopbouw na orkaan

Knops hoeft niemand nog te overtuigen dat het niet best gaat op Sint-Maarten. Pessimisme overheerst in de week dat de Tweede Kamer debatteerde over de Caribische delen van het Koninkrijk der Nederlanden en de koninkrijksrelaties-begroting. „In de vijftien jaar dat ik de eilanden volg”, zei Ronald van Raak (SP) donderdag, „ben ik nog nooit zo somber geweest”.

Op bijna alle eilanden is het op een of andere manier mis. Twee van de drie bijzondere gemeenten hebben na jaren van bestuurlijke chaos nog maar een fractie over van hun autonomie. Bonaire staat sinds een jaar onder verscherpt toezicht van Den Haag.

Nog ernstiger is de situatie op Sint Eustatius, waar de Nederlandse regering begin 2018 het hele bestuur overnam. Het eiland, met 3.000 inwoners, wordt sindsdien aangestuurd door een regeringscommissaris, zonder democratische controle. Alleen vulkaaneiland Saba krijgt door Knops en Kamer lof toegezwaaid.

Op Aruba, Curaçao en Sint-Maarten – de drie landen die samen met Nederland het koninkrijk vormen – heeft het kabinet normaal gesproken iets minder grip, maar ook daar zijn de problemen talrijk.

Curaçao, het grootste eiland, kampt met werkloosheid en begrotingstekorten, mede door de economische en politieke crisis in Venezuela. Sinds deze zomer houdt het kabinet ook op Curaçao de overheidsfinanciën nauwlettend in de gaten. Aruba staat er niet veel beter voor. De Arubaanse regering is het strenge financiële toezicht nu zo zat dat het zich aan de Nederlandse bemoeienis probeert te ontworstelen.

Lees ook: Op Curaçao wint het gezag, maar staan de politieauto’s stil

Maar het grootst zijn de problemen op Sint-Maarten. Daar is de chaos die de andere eilanden doormaken, bestuurlijk en economisch, nog eens versterkt door de verwoesting die orkaan Irma in het najaar van 2017 op het eiland aanrichtte. En dus, sinds vorige maand, door de zoveelste regeringscrisis. Nieuwe verkiezingen zijn uitgesteld tot begin januari.

Van de 550 miljoen euro aan noodhulp die de Nederlandse overheid na Irma toezegde, is nog maar een klein deel besteed. De rest van het bedrag ligt te wachten – op stabiele politiek en betrouwbaar bestuur.

De patronen zijn dezelfde, ze zijn benoemd en bekend. Kleine eilanden, regeringen die elkaar snel opvolgen en voortdurend ruziën met Knops en zijn voorgangers, en de vermenging van onder- en bovenwereld die doorsijpelt tot in de politiek.

Sinds op 10 oktober 2010 de Antillen werden opgeheven als land en de eilanden een nieuwe status kregen (drie als autonoom land binnen het koninkrijk, drie als bijzondere gemeente), zijn de problemen niet verdwenen. Integendeel, zeggen Kamerleden als SP’er Van Raak en VVD’er André Bosman: ‘10-10-10’ heeft de kwaadwillende bestuurders juist sterker gemaakt en de overzeese tegenstellingen verergerd.

Eensgezind dat het anders moet

Alle Tweede Kamerleden delen de „grote zorgen” van de staatssecretaris. Niet eerder vonden ze zo eensgezind dat het anders moet, dat het nu echt afgelopen moet zijn. Maar hoe?

Om te beginnen door meer afstand van de drie landen in het koninkrijk te nemen, volgens Bosman. Hij wil dat het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, dat de verantwoordelijkheden van Nederland en de eilanden regelt, op de schop gaat – anders moet Nederland eruit.

Nee, vindt Chris van Dam (CDA), de banden met de eilanden moeten juist worden verstevigd. Voor taken als rechtshandhaving is het bestuurlijke apparaat van de eilanden te klein, stelt hij, laat die maar aan de Rijksoverheid over.

Meer grip of meer afstand: als iemand het voor elkaar kan krijgen, is de gedachte in Den Haag, is het Knops. In de Kamer wordt hij geprezen: eindelijk iemand die zegt waar het op staat. Als het aan hem ligt, komt het in elk geval niet tot minder Haagse bemoeienis. „Zeggen dat we ons terugtrekken is het slechtste wat we zouden kunnen doen, want dan laten we Sint-Maarten en de mensen daar over aan de bestuurders daar.”