Opinie

Grachtenplasser in Kostverlorenvaart

Column

‘Stil es, ik hoor iets”, zegt Olivia als we tegen elven eindelijk het tiende en laatste deel van de Netflixserie over Vietnam achter de rug hebben en de tv uitzetten. „Ik hoor gespetter. Iemand roept ‘help’, geloof ik.” Nu wordt er wel vaker gezwommen in de Kostverlorenvaart waaraan het grote appartementengebouw De Meander in de Staatsliedenbuurt staat waarin we op vier hoog wonen. Zelfs midden in de winter trekken sommige buurtbewoners, vaak uitgerust met een oranje of rode boei, in de ochtend hun baantjes in de vaart, hoewel er een jaar geleden bordjes „Vaarroute! Zwemmen verboden” op de dukdalven zijn bevestigd. En geroepen en geschreeuwd wordt er ook vaak, vooral als dronken nachtbrakers over straat zwalken. Maar gelijktijdig gespetter en geroep aan het begin van de nacht hebben we nog nooit gehoord.

„Misschien is er wel iemand aan het verdrinken”, zegt Olivia droogjes, terwijl ze een raam opent en eruit gaat hangen. „Ja, hoor, d’r ligt iemand in het water.”

Onmiddellijk doen we onze jassen aan en stormen naar beneden. Buiten zien we nog één van de honderden bewoners van ons complex een deur uitkomen. „I heard someone calling for help”, zegt hij. Ja, wij ook, antwoord ik.

Jaarlijks valt een groot aantal dronken grachtenplassers in Amsterdam in het water. Zo’n vijftien per jaar overleven het niet

Aan de overkant van de vaart staan een paar mensen tussen de geparkeerde auto’s te kijken in de richting van de brug. Daar probeert een man met veel gespat en gekreun de vaart uit te komen. Het lukt hem niet. Het platform onder aan de brug is te hoog, hij kan zich ten slotte alleen aan de bakstenen kademuur klampen.

Snel gaan we het trappetje naar het platform af. De Engels sprekende buurman en ik grijpen de man bij zijn polsen en trekken hem uit het water. Hij is zwaar, we moeten hem nog even aan zijn broekband omhoogsjorren om hem goed op het droge te krijgen. Eerst blijft hij doodstil op zijn buik liggen, als een verdronken kalf. Dan staat hij op, laat een flinke boer, en begint in het Engels met een Oost-Europees accent te vertellen. „O man, ik heb zo veel gedronken. Daar, bij die huizen aan de overkant, ben ik het water in gevallen.”

Vermoedelijk is hij niet zomaar in het water gevallen, maar stond hij tussen de geparkeerde auto’s in de gracht te plassen. In Amsterdam valt jaarlijks een onbekend maar groot aantal dronken grachtenplassers in het water. Zo’n vijftien per jaar overleven het niet.

De man heeft een behoorlijk eind moeten zwemmen. Hij koos voor de moeilijke weg. Want aan de kade voor De Meander hangt een reddingstouw vlak boven de waterlijn, dat bovendien enkele keren wordt onderbroken door ijzeren trappetjes. Maar dat heeft de grachtenplasser in het donker blijkbaar niet gezien.

Als hij is uitverteld, vragen we waar hij naar toe moet en of we hem even moeten brengen. Nee, nee, dat hoeft niet, zegt hij, ik woon op de Admiraal de Ruijterweg, dat is niet ver, dat kan ik lopen. Van andersoortige hulp wil hij ook niets weten. „No, no, thank you very much, thank you very much”, zegt hij, terwijl hij een diepe buiging maakt, zich omdraait en druipend in de nacht verdwijnt.

Redacteur Bernard Hulsman vervangt op deze plek tijdelijk Auke Kok, die de laatste hand legt aan zijn boek over Johan Cruijff.