Recensie

Recensie Media

Goede variatie in wapentuig: van pistool tot bevrieskanon

Kartono, Sarah

Het is het einde van het tweede decennium, en de gamehelden van het begin van deze eeuw moeten hard hollen om de veranderende tijdgeest bij te benen. Dat wordt opnieuw duidelijk in deel vijf van testosteronbommenreeks Gears of War: de serie heeft voor het eerst een vrouwelijke hoofdpersoon.

Waar tijdgenoot God of War met zijn eigen modernisering vorig jaar volwassen werd in thematiek en uitwerking, laat Gears maar moeizaam zijn roots los. Heldin Kait is vooral de Smurfin onder breedgeschouderde, sterkbewapende Smurfen. Ze is een voormalig rebel die zich bij de militaristische Cog heeft gevoegd om als Gear tegen de kwaadaardige Swarm te vechten. Ze gaat op zoek naar antwoorden over haar afkomst en ontdekt dat de Cog niet altijd zuiver is geweest.

Verhaaltechnisch doet Gears 5 zijn best om verdieping te brengen, maar de emotionele momenten hebben niet altijd impact en de zelfkritiek lijkt vooral plichtmatig. Gelukkig schiet Gears óók nog als vanouds: je rent tactisch van beschutting naar beschutting en probeert je vijand uit de tent te lokken. Het tempo zit er goed in, en idem de variatie in wapentuig, van pistool tot bevrieskanon tot de speciale krachten van je robotpartner Jack.

Zowel in de verhaalmodus als in de online-vechtmodi werk je samen met een team dat elkaar ook zonder menselijke besturing meestal goed in leven houdt. De gevechten zijn hapklare brokken die net lang genoeg duren. Hoogtepunt is de ‘snowboard-slee’ waarmee je vloeiend door sfeervolle gebieden trekt, al zijn die gebieden vaak teleurstellend leeg.

Zo vermaak je je met Gears 5 prima – maar leg je de controller neer, dan blijft er weinig hangen. Zelfs de nieuwe gamemodus Escape, waarin je aan een basis ontsnapt, is een stap richting vernieuwing die het doel net niet haalt.