Opinie

Een bijrol kan Europa zich niet meer veroorloven

De Turkse invasie in Syrië laat fricties in westerse allianties zien en leert dat Europa niet aan de zijlijn kan blijven, constateert Michel Kerres. Zeker niet in de eigen regio.

Michel Kerres

In Europa waren de bad guys deze week snel geïdentificeerd: de presidenten van de VS en Turkije, Donald John Trump en Recep Tayyip Erdogan. Een veilige keuze, beiden hebben die rol eerder met verve vertolkt.

Voor veel Europese politici was het zonneklaar. Met de door de VS ogenschijnlijk gedoogde Turkse invasie in Noord-Syrië ontstaat een nieuwe, gevaarlijke fase in het al acht jaar durende conflict dat al zo veel humanitaire rampspoed heeft voortgebracht. Erdogan moet zo snel mogelijk worden gestopt, eventueel met economische sancties. Dat klonk daadkrachtig, maar de invasie onderstreepte ook weer dat Europa geen hoofdrol speelt in Syrië.

Even terug naar zondag, want echt gladjes verloopt de gevaarlijke liaison tussen de twee presidenten niet. Eerst vond Trump het goed dat Erdogan Syrië zou binnenvallen en haalde hij Amerikaanse militairen weg van strategische posities. Na felle kritiek van Republikeinen uit de Senaat stuurde hij er een bijna hallucinante waarschuwing achteraan. Als Erdogan te ver zou gaan, dan zal Trump in zijn „grote en onmetelijke wijsheid” de Turkse economie vernietigen. Hoeveel doden er mogen vallen voor hij Erdogan weer aanlijnt zei Trump er niet bij. Op die correctie volgde overigens wéér een correctie: Trump moest wel nog even kwijt dat hij altijd goed had samengewerkt met NAVO-partner Turkije.

De belangen van de presidenten liepen parallel. Trump wil af van Syrië. In december kondigde hij aan de Amerikaanse militairen, 2.000 toen, binnen dertig dagen terug te trekken. De wereld was te klein en minister van Defensie Mattis stapte op. Uiteindelijk bleef Trump met Syrië zitten.

Erdogan wil graag af van de 3,6 miljoen Syrische vluchtelingen in zijn land én van de Koerdische strijders net ten zuiden van zijn land. Dus moet er een gebied komen – eufemistisch bufferzone genoemd – waaruit de Koerden worden verdreven om plaats te maken voor de herhuisvesting van Syriërs.

Op de VN in New York liet Erdogan eind vorige maand een kaart zien waarop zijn masterplan helder in geel en rood was ingetekend. Hij zei dat voorbereidingen in volle gang waren en dat Turkije vastbesloten was om het plan door te voeren.

De Turkse invasie is dus geen verrassing. Wie nu verbazing veinst, heeft niet opgelet.

Het is wel een risicovolle actie. Het is de zoveelste humanitaire ramp voor mensen in de oorlogszone, van wie er velen al eerder op de vlucht moesten voor oorlogsgeweld. Gedwongen herhuisvesting is zelden een succes, geen duurzame oplossing en gaat voorbij aan de rechten van de vluchtelingen. De Koerdische strijders hoopten op autonomie maar kregen wéér een gevecht en noemden hun ex-bondgenoten in de strijd tegen IS niet zonder reden verraders. In Europa ging alarm af omdat de Koerden 12.000 IS-strijders, onder wie veel buitenlanders, gevangen houden en in de hitte van een gevecht met Turkije wel eens de deur van het slot zouden kunnen laten.

Toen Turkije woensdag het vuur opende, antwoordde Europa met de wapens die wel vaker haar voorkeur hebben: verontwaardiging en internationale regels. EU-landen riepen in New York de Veiligheidsraad bijeen en in het Europees Parlement in Brussel vonden Buitenland-chef Federica Mogherini en parlementariërs elkaar in afkeurende bewoordingen. Krachtige afkeurende statements, die ook in de Europese hoofdsteden te horen waren, hebben op zo’n moment een functie – mits ze gevolgd worden door daden.

Europa heeft bijgedragen aan de strijd tegen Assad en aan het gevecht tegen IS. Het regelde humanitaire hulp (17 miljard euro) en vroeg aandacht voor de onmetelijke misdaden. De leiding zat elders – nu ligt het primaat bij een inmiddels onwillige supermacht VS en bij de eigenzinnige frontstaat Turkije.

Ook al heeft verontwaardiging een functie, wat telt zijn machtsverhoudingen en onderlinge relaties. De Turkse invasie onderstreept frictie en ongemak tussen landen die elkaars bondgenoten zijn. Zo heeft de EU het repressieve regime in Turkije nodig om de vluchtelingenstroom in te dammen en sluist daarom geld naar ngo’s die zich in Turkije bekommeren om vluchtelingen uit Syrië. De VS zijn geïrriteerd omdat Europa Amerikaanse militairen in Syrië niet wil aflossen en veel Europese landen hun IS-strijders niet willen repatriëren.

Nog gecompliceerder wordt het vanuit NAVO-perspectief, waar VS, Europa en Turkije aan één tafel zitten. Turkije is door zijn omvang, militaire kracht en strategische ligging onmisbaar in de NAVO en test telkens hoe ver het met een eigen koers kan komen. Zo dreef Turkije de verhouding met de NAVO – en dus de VS – op de spits door een Russisch luchtafweersysteem te kopen. De VS schrapten de Turkse bestelling van honderd F35’s. Als Trump zijn relatie met Turkije roemt, gaat hij voor het gemak aan die provocaties voorbij. De vraag rijst hoe vaak Erdogan tegen het bondgenootschap in kan gaan?

Erdogan belde deze week niet met Poetin, die in Syrië aan de kant van Assad staat. Poetins woordvoerder zei wel dat de inlichtingendiensten goed samenwerken. Rusland deed vooralsnog niets om de invasie te verhinderen en Poetins woordvoerder zei begrip te hebben voor de veiligheidsbelangen van Turkije.

De Turkse president heeft gegokt en stuit vooralsnog niet op al te grote politieke weerstand. De Amerikaanse president, die geen leiderschapsrol voor de VS ziet in Syrië, heeft Turkije niet meteen tegengehouden – hoe ver hij Erdogan laat gaan is ongewis. Inmiddels heeft Erdogan een uitnodiging van Trump ontvangen om op 13 november naar Washington te komen.

Europa staat intussen aan de zijlijn in een conflict waarvan de gevolgen juist voor Europa wel eens groot zouden kunnen zijn. Een nieuwe vluchtelingenstroom zou een Europees probleem kunnen worden. En waar gaan ontsnapte IS-strijders naar toe? Trump verwacht dat ze naar West-Europa gaan. Gezien de nieuwe verhoudingen en de keiharde opstelling van bondgenoten kan Europa het zich niet meer permitteren om in de eigen regio een bijrol te vervullen.