De rijken bleven rijk, ook in de bronstijd

Archeologie Onderzoekers brachten de verwantschappen van mensen in kaart. Wie rijke voorouders had, had veel grafgiften.

Een vrouw, niet van lokale komaf, die in de buurt van Ausgburg begraven ligt met kostbare grafgoederen.
Een vrouw, niet van lokale komaf, die in de buurt van Ausgburg begraven ligt met kostbare grafgoederen. Foto PNAS/Stadtarchäologie Augsburg

De duivel schijt altijd op de grootste hoop. En dat was al zo in de bronstijd (in Europa van 2200 tot 800 voor Christus), ontdekten archeologen bij onderzoek van grafvelden rondom de Zuid-Duitse rivier de Lech. Ze analyseerden het genoom van 104 mensen die hier leefden, stelden hun onderlinge verwantschap vast en koppelden die gegevens aan de grafgiften die rondom deze individuen zijn gevonden. Wat bleek: de rijkdom van bepaalde overledenen was ook aanwezig in graven van hun nakomelingen, terwijl mensen die geen familie waren, maar wel tot hetzelfde huishouden behoorden, zonder geschenken ter aarde waren besteld. Welvaart – en status – werd dus van generatie op generatie binnen het gezin doorgegeven. De rijken bleven rijk, de armen arm.

Dat schrijft een team van archeologen van onder meer het Max Planck Instituut in Jena en de Ludwig-Maximilians Universiteit in München donderdag in Science. De graven bevonden zich ten zuiden van Augsburg. Een klein deel van de daar aangetroffen lichamen was afkomstig uit de periode voor de bronstijd – de zogenoemde touwbekker- en klokbekerculturen – maar het merendeel was begraven tussen 2.150 en 1.300 voor Christus, gedurende de vroege en midden-bronstijd. Dit was een periode van aanzienlijke mobiliteit.

Menselijk gebit

Dat is te zien aan de mensen die in de graven liggen – en dan met name aan de vrouwen. De onderzoekers ontdekten dat dankzij isotopenonderzoek. Via voedsel en water belanden de elementen zuurstof en strontium in het menselijk gebit. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerkende ‘handtekening’ wat betreft de aanwezigheid van deze stoffen in de natuur. Door in tanden te speuren naar strontium- en zuurstofisotopen – atomen met verschillende aantallen neutronen in de kern – en die te vergelijken met de signatuur van verschillende gebieden, kan worden aangetoond in welke streek iemand is opgegroeid. Terwijl de mannen in de Augsburgse graven van lokale komaf waren, kwamen de vrouwen van elders.

Met behulp van DNA-onderzoek brachten de onderzoekers onderlinge verwantschappen in kaart. Ze bouwen daarmee voort op onderzoek dat ze in 2017 publiceerden. Nu lukte het in sommige gevallen om een stamboom van wel vijf generaties te maken. Vaders en moeders lagen begraven in de buurt van hun zonen, terwijl dochters veel minder aanwezig waren. Dit wijst erop dat de bevolking van deze streek niet enkel zijn vrouwen van ver haalde, maar ook haar dochters wegzond om te trouwen.

Kostbare parafernalia

Het DNA-onderzoek liet verder zien dat in een belangrijk graf een kerngezin lag, met daar omheen de lichamen van mensen die wel bij het huishouden hoorden, maar geen familie waren. Volgens de archeologen wijst dit erop dat de bezitters van een hoeve samenleefden met een gemeenschap van bedienden en misschien zelfs slaven, zoals bijvoorbeeld ook in het oude Rome het geval was.

Opvallende uitzondering op de bescheiden status van de mensen die niet tot het kerngezin behoorden, zijn enkele vrouwen die in de graven zijn aangetroffen. Uit isotopenonderzoek blijkt dat ze van elders kwamen, maar ze hebben hun DNA-spoor niet nagelaten in volgende generaties. Toch zijn ze begraven met kostbare parafernalia. Dit zullen geen slaven zijn geweest, maar wat dan hun rol was, is de onderzoekers onduidelijk.

Onvolwassen kinderen die afstamden van rijke ouders zijn ook begraven met kostbare grafgiften als wapens en sieraden. Daaruit concluderen de onderzoeker dat dit soort tekenen van welvaart niet zelf verdiend hoefden te worden, maar werden gezien als een bezit van de hele familie.