Opinie

Literatuur geeft je de kracht om verder te leven na een groot verlies

Michel Krielaars

Sinds de dood van mijn moeder, eind vorige week, bevind ik me in een staat van, zoals Sigmund Freud het zo mooi noemt, Trauerarbeit. Alleen daarom al lees ik het onlangs postuum verschenen boek van een van mijn favoriete schrijvers, Amos Oz. Het heeft als titel Wat is een appel? Zes gesprekken over schrijven en over liefde, schuld en andere gevoelens. Het doet me in alle opzichten goed, omdat het laat zien dat literatuur je, net als een strijkkwartet van Beethoven of een impromptu van Schubert, de kracht geeft om verder te leven na een groot verlies.

Die gesprekken zijn opgetekend door Shira Hadad, de redacteur van Oz’ laatste roman Judas. Nadat dat boek was verschenen, bleef ze de schrijver opzoeken om met hem te praten over onderwerpen die hen beiden raakten. Op een gegeven moment besloten ze hun gesprekken op te nemen. Vervolgens maakten ze er een selectie uit, waar ze ordening in aanbrachten. Zo hebben ze het over zijn schrijfgewoontes (Oz gooide altijd al zijn kladversies weg en bewaarde alleen het getypte eindresultaat), zijn boeken (hij leest ze uit frustratie nooit en is van sommige zelfs vergeten waar ze over gaan), seks (‘Ik ben kwaad op iedereen die kwaadspreekt over seks, terwijl hij juist andere dingen bedoelt, of juist geen andere dingen bedoelt’), vrouwen (‘Mijn hele leven zijn eenzame oude vrouwen gesteld op me geweest’), zijn ouders (‘Mijn vader had nauwelijks gevoel voor humor en mijn moeder ook amper’), oorlogen (‘Ik heb geprobeerd erover te schrijven, maar het lukte me niet’), invloeden van andere schrijvers (Oz vindt de ‘hartverscheurende’ Tsjechov beter dan Kafka), de kibboets (hij was blij dat hij zich er tegen zijn vijftigste uit kon losmaken).

Het resultaat van dit alles is een prachtig biografisch portret van de eind vorig jaar overleden schrijver, dat je als een welkome aanvulling kunt zien op zijn magistrale familiegeschiedenis Een verhaal van liefde en duisternis. Oz lijkt dan ook even uit zijn graf te zijn opgestaan om zijn verstandige opvattingen met je te delen.

Interessant aan Wat is een appel? is dat Hadad het lang niet altijd met hem eens is, wat hun conversatie spannend maakt. Zo deelt ze zijn kritiek op de #metoo-beweging niet. Oz, die elke vorm van fanatisme haat, vindt die veel te militant, terwijl Hadad #metoo als een revolutie beschouwt, die soms misschien wat te ver doorschiet, maar noodzakelijk is. Oz begrijpt die woede, maar voelt zich er soms toch door beledigd, omdat ze generaliseert en een politiek correct klimaat schept van ‘jullie’ tegenover ‘wij’.

Ook heeft hij, anders dan Hadad, moeite met het literatuuronderwijs, dat in de afgelopen decennia veranderd is in ‘onderwijs in minderhedenpolitiek of genderstudies of alternatieve narratieven tegenover een hegemoniaal narratief’. Zo hebben sommige literatuurwetenschappers en critici zijn beroemde roman Mijn Michaël uit 1968 een repressieve racistische tekst vol vrouwenhaat genoemd die de vooroordelen van een geprivilegieerde Joodse man weergeeft.

In Wat is een appel? staat één zin die mij niet onberoerd liet. Hij is afkomstig van Oz’ neurotische grootmoeder Sjlomiet, die overleed aan haar zucht naar hygiëne: ‘Als je bent uitgehuild en geen tranen meer hebt is dat een teken dat het tijd wordt om weer te gaan lachen.’ Mijn eigen moeder zou het zo gezegd kunnen hebben.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.