Rotterdam: ontwikkelaars hoeven de natuur niet te faciliteren

stadsnatuur Het Rotterdamse college wil bouwbedrijven niet verplichten om rekening te houden met de natuur, de gemeenteraad vindt dat wél belangrijk

Op het dak van het kantoor van BP in het havengebied van Rotterdam ligt insect-vriendelijke begroeiing.
Op het dak van het kantoor van BP in het havengebied van Rotterdam ligt insect-vriendelijke begroeiing. Foto Binder Daktuinen

Dakpannen met ruimte voor huismussen om zich te nestelen. Kleine kieren tussen de spouwmuren voor vleermuizen en nestkastjes voor zwaluwen. Bouwen en tegelijkertijd rekening houden met de natuur kost eigenlijk weinig moeite, zegt stadsecoloog Niels de Zwarte van bureau Stadsnatuur. Maar ondanks de nadrukkelijke wens van de raad dat bij bouwprojecten rekening wordt gehouden met de natuur, wil het college dat niet verplicht stellen, bleek onlangs. Op 20 november spreekt de gemeenteraad hier weer over.

Bijna twee jaar geleden nam de Rotterdamse gemeenteraad een motie van de Partij voor de Dieren aan over zogeheten natuurinclusief bouwen. Bij nieuwe woningen moeten wél de stadsdieren in gedachten worden gehouden, vond een meerderheid. Ook omdat de gemeente de komende jaren 18.000 woningen wil bouwen. Als deze allemaal ruimte hebben voor stadsdieren, zal dat de stadsnatuur ten goede komen, zegt De Zwarte. „Bovendien hoeft het niet zo ingewikkeld of duur te zijn.”

Handzame folder

In een brief aan de raad waarin deze motie wordt afgedaan, zegt het stadsbestuur bouwers en projectontwikkelaars vooral te willen „inspireren, enthousiasmeren en stimuleren” om tijdens de bouw na te denken over ruimte voor stadsdieren. Maar de gemeente zal hen niet dwingen. Want „de gemeente hanteert het streven om initiatiefnemers en ontwikkelaars zoveel mogelijk te faciliteren en het aantal voorwaarden in de omgevingsvergunning te beperken”, schrijft het college. Daar passen dus geen regels bij ten behoeve van stadsdieren. Wel wordt ‘natuurinclusief bouwen’ opgenomen in de richtlijnen voor bouwers, en zijn er een ‘handzame folder’ en een inspiratiedocument.

Een gemiste kans, vindt stadsecoloog De Zwarte. „We hebben eerder gezien dat als het niet verplicht is, bouwers ook geen zin hebben om dit soort dingen te integreren in woningen.” Fractievoorzitter Ruud van den Velden van de Partij voor de Dieren, is ook ontevreden over de manier waarop het stadsbestuur invulling geeft aan de motie. „Dit is wel heel erg vrijblijvend. De nadruk ligt alleen op bouwen. Dieren en biodiversiteit staan helemaal onderaan.”

Wat dóen stadsecologen eigenlijk?

De adviescommissie Dierenwelzijn en stadsnatuur, een onafhankelijke adviescommissie van deskundigen op dit gebied, kreeg de voorgenomen maatregelen al eerder onder ogen. Zij adviseerde het college om een concreet doel vast te stellen voor het aantal voorzieningen voor stadsdieren en de groei van de stadsfauna, om zo te zien of de voorgestelde maatregelen effect hebben.

Dat legt het stadsbestuur echter naast zich neer. „Het stellen van doelen vraagt logischerwijs om monitoring. De resultaten van metingen zullen echter geen betrouwbare uitspraken kunnen doen over het succes van natuurinclusief bouwen. Er zijn namelijk heel veel verschillende factoren van invloed op de biotoop van bepaalde soorten”, schreef het college aan de gemeenteraad. Dat klinkt niet alsof de gemeente dit belangrijk vindt, zegt De Zwarte. „De gemeente wil vooral lekker bouwen.” Maar rekening houden met de ecologie is hard nodig, bepleit hij. „Neem de stadsvogels. We bouwen hún biotoop, maar hun aantal daalt. Stadsvogels wonen in de stad, maar we houden onvoldoende rekening met ze.”

En het kán wel degelijk. In Utrecht doen ze dat het best: tenders zonder verblijfplaatsen voor dieren worden niet in behandeling genomen. Den Haag heeft een puntensysteem voor natuurmaatregelen waaraan grote projecten moeten voldoen. „Amsterdam heeft veel gronden in erfpacht en stimuleert zo natuurinclusief bouwen”, weet De Zwarte.

Groen én maatschappelijk kapitaal

Ondoordacht stukje

Rotterdam loopt wel voorop met groene daken. Een goed begin, want insecten en vogels kunnen op deze daken terecht voor eten of een slaapplaats, zegt de stadsecoloog. Maar dan moet er wel bijvoorbeeld een gevarieerde beplanting zijn. Daar ontbreekt het nog vaak aan, nu groene daken vooral dienen als wateropvang en maatregel tegen hittestress. Ook op straatniveau moeten de stadsdieren plekken hebben om te eten, te slapen of zich te verstoppen. „Een nestkast ophangen heeft geen zin als er geen bloeiende berm in de buurt is om van te eten”, zegt De Zwarte. De ecoloog pleit daarom voor betere samenwerking tussen de wethouders voor buitenruimte en bouwen. „Rotterdam heeft beleid voor water en klimaat, maar niet voor natuur en ecologie. Dat het college twee jaar deed over het afhandelen van deze motie, zegt genoeg. Ze weten zich er geen raad mee.”

Dat blijkt volgens de ecoloog ook uit het inspiratiedocument. Zo staat op pagina 12: „bijen zijn onmisbaar: honingrijke kruiden, struiken en bomen”. „Honingrijke kruiden? Alsof er een plant is die honing in zich heeft! Dit laat precies zien dat er in die twee jaar een ondoordacht stukje is gemaakt, geen inspiratiedocument waar je enthousiast van wordt.”

De PvdD heeft de motie aangehouden uit onvrede met de manier waarop het college die heeft uitgevoerd. Wethouder Kurvers (bouwen, VVD) laat weten niet te willen reageren op kritiek of vragen omdat hij de afdoening van de motie eerst op 20 november wil bespreken in de raad.