Tot het écht niet meer mag, is het: zonder gif geen golf

Duurzaamheid Chemische bestrijding op golfbanen is vanaf 2025 verboden. Echte alternatieven ontbreken.

Greenkeeper Silvain Timmerman met zijn alternatieve schimmelbestrijding: een wagen met uv-lampen. „Het gras en het bodemleven hebben nauwelijks last.”
Greenkeeper Silvain Timmerman met zijn alternatieve schimmelbestrijding: een wagen met uv-lampen. „Het gras en het bodemleven hebben nauwelijks last.” Foto Kees van de Veen

Van achter het stuur van de buggy wijst greenkeeper Silvain Timmerman (27) naar de rand van de fairway. Die is vergeeld tijdens de droge zomer, en nog altijd niet hersteld. „Ik vind het wel mooi”, zegt hij. „Geel is het nieuwe groen, zeggen we dan.” Het mulle zandpad met aan weerszijden bomen leidt naar een loods, waarvandaan hij met drie collega’s de achttienholesgolfbaan in Drenthe onderhoudt.

De droge zomer heeft er op Golfclub Havelte behoorlijk ingehakt. Wat nu geel is, was een paar weken geleden nog bruin. Geen golfer vond het een probleem. „Die oudjes vonden het geweldig, hun ballen rolden wel veertig meter verder.” En ook Timmerman werd er niet ongelukkig van. Sterker nog, hij wil nóg wel zo’n zomer. „Want met die droogte hebben we minder last van schimmels.”

Schimmels, onkruid en insecten geven de greenkeeper uit Drenthe veel meer kopzorgen dan een droge zomer. Nu mag hij nog grijpen naar chemische bestrijdingsmiddelen, maar vanaf 2025 is dat niet meer toegestaan. En goede alternatieven? Die bestaan vooralsnog niet.

Kankerverwekkend

Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op golfbanen verbieden, is onderdeel van het convenant ‘Green Deal Sportvelden’. Dat verbod werd onder andere door de Nederlandse Golf Federatie (NGF), sportkoepel NOC*NSF en de Rijksoverheid ondertekend in 2015. Het doel was om in 2020 slechts in ‘strikt noodzakelijke situaties’ gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen. Maar in mei van dit jaar werd het verbod met vijf jaar uitgesteld – het bleek niet haalbaar.

Golfbanen kunnen niet zonder ‘medicijnkastje’, zoals Timmerman de chemische bestrijdingsmiddelen noemt. Dagelijks begint hij om zeven uur ’s ochtends met het onderhoud van de greens, het kortgemaaide gras aan het einde van elke hole. Maaien, bemesten, onkruid wieden, schimmels bestrijden. „We hopen dat er een medicijnkastje mag blijven. Als we een dag te laat zijn om een middel te gebruiken, kan de dag erna je hele green onder de schimmels zitten. Dan sta je machteloos.”

Bij de meeste greenkeepers bevat dat medicijnkastje uiteenlopende chemische producten, voornamelijk tegen schimmels en onkruid. Een van de schadelijkste middelen is onkruidverdelger Roundup. Dat bevat het bestandsdeel glyfosaat en werd door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aangemerkt als potentieel kankerverwekkend. In mei besloot een rechter nog dat het Duitse chemieconcern Bayer, producent van Roundup, een Amerikaans echtpaar met lymfeklierkanker bijna 1,8 miljard euro schadevergoeding was verschuldigd – zij zouden het middel jarenlang in de tuin hebben gebruikt. In hoger beroep werd dat bijgesteld naar ruim 78 miljoen euro.

Toch werd Roundup in 2017 door de Europese Commissie toegestaan voor zeker vijf jaar. In december van dit jaar wordt gestart met de herbeoordeling van het middel.

Dat het op den duur zonder chemische bestrijdingsmiddelen moet, begrijpt Timmerman. „We zitten zelf ook met een mondkapje op als we het aan het spuiten zijn.” Maar, zegt hij, „een golfbaan is ook een bedrijf”. „Er moet geld worden verdiend, anders kunnen we niet blijven bestaan. Mensen betalen zo 100 euro voor een rondje golf. Dan verwachten ze ook nette greens.”

Lees ook: vier vragen over Roundup

Uv-lampen

Chemische bestrijdingsmiddelen zijn volgens hem tot nu toe altijd sneller en effectiever gebleken. Maar nu het verbod dichterbij komt, voelt hij zich genoodzaakt op zoek te gaan naar alternatieven. Daarom experimenteert hij op Golfclub Havelte met een aanhangwagen met twee horizontale armen, met op elk negen destructieve uv-lampen.

Met een aanhangwagen achter een buggy rijdt hij met 3 kilometer per uur over de green, de armen uitgeklapt. Het uv-C-licht – dat normaal gesproken door de ozonlaag wordt geabsorbeerd – tast het dna van de schimmel aan, waardoor die doodgaat. „Het grasplantje en het bodemleven hebben er nauwelijks last van”, zegt Timmerman. „Maar de schimmels zijn een dag later verdwenen.”

Ideaal, zou je denken. Maar op regenachtige dagen is de rijdende schimmelverdelger niet bruikbaar. „Het apparaat is zwaar. Als de green nat is, trekken de wielen diepe strepen in het gras. Ga ik over mijn vlakke green sporen trekken of laat ik de schimmel zijn gang gaan?”

Er zijn meer problemen met het apparaat, vertelt Timmerman. Het apparaat is bijvoorbeeld duur en daarom alleen een optie voor golfbanen met een groot budget. „Daarom hebben wij de machine zelf ontworpen en gebouwd.”

Daarnaast wordt het werk intensiever, want „het is een tijdrovende klus waarvoor veel personeel nodig is”. En in de winter kan het uv-licht niet worden gebruikt, omdat het gras dan niet groeit. „Dan heb je geen herstellende factor in je grasmat en krijg je kale plekken.” De uv-lampen blijven dus voorlopig binnen, tot het écht niet meer anders kan.

Voor schimmelbestrijding bestaat een alternatief voor de chemische bestrijdingsmiddelen, tegen onkruid en insecten niet. Op de greens wiedt hij dagelijks het onkruid met de hand. „Maar als je zo om je heen kijkt, kunnen we dat op de rest van de baan niet doen. Dat is bij elkaar bijna 70 hectare, dus maaien we het daar ouderwets kapot.” Tegen insecten is bijna helemaal niets te doen.

Foto Kees van de Veen

Ontwenningskliniek

De komende jaren gaat het werk van Timmerman en zijn collega’s behoorlijk veranderen. De nadruk zal komen te liggen op voorkomen in plaats van bestrijden. Bijvoorbeeld door te proberen de greens droog te houden – een natte green is een voedingsbodem voor schimmels. En door de grasmat minder vaak te maaien, zodat de plant genoeg tijd heeft om te herstellen en minder kwetsbaar is voor ziektes. „Het gras raakt gestrest doordat we het zo kort maaien”, zegt Timmerman. „Als we het gras langer houden op de greens, worden die wat trager. Maar dan heb je wel minder kans op schimmels.”

Dat doen ze bijvoorbeeld al in Denemarken, waar golfbanen meestal gifvrij zijn. Ze maaien er minder, geven het gras minder water. Juist daardoor is het gras steviger dan hier in Nederland en beter bestand tegen schimmeluitbraken en onkruid.

Maar om dat te bereiken ben je al snel vijf tot tien jaar verder. Je zou golfbanen kunnen vergelijken met een drugsverslaafde in een ontwenningskliniek, volgens de golfbond. Als je daar iemand van de een op de andere dag niets meer toedient, dan wordt diegene ziek. Op het moment dat je het langzaam afbouwt, zijn de ziekteverschijnselen minder heftig. Voor golfbanen is het net zo.

Vooralsnog lijkt het golf niet geheel vrijwillig onder behandeling te willen. Het is vooral wachten op innovaties die chemische bestrijdingsmiddelen overbodig maken. Tot het verbod er is, komt het neer op zoeken naar oplossingen. Timmerman: „Ik heb zelf het idee dat iets doms – gemalen koffiebonen of zo, weet ik het – een oplossing kan zijn. Dat we denken: hoe kúnnen we het niet eerder hebben bedacht?” Maar ook hij laat dat liever aan de mensen in het lab over.

Hoe golfbanen er zonder chemische bestrijdingsmiddelen uit komen te zien, is onzeker. „Wel zullen schimmels en onkruid zeker meer voorkomen”, zegt Timmerman. „Golfers moeten toleranter zijn, ze moeten accepteren dat er schimmelvlekken zijn. Voor sommigen is dat nu nog lastig.”