Struise vrouwen in belendende percelen

Ewoud Sanders

Woordhoek

Als ik belendende zeg, wat is dan het eerste woord dat er in u opkomt? En wat zegt u als ik snode zeg?

Ik heb een donkerbruin dat u belendende aanvult met percelen en snode met plannen. En wellicht is het u ontgaan dat in de vorige zin het woord vermoeden ontbreekt, omdat u dat na donkerbruin automatisch heeft aangevuld.

Dat laatste komt door de context (het woord donkerbruin komt ook in andere combinaties voor), maar het Nederlands telt tientallen bijvoeglijk naamwoorden die je vrijwel alleen in vaste combinaties aantreft. Ik vroeg hier onlangs naar op Twitter en kreeg ruim honderd reacties. Daaruit zal ik de interessantste presenteren, in twee afleveringen van ‘Woordhoek’. Mij boeien dergelijke woorden omdat het vaak versteende overblijfselen zijn uit een oudere periode van het Nederlands, die nog altijd worden gebruikt.

Wat betreft mijn aanpak: ik heb onderzocht hoe dergelijke bijvoeglijke naamwoorden de afgelopen tien jaar zijn gebruikt in NRC. Ter vergelijking heb ik gekeken in onder andere een forse digitale collectie romans van na 1950.

De conclusie is dat je wel enige variatie ziet in hoe ze worden ingezet, maar meestal is dat binnen een bepaald domein. Een voorbeeld: struis betekent ‘krachtig’ of ‘stevig’. De meest gangbare combinatie is een struise vrouw.

De afgelopen tien jaar vind je in NRC onder meer: struise blondine, struise deerne, struise jonge dame, een struise Zweedse, Russin en Poolse – allemaal vrouwen dus.

Struise mannen ontbreken in die periode, hoewel de Dikke van Dale bij struis als eerste vermeldt: „een grote, sterke en struise kerel”. Slechts bij uitzondering tref je in de leggers van NRC andere duo’s, zoals struise torens en struise bomen.

Nu we toch bij struise vrouwen zijn aanbeland, het bijvoeglijk naamwoord pronte wordt het vaakst gevolgd door borsten of boezem. In deze context is de betekenis van pront, aldus de Dikke Van Dale: „(van lichaamsdelen) goed geproportioneerd, m.n. zo welgevormd dat iemand er trots op is en ze graag laat zien” – dit lijkt mij een definitie van voor het #metoo-tijdperk.

Pronte borsten of borstjes is ook in NRC de meest voorkomende koppeling, maar daarnaast vinden we onder meer een pronte neus, pronte kleuren, pronte artisjokken en dito bessen.

Opmerkelijk is dat ik geen bijvoeglijk naamwoorden heb gevonden die min of meer exclusief worden ingezet om mannen te karakteriseren. De wereld wemelt natuurlijk van de ferme jongens en stoere knapen en je kunt het als gepatenteerd leugenaar tegenwoordig schoppen tot premier of president, maar voor al deze bepalingen geldt dat ze veel breder worden ingezet. De vele schalkse lachjes, blikken, ogen en knipoogjes komen bij beide seksen voor en worden vaak onderling uitgewisseld.

Puissant is een Frans leenwoord en heeft bij ons de betekenissen ‘zeer’ of ‘zeer groot’ gekregen. Net als elders was puissant het afgelopen decennium in deze krant vrijwel alleen te vinden in combinatie met rijk: puissant rijke personen, families, ondernemers, enzovoorts. Daarnaast werd er melding gemaakt van een puissant dure wijn en een puissant automobiel. Boudewijn Büch noemde Johnny Cash ooit „een puissant talent„ en Simon Carmiggelt zag eens een vrouw snikken in „een puissant rosarium”. Toch zullen de meesten van u puissant automatisch laten volgen door rijk. (Wordt vervolgd)

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders