RIVM: landbouw is wél boosdoener schade aan natuur

RIVM Hoewel het RIVM erkent dat zijn model onzekerheden bevat, verwerpt het instituut kritiek van politici en het Mesdagfonds: „Het is onzin”.

Boerenprotest in Den Haag.
Boerenprotest in Den Haag. Foto Novi Zijlstra

Boeren en politici twijfelen of de landbouw de voornaamste bron is van de schade aan natuurgebieden. Het kabinet zou zijn maatregelen om de veestapel te verkleinen, baseren op onvolledige en zelfs foutieve cijfers van het RIVM. Bij de behandeling van de Landbouwbegroting uitten CDA, VVD, SGP en FVD woensdag hun twijfels over de rekenmethoden. Toch snijdt de kritiek volgens het instituut geen hout. „Het is onzin”, zegt onderzoeker Addo van Pul.

De critici weigeren aan te nemen dat bijna de helft van de stikstof die neerkomt in kwetsbare natuurgebieden afkomstig is van de landbouw. Het Mesdagfonds, dat zich sterk maakt voor melkveehouders, gaat binnenkort in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam zélf meten hoeveel ammoniak er van welke bron in de natuur terechtkomt. „De stikstofdepositie wordt nu alleen geschat met modellen die nooit geijkt zijn met metingen”, stelt het fonds. Volgens de critici wijzen buitenlandse studies uit dat ammoniak helemaal niet tot kilometers ver draagt, maar „veelal niet verder komt dan enkele honderden meters van het bedrijf”, aldus het fonds. „De stikstof blijft dus vooral op het boerenerf en het boerenland.”

Lees ook: Nederlandse boeren produceren grotendeels voor het buitenland

Dat de landbouw vorig jaar voor 46 procent verantwoordelijk was voor de stikstof die natuurgebieden zulke grote schade toebrengt, is de uitkomst van een rekenmodel, dat al tientallen jaren wordt gebruikt en steeds is verfijnd. Het model wordt wel degelijk gevalideerd door metingen ter plaatse, stelt het RIVM. In ruim tachtig natuurgebieden hangen buisjes die de concentratie ammoniak en stikstof in de lucht meten, en ook worden daarvoor nog zes meetpunten gebruikt buiten de natuurgebieden.

Twist over metingen

Ook Jan Willem Erisman zegt dat het model steeds gevalideerd wordt. Tot voor kort was hij hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, gespecialiseerd in stikstof, en in de jaren negentig hielp hij bij het RIVM het rekenmodel ontwikkelen. Dat model, zegt Erisman, berekent de verspreiding van verontreinigende stoffen in de atmosfeer, naast ammoniak ook bijvoorbeeld stikstofoxiden en fijnstof. En het berekent hoeveel er op welke afstand neerslaat. Daarbij baseert het model zich op allerlei onderzoek, zegt Erisman. Voor ammoniak is bijvoorbeeld onderzocht hoeveel ervan vrijkomt uit bepaalde stallen, hoeveel er vrijkomt uit weilanden wanneer mest in de bodem geïnjecteerd wordt in plaats van uitgereden, en ook hoe dit gas zich verspreidt. Erisman: „Binnen de eerste kilometer slaat 20 procent van het vrijgekomen ammoniak neer. Op 100 kilometer ben je 80 procent kwijt.’’

Maar volgens Erisman is er wel al jaren een gat tussen het model en de metingen. Op basis van de modelberekeningen zou de ammoniakuitstoot moeten afnemen, maar dat ziet het RIVM niet in zijn luchtmetingen. De concentratie ammoniak in de lucht is tussen 2005 en 2014 juist met een vijfde gestegen. De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet heeft zich hier vorig jaar over gebogen, en wees op een aantal onzekerheden: misschien stoten stallen meer ammoniak uit dan gedacht, misschien voeren boeren minder mest af naar het buitenland dan gedacht, misschien wordt er minder mest in de bodem geïnjecteerd dan gedacht. Oftewel, misschien is de landbouw een nóg grotere bron van ammoniak dan gedacht. De Commissie beval aan dit verder te onderzoeken.

Lees ook het opiniestuk: Vervuilende agroindustrie is onhoudbaar

Voorzitter Jan Cees Vogelaar van het Mesdagfonds blijft erop hameren dat „men niet weet waar die stikstof vandaan komt”. „De onzekerheidsmarges zijn enorm.” Vogelaar voorspelt dat de maatregelen die het kabinet in petto heeft, zoals het uitkopen van veebedrijven, „geen bal” zullen helpen voor de natuurgebieden. Emeritus hoogleraar Erisman ontkent dit stellig.

Minister Schouten (Landbouw, CU) reageerde woensdag op de kritiek door te stellen dat er geen beter model is dan het huidige om stikstofherkomst te bepalen. Het RIVM verdedigt het model al evenzeer. Onderzoeker Van Pul van het RIVM erkent dat het onzekerheden bevat, maar spreekt tegen dat de cijfers niet kloppen. „Of het nu 40 of 46 procent is, duidelijk is dat de ammoniak op Nederlandse bodem afkomstig is van de landbouw.” Niet alleen het rekenmodel maar ook de metingen in de natuurgebieden deugen, stelt Van Pul.