Overheid schoot ernstig tekort in de zaak-Humeyra

Moord Uit onderzoek blijkt dat het OM, de politie, reclassering en hulpinstanties onvoldoende de „stelselmatigheid” van de misdragingen vastlegden.

December vorig jaar schoot Bekir E. zijn ex-vriendin dood in de fietsenstalling van haar school in Rotterdam.
December vorig jaar schoot Bekir E. zijn ex-vriendin dood in de fietsenstalling van haar school in Rotterdam. Robin Utrecht

Het Openbaar Ministerie, de politie, de reclassering en hulpinstanties schoten ernstig tekort toen de 16-jarige Humeyra uit Rotterdam hun hulp inriep. Ze werd maandenlang ernstig bedreigd en gestalkt door haar ex-vriend Bekir E. (32). Vorig jaar december schoot hij haar dood in de fietsenstalling van haar school.

Dat blijkt uit onderzoek van de Inspectie Justitie en Veiligheid dat woensdagmiddag werd gepubliceerd.

Het OM, de politie, Veilig Thuis en het Veiligheidshuis kregen van Humeyra verschillende hulpverzoeken omdat ze werd gestalkt door Bekir, maar zij legden die signalen niet naast elkaar. Daardoor werd de ernst van de situatie niet goed duidelijk.

Stelselmatigheid

Bij de politie wordt de „stelselmatigheid” van de misdragingen niet vastgelegd, schrijft de Inspectie, waardoor het gevaar voor Humeyra kon worden onderschat. Daarnaast had niemand binnen de politie in deze zaak de regie. Ook binnen het OM is voor Humeyra geen specifiek aanspreekpunt bij wie ze terecht kan met vragen over de rechtszaak en aangiften tegen E., schrijft de Inspectie.

De Inspectie adviseert in de toekomst de veiligheid van de betrokkene altijd voorop te stellen en beter samen te werken. Dat kan als er gewerkt wordt volgens protocollen die reeds zijn opgesteld, waardoor duidelijk is wat ieders taak is.

Minister Grapperhaus (Justitie, CDA) heeft het rapport woensdag naar de Tweede Kamer gestuurd. Hij onderschrijft de conclusie en aanbevelingen van de Inspectie. „Alle betrokken partijen moeten van deze zaak leren. Dat zijn wij aan Humeyra, haar nabestaanden en de samenleving verplicht.”