Jetten brengt D66 rust, nog geen verhaal

Rob Jetten Een jaar is hij nu fractievoorzitter van D66. Maar als Rob Jetten de nieuwe partijleider wil worden, moet hij meer laten zien.

Rob Jetten een jaar geleden bij zijn aantreden als fractievoorzitter.
Rob Jetten een jaar geleden bij zijn aantreden als fractievoorzitter. Foto Remko de Waal/ANP

Rob Jetten vierde zijn eenjarige fractievoorzitterschap deze woensdag met een paginagrote advertentie: zijn foto in drie landelijke kranten van de Persgroep. In een bijbehorend filmpje zegt Rob Jetten dat hij twee maanden nadat hij was begonnen, werd aangesproken door een jongen „van amper twaalf jaar” in de tram. Die vertelde dat zijn ouders ruzie over Jetten hadden gemaakt – over een video waarin de D66’er zich uitsprak vóór de roetveegpiet. Dat moment deed Jetten beseffen, zegt hij in het filmpje, dat hij de vragen moet beantwoorden waar mensen het „aan de keukentafel” over hebben. Politiek, zegt hij, gaat „over de grote vragen stellen en durven beantwoorden. Vooruitkijken. De toekomst verbeelden”.

Het filmpje komt gelikt over, op de achtergrond hoor je bijna heroïsch klinkende muziek. Jetten, zo lijkt het, presenteert zo niet alleen een partij voor de toekomst, maar ook een partijleider van de toekomst.

De ‘Robot Jetten’, de bijnaam die hij kreeg op zijn eerste dag omdat hij steeds hetzelfde antwoord gaf aan journalisten, is weg. Jetten groeide het afgelopen jaar in zijn rol. Hij is nog altijd opvallend ‘boodschapvast’, maar herhaalt zichzelf niet meer letterlijk en oogt meer ontspannen.

Dat is de vorm. Maar waar zijn de ideeën van de jongste fractievoorzitter op het Binnenhof, die overweegt om partijleider te worden?

In maart 2019, hij is dan vijf maanden fractievoorzitter, spreekt Jetten de Kerdijklezing uit. Die werd eerder gehouden door politici als zijn voorganger Alexander Pechtold, en Mark Rutte (VVD). Rond Jetten klinkt: dit is hét moment waarop hij zijn verhaal zal vertellen. Zijn toespraak gaat over kansengelijkheid tussen mensen met zekerheid en zonder zekerheid, tussen autochtoon en allochtoon.

In die lezing laat Jetten zien welke kant hij op wil met de partij: socialer, wat linkser. Maar nieuwe, eigen ideeën? Wat in de buurt komt is de „nieuwe Nederlandse school: met sportvelden, theaters, muziekhallen, studieruimtes mét begeleiding en een gezonde maaltijd voor wie dat thuis niet krijgt”. Maar over dat idee heeft hij sinds maart niks meer gezegd.

Herbronnen

Wil Jetten zich écht kandidaat stellen voor het lijsttrekkerschap van zijn partij, dan zal de D66-achterban van hem verwachten dat hij verder denkt dan de anderhalf jaar die hem nog rest als fractievoorzitter. De fractievoorzitters van de andere drie coalitiepartijen bezoeken zaaltjes, laten werkgroepen nadenken over een hernieuwd verhaal. Jetten doet dat niet.

Als NRC voor het zomerreces een artikel publiceert over fractievoorzitters op zoek naar hun eigen verhaal – Gert-Jan Segers (ChristenUnie) in Huiskamergesprekken, Klaas Dijkhoff (VVD) in gesprek over het discussiestuk ‘Liberalisme dat werkt voor mensen’ dat hij schreef – zegt Jetten dat hij dat óók gaat doen. Dat voornemen belandt in de publiciteit.

Maar na het zomerreces blijkt dat hij dat niet zal doen. De commissie die verantwoordelijk is voor het verkiezingsprogramma organiseert avonden door het hele land waarop met D66’ers nagedacht wordt over het nieuwe programma. Jetten is daar niet bij, hij zal volgens zijn woordvoerder „sporadisch” en „als het uitkomt na een werkbezoek” een afdeling bezoeken.

Lees ook het profiel dat NRC van Rob Jetten maakte, vlak nadat hij aantrad als fractievoorzitter

Wat voor Jetten vooral lijkt te tellen is het beeld. Dat moet kloppen. Hij krijgt vaak de vraag wat er veranderd is nu hij fractievoorzitter is. Dan begint hij steevast over de constante media-aandacht. In het televieprogramma Tims tent maar dan in een bungalow met sterren zegt Jetten: „Sinds ik fractievoorzitter ben, zijn media mega op mij gefocust. Als fractievoorzitter wordt er 24 uur per dag op je gelet.”

Jetten is, anders dan andere fractievoorzitters van de coalitie, altijd omringd door voorlichters. Die zijn bij een achtergrondgesprek. Die bellen terug als je Jetten appt. Die verzamelen zich om hem heen als hij wordt aangesproken door een journalist op het partijcongres. Dat was aan het begin zo, dat is zo gebleven.

In zijn fractie wordt vooral de kalmte van Jetten gewaardeerd. Kamerleden vinden de sfeer in vergaderingen meer ontspannen, zeggen ze, ze worden gehoord. Dat was anders onder Pechtold. Die stond bekend als theatraal en overheersend. Ook in de coalitie noemen ze Jetten een „verademing”. Maar dat zal niet alleen liggen aan de rust die hij uitstraalt en zijn welwillende houding – Jetten wordt door andere partijen niet gezien als electorale bedreiging.

Geen goed visitekaartje

D66 houdt volgend jaar een lijsttrekkersverkiezing. Of Jetten meedoet, is niet zeker. Electoraal gaat het onder zijn leiding nog niet goed. In zijn eerste jaar leed D66 twee verkiezingsnederlagen. In het Europees Parlement halveerde de partij, D66 ging van 4 naar 2 zetels. En in de provincies zakte de partij van een totaal van 67 zetels naar 41 zetels, wat ertoe leidde dat de partij in de Eerste Kamer van 10 naar 7 zetels ging.

Ook voor de landelijke verkiezingen, die gepland staan voor 2021, ziet het er nog niet goed uit. Nu heeft D66 19 zetels in de Tweede Kamer, in de peilingen zouden er 10 tot 14 overblijven, net zoveel als toen Jetten aantrad.

Bij zijn keuze om zich al dan niet kandidaat te stellen voor het partijleiderschap zal Jetten zeker ook kijken naar zijn tegenkandidaten. Ministers Sigrid Kaag en Kajsa Ollongren ambiëren die hoogste positie misschien ook. Het partijbestuur wil het de bewindspersonen alvast wat makkelijker maken: op het najaarscongres wordt een aanpassing van het Huishoudelijk Reglement voorgelegd aan de leden, waardoor kandidaat-partijleiders langer de tijd hebben om zich te melden. Dat is gunstig voor bewindspersonen, omdat zij dan pas ná de zomer van 2020 – en dus dichter op de verkiezingscampagne – een interne campagne hoeven voeren. Tot die tijd is het aan Rob Jetten.