Opinie

Frans Pointl, lastig én lief

Frits Abrahams

De kip die over de soep vloog – een boektitel die beroemder is gebleven dan de naam van de schrijver: Frans Pointl. Het boek verscheen in 1989 en werd een bestseller, Pointl stierf in 2015 op 82-jarige leeftijd. Hij was als schrijver niet compleet vergeten, maar wel op de achtergrond geraakt.

Vorige week verscheen zijn biografie: De schrijver die over de soep vloog, geschreven door David de Poel. Ik mocht bij de presentatie het eerste exemplaar in ontvangst nemen, een eer die ik niet helemaal verdiend had omdat ik maar een bescheiden rol in Pointls leven heb gespeeld.

Ik las De kip die over de soep vloog pas toen het al een half jaar verschenen was. Ik vond het, evenals enkele recensenten, een opmerkelijk goed boek en besloot Pointl te interviewen voor het kerstnummer van 1989 van NRC Handelsblad. Zijn uitgever en ontdekker, Vic van de Reijt, tevens de bedenker van de markante titel, had mij verzekerd dat ik niet teleurgesteld zou worden.

Pointl bleek inderdaad een zonderlinge, interessante man die mij voorkomend ontving in zijn sombere etagewoning aan de Balistraat in Amsterdam-Oost. Dit was zijn eerste interview. Hij vertelde ontwapenend nuchter, zonder enige koketterie, over zijn nogal treurige leven: zijn gelukkige jeugd in Heemstede totdat zijn ouders in 1938 scheidden, het moeizame samenleven met een dominante, overbeschermende moeder, die getraumatiseerd was door het verlies van haar Joodse familieleden in de oorlog, zijn overwegend eenzame leven na haar dood.

Kortom, de bittere thema’s van zijn boek, dat na dit interview beter begon te lopen. Maar het werd pas een bestseller toen Adriaan van Dis hem drie maanden later interviewde in zijn boekenprogramma bij de VPRO-tv. Met zijn pretentieloze houding en laconieke humor maakte Pointl kennelijk op een groot publiek dezelfde indruk als hij op mij gedaan had.

Wat dreef deze man en hoe liep het met hem af, als mens en als schrijver, toen het grote succes voorbij was? De Poel beschrijft het overtuigend in zijn biografie. Hij was een persoonlijke vriend van de schrijver geworden en heeft hem tot op zijn sterfbed begeleid, wat resulteert in de aangrijpendste pagina’s die ik over het einde van een schrijver heb gelezen.

„De arts sloot de eerste spuit aan. ‘Wil je dat iemand je hand vasthoudt?’ vroeg de hoofdverpleegster. ‘Nee hoor, dat hoeft niet’, zei Frans. Hij aarzelde even en vervolgde: ‘Het hoeft niet, maar het mag wel.’”

Toch spaart De Poel hem niet, hij laat ook de zwakke kanten van Pointl zien: zijn egocentrisme, zijn botheid, zijn grillen. Hij was voor De Poel een lastige, maar ook lieve, gevoelige vriend.

Pointl wilde pas publicatie van de biografie na zijn dood omdat hij zich schaamde voor sommige passages. Welke? Bij de presentatie vertelde De Poel er iets over. Pointl hield zijn homoseksuele kant liever geheim en hij had veel spijt dat hij zijn moeder uit pure onmacht weleens geslagen had. Ook had hij een nog niet zo oude kat laten inslapen omdat hij hem niet kon meenemen naar het buitenland – een bizarre daad voor iemand die zo’n groot kattenvriend was.

Bij het lezen van de biografie moest ik vaak denken aan de kop die ik destijds boven mijn interview zette: „Ik was liever een gelukkig mens geweest die niet schreef.”