‘Er valt eigenlijk niet tegenop te beheren’

Sallandse Heuvelrug Voor boswachter Jos Schouten betekent het stikstofbeleid „eindelijk eens goed nieuws” voor ‘zijn’ Sallandse Heuvelrug.

De heide op de Sallandse Heuvelrug, die afgelopen zomer tegen ieders verwachting ineens volop in bloei stond.
De heide op de Sallandse Heuvelrug, die afgelopen zomer tegen ieders verwachting ineens volop in bloei stond. Foto Eric Brinkhorst

Boswachter Jos Schouten (48) is een man met haast. Hij praat snel, want hij heeft veel te vertellen. Hij loopt snel, want er valt veel te beheren. En hij kijkt snel. Zelfs al slaat er honderden meters verderop een boomvalk of buizerd zijn vleugels uit, hem ontgaat niets. „Ik vergeet weleens te genieten, ja”, zegt hij verontschuldigend, terwijl hij zijn busje over de heide stuurt. „Dan zie ik al die wandelaars die hier komen voor hun rust en dan denk ik: je moest eens weten.”

Je moest eens weten, wil hij maar zeggen, wat een klus dat is, natuurbeheer in tijden waarin die natuur van alle kanten onder vuur ligt. „Er valt eigenlijk niet tegenop te beheren.”

De krachten waartegen hij strijdt, beheersen elke dag de kolommen van de kranten. Daarom laat hij graag eens zien wat de prehistorische heide – groeiend tussen millennia oude grafheuvels en akkerveldjes – over het wereldnieuws van nu te vertellen heeft.

Boswachter Jos Schouten op de heide van de Sallandse Heuvelrug.

Foto Eric Brinkhorst

„Wat je hier nu ziet”, steekt hij van wal, „zijn eilanden van natuur in een landschap gedomineerd door landbouw. Tot 100, 150 jaar geleden was dat precies andersom. Toen was hier overal heide. Het werd vooral gebruikt om schapen op te laten grazen die vervolgens in de schaapskooi hun darmen leeg poepten. De heide leverde mest op. Een perfect voorbeeld van kringlooplandbouw”.

De kringloop raakte verstoord toen de heide in de 19de eeuw moest wijken voor grootschalige bosbouw. „Dennenhout, waarmee de mijnen konden worden gestut.”

Lees ook: Stikstof-advies: veehouderij saneren en snelheid bij natuurgebieden omlaag

Heide, insecten, vogels

Vereniging Natuurmonumenten zamelde begin jaren 80 van de vorige eeuw met haar leden geld in om het gebied – de Sprengenberg, het hart van de Sallandse Heuvelrug tussen Nijverdal en Holten – te kopen, en bracht de heide zoveel mogelijk terug. Inmiddels bestaat zo’n 1.300 van de ruim 5.000 hectare weer uit heide. Met de heide kwamen de insecten. Met de insecten tal van vogels. En met de vogels de dieren die dáár weer op jagen.

Maar zo rond de eeuwwisseling kwam de klad erin. „Vierduizend jaar geleden begonnen we hier met het ontginnen van de grond. Dat deden we net zoals die boeren in Brazilië nu, door grote stukken bos plat te branden. Maar toen ons land helemaal ontgonnen was, gingen we dat elders op de aarde doen. Bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, waar ze grondstoffen voor óns vee verbouwen. Dat komt nu in Rotterdam onze haven binnen. En daar begint ons stikstofprobleem. Dat hebben we voor een deel geïmporteerd.”

Schouten wil de Braziliaanse boeren de vooruitgang niet ontzeggen, „maar laat de grondstoffen uit die bodem daar ten goede komen van mensen dáár. Dan blijft het in de kringloop”. Als hij de gevolgen op een rijtje zet, klinkt hij teleurgesteld. „Toen ik hier begon, in 2001, hadden we nog één paartje wulp en twee paartjes tapuit. Die zijn onder mijn verantwoordelijkheid verdwenen. Dat voelt als een enorme nederlaag.”

Stikstof vind je in de grond

Had de natuurwaarde van ‘zijn’ gebied met ander beleid kunnen worden behouden? Wellicht. Maar „heel veel van wat we nu weten, wisten we simpelweg nog niet toen we hier begonnen te beheren. Natuurbeheer is een jonge wetenschap. En hoe meer we leren, hoe meer we ontdekken hoe slecht al die stikstofdeposities eigenlijk zijn.”

Om te begrijpen wat stikstof eigenlijk doet, moet je niet naar de lucht, maar naar de grond kijken. Schouten pakt hele plakkaten mos vast dat als een tapijt tussen de heidestruiken lijkt neergelegd. „Kijk, dat mos zou hier eigenlijk niet moeten zijn. Maar door regen komt de stikstof in de bodem terecht. Het zuur in dat water, de H+-ionen, gaat in de bodem allerlei scheikundige processen aan, met andere stoffen die in de bodem vastzitten. Zo wordt de symbiose verstoord tussen planten en allerlei schimmels, bacteriën en ander bodemleven. In één theelepeltje gezonde bodem zitten meer organismen dan dat er mensen op aarde zijn. Maar uit monsters van de bovenste 60 centimeter grond hier blijkt dat de grond tegenwoordig nagenoeg dood en leeg is.”

Luister ook naar deze podcast: Nederland heeft een groot, onzichtbaar probleem: stikstof

Toch zijn er zo nu en dan ook zaken die „deze depressieve boswachter” hoop geven. De heide stond tegen ieders verwachting ineens volop in bloei deze zomer. „Twee onverwachts regenachtige dagen in juni maakten de droogte in het voorjaar goed, anders kan ik het ook niet verklaren. En de natuur is tóch weer veerkrachtiger dan je denkt.”

Foto Eric Brinkhorst
Foto Eric Brinkhorst
Foto Eric Brinkhorst

Eindelijk eens goed nieuws

Niettemin is haast geboden, aldus de boswachter. Het stikstofadvies van Remkes en de aangekondigde kabinetsmaatregelen stemmen hem hoopvol. „Eindelijk eens goed nieuws.” Ook de boeren zijn aan zet, meent Schouten. „Maar ik wil af van de valse tegenstelling tussen natuur en landbouw. Boeren ondervinden net als de natuur de gevolgen van onze levensstijl. In die zin zijn ze verbonden.”

Hij wijst op de schaapskudde die als haar medenatuurbeheerders de heide afgrazen en met hun ontlasting de akkers in de omgeving bemesten. „We moeten weer terug naar de kringlooplandbouw van toen. En daar moeten wij consumenten de boeren bij helpen.”

Zelf leert Schouten van zijn dochter. „Het zijn volgens mij steeds vaker onze tienerdochters die ons de weg wijzen. Zij wilde van de ene op de andere dag geen vlees eten. Nu zijn we allemaal gaan minderen. Ik stond gisteren nog een heerlijke pompoenstoofschotel klaar te maken. Je leert op een nieuwe manier eten!”