Met groep 8 kijken naar nazi-design: ‘Die man is boos en wil ons bang maken’

Design van het Derde Rijk Waarom is een hakenkruisvlag rood, en kan een kale man blond zijn? Kinderen van groep 8 bezoeken de tentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’.

Groep 8 van bassisschool ‘t Talent in Schijndel bezoekt de expositie van het Design van de Derde Rijk in het Design Museum.
Groep 8 van bassisschool ‘t Talent in Schijndel bezoekt de expositie van het Design van de Derde Rijk in het Design Museum. Foto Merlin Daleman

Wat is design volgens jullie? vraagt Sabina Timmermans (34) aan 14 kinderen uit groep 8 van basisschool ’t Talent uit Schijndel. Er worden verschillende dingen geroepen: potloden, bomen („heb je wel eens de wortels gezien, dat is echt design”) en kleren. Roy (12) heeft het verlossende woord: „Design dat is behang.” Daar is iedereen het mee eens.

Even daarvoor is de klas uit Schijndel in een kring gaan zitten ter voorbereiding op het bezoek aan de tentoonstelling ‘Design van het Derde Rijk’, in het Design Museum Den Bosch. Na de definitie van design vraagt Timmermans aan de kinderen wat ze van de Tweede Wereldoorlog, Adolf Hitler en het Derde Rijk weten. Dat is behoorlijk wat: al enkele weken is hun leraar Christian van den Bosch (51) met ze bezig geweest, waarbij vooral de vraag hoe het kon dat zoveel mensen achter één man aanliepen de kinderen bezig had gehouden.

Dit is de eerste basisschool die de tentoonstelling over nazi’s en design bezoekt, voor hen is een educatief pakket gemaakt onder de noemer ‘Wij en zij’. Middelbare scholen en studentengroepen zijn al eerder geweest, en die krijgen als invalshoek ‘Schuldig design’ gepresenteerd. Negatieve reacties zijn er nog niet gekomen, integendeel: docenten en studenten zijn enthousiast.

Lees ook: Genadeloos wordt duidelijk dat design het kwaad kan dienen

Vooraf was dat wel anders: in het weekend van de opening waren er demonstraties gepland, extra suppoosten waren er om incidenten te voorkomen. „We zijn hier geen mensen tegengekomen die door de zaal paraderen of selfies maken”, vertelt Tomas van den Heuvel (23), de conservator van de tentoonstelling.

Hij denkt dat de ophef vooral was ontstaan omdat het Design Museum in de eerste plaats een kunstmuseum is, zodat velen vreesden dat het accent zou komen te liggen op de esthetische kant van het design van de Derde Rijk. „Doordat er zoveel reacties kwamen, zijn we gaan benadrukken dat het ons te doen was om de consequenties die design kan hebben wanneer je het als middel inzet om een wereld vorm te geven. Dat is ook wat we benadrukken in de lespakketten.”

Boze man

Wanneer de kinderen uit Schijndel hun eerste vragen hebben kunnen stellen („waarom is een vlag met een hakenkruis rood?”) wandelt Timmermans met de kinderen de tentoonstelling in om stil te staan bij een verkiezingsposter uit 1932. Schluss jetzt. Wählt Hitler staat erop, terwijl een man zijn ketenen verbreekt. „Schrijf vijf dingen op die je ziet”, zegt Timmermans. Hij is boos, dat zien ze allemaal. „Met de poster willen ze mensen bang maken”, vindt Bo. Anderen zien er een gevangen man in en wederom valt op hoeveel rood er wordt gebruikt.

De tocht wordt voortgezet naar een schilderij van een boerengezin: vader, moeder en vier kinderen zitten opgewekt rondom de keukentafel. Behalve de vraag wat ze aan dit schilderij opvalt, wil Timmermans ook weten of ze zich erin herkennen. Christian herkent zich er wel een beetje in: „Die baby dat is mijn broer!” Zijn klasgenootje ziet heel andere dingen. „Bij mij thuis is iedereen veel ouder, dus ik ben meestal alleen.” Ryan snapt ondertussen niet waarom dit schilderij nou past bij nazi-design: „De vader is niet blond, die is kaal.” Simone wijst hem terecht: „Niet iedereen kan blond zijn.”

Dat was wel het ideaal, legt Timmermans uit terwijl ze doorloopt naar schoolplaten over de rassenleer. De kinderen krijgen te zien hoe kinderen uit die tijd leerden dat een mengeling kon leiden tot een ‘verkeerde mix’, alsof je een maïskolf probeert te kruisen met een rode biet. Of de kinderen het zouden geloven wanneer ze dat zouden leren? „Ja”, denkt Simone, „als de leraar dat vertelt op school dan zal dat toch wel zo zijn”. Wanneer Timmermans vraagt of er ook kinderen in de klas zitten die niet alles geloven wat de meester zegt, gaan er aarzelend twee vingers omhoog.

Erger toch?

Nadat nog enkele foto’s, vlaggen met hakenkruisen en een stukje film van Leni Riefenstahl over de Olympische Spelen van 1936 zijn getoond, is het tijd. De concentratiekampen zijn even aan de orde gekomen, maar al de verschillende symbolen zijn al ingewikkeld genoeg. „Het waren allemaal vormen van uitsluiting”, vertelt Timmermans, om te vervolgen dat Joden in een getto werden gestopt. „Erger toch?,” vraagt Aniso. „Ze werden toch vermoord in kampen?” Ja, beaamt Timmermans, ze werden later weggevoerd naar kampen. Daar laat ze het voorlopig bij.

Dat de Jodenvernietiging niet aan bod kwam, is een bewuste keuze, vertelt Van den Heuvel. Timmermans was nu al anderhalf uur bezig met alles uit te leggen wat er gebeurde in de aanloop naar de Holocaust toe. De vernietiging mogen de ouders en de begeleiders voor hun rekening nemen.

Voor de klas uit Schijndel komt dat wel goed. Meester Van den Bosch: „Het wordt een zware dag voor ze, we gaan nu door naar kamp Vught, zodat ze zien wat de gevolgen zijn geweest.”