De vrolijke ska van Desorden Público is sarcastisch protest tegen Maduro

Interview De band Desorden Público uit Venezuela deinst niet terug voor kritiek op president Maduro. Vrijdag speelt de band in Amsterdam. Leadzanger Horacio Blanco: „De Venezolaanse regering kan ons zo vastzetten als ze dat wil.”

Bandleden van Desorden Público: José Luis Chacín, Horacio Blanco, Óscar Alcaíno, Danel Sarmiento
Bandleden van Desorden Público: José Luis Chacín, Horacio Blanco, Óscar Alcaíno, Danel Sarmiento Foto Betania Ibarra

„Als ze ons blijven beroven, laat ze dan tenminste zorgen voor nieuwe dieven.” Die regel komt uit het lied ‘Todo Está Muy Normal’ (‘Er is niets aan de hand’) van de Venezolaanse ska-band Desorden Público. Het lied uit 2015, een sarcastisch protest tegen corruptie binnen het Maduro-regime, illustreert volgens leadzanger Horacio Blanco (51) waar zijn band al meer dan dertig jaar voor staat. „Wij maken vrolijke muziek over de complexe realiteit van Venezuela. Kritisch, maar met humor.” De frontman van Desorden Público belt vanuit Montreal. De band is op wereldtournee en speelt vrijdag in Amsterdam.

Desorden Público, Spaans voor ‘openbare wanorde’, ontstond in 1985 uit een gedeelde liefde voor Britse groepen die gebruik maakten van het Jamaicaanse ska-ritme: vergelijkbaar met reggae, maar dan sneller. Madness natuurlijk, maar vooral The Specials. Blanco: „Zij waren rebels en maatschappijkritisch. Wij vonden het briljant. Er bestond nog geen enkele ska-band in ons land, dus besloten wij het genre naar Venezuela te halen.”

Censuur

Is het gevaarlijk om protestmuziek te maken in een land waarin kritische journalisten worden gearresteerd en waar volgens de persvrijheidsindex van Reporters Without Borders strenge overheidscontrole op media plaatsvindt? „Het is potentieel gevaarlijk wat wij doen, ja”, zegt Blanco. „Misschien helpt het dat we al dertig jaar populair zijn in Venezuela, maar de regering kan ons zo vastzetten als ze dat wil.”

De band heeft altijd met censuur te maken gehad, zegt Blanco. Optredens geven mag en hun albums mogen verkocht worden, maar radiostations draaien geen nummers waarin directe kritiek op de regering voorkomt, zegt Blanco. De zanger noemt als voorbeeld van een geweigerd nummer het lied El Poder Emborracha (‘macht maakt dronken’) uit 2011, over corruptie binnen het regime van Maduro’s voorganger Hugo Chávez.

„Nadat we het nummer hadden opgestuurd naar radiostations in Caracas, kregen we van meerdere dj’s te horen: ‘Geweldig lied, maar we durven het niet te draaien.’ Ze waren bang om uit de lucht gehaald te worden. Dat is een reële angst, kijk maar naar alle journalisten die gevangen zijn genomen. Er is censuur en er heerst angst, maar wij gaan ons niet aanpassen. Fans kunnen onze muziek luisteren op internet.”

Vijfentwintig jaar geleden bracht Desorden Público hun eerste gouden plaat uit: Canto popular de la vida y muerte (‘Volksmuziek over het leven en de dood’). „Die plaat bracht ons voor de eerste keer naar Colombia, Mexico en Europa. Het is de ruggengraat van ons live-repertoire. Nog steeds vragen mensen die liedjes aan tijdens concerten. Daarom hebben we van een paar nummers nieuwe versies opgenomen.” De thema’s van het album, zoals racisme (‘Tiemble’), en het Venezolaanse oliebeleid (‘Tetero de petróleo’) zijn nog steeds relevant, vindt Blanco.

Hoe zijn de werkomstandigheden voor muzikanten nu, vergeleken met 25 jaar geleden? Blanco: „Slecht. Dit jaar hebben we drie optredens in Venezuela gegeven, veel minder dan vroeger. Door de economische crisis in het land hebben de meeste mensen geen geld meer voor concerten. Voor ons inkomen zijn we net als andere Venezolaanse artiesten afhankelijk van buitenlandse optredens.”

Het is logisch dat de band uitwijkt naar het buitenland, vindt Blanco, aangezien meer dan vier miljoen van zijn landgenoten zijn weggevlucht uit Venezuela. Hij schreef er in 2016 het lied ‘Los Que Se Quedan, Los Que Se Van’ (‘Zij die blijven, zij die weggaan’) over. „Waar ter wereld we ook spelen, er zijn altijd wel een paar Venezolanen bij.”

De bandleden zelf wonen officieel nog in Venezuela, zegt Blanco. „We werken zes tot negen maanden per jaar in het buitenland, maar we komen altijd terug. Dat is tot nu toe altijd mogelijk geweest en we hopen dat het zo blijft.”

Rond de Kerst keert Desorden Público terug naar de thuisbasis Caracas om nieuwe muziek te schrijven, zegt Blanco. Waar de nieuwe liedjes over zullen gaan, kan hij nog niet zeggen. „Overal ter wereld is nu aandacht voor de problemen in Venezuela. Veel regeringen van landen delen onze mening dat het huidige regime moet vertrekken. We zijn als band blij met de buitenlandse steun, want Maduro zal niet snel uit zichzelf opstappen. We zullen zien wat er gebeurt. De onrust is een onuitputtelijke inspiratiebron.”

Desorden Público speelt op vrijdag 11 oktober in Q-Factory, Amsterdam. Inl: q-factory-amsterdam.nl/