De jongen met het achtbaanbestaan

Zap Michiel van Erp doet met De wereld aan je voeten (VPRO) een gooi naar een laaglandse versie van de legendarische Engelse reeks 7UP.

De achttienjarige Mitch in De wereld aan je voeten.
De achttienjarige Mitch in De wereld aan je voeten. Beeld VPRO

Wat kunnen ze zwijgen, die jongens in de puberteit! Zoals Aron, die eigenlijk binnen vijf minuten de deur uit moet, maar woordeloos het ei in zijn roti heen en weer wiebelt. Of Tanay, die wordt gevraagd naar de scheiding van zijn ouders en die met een paar eenwoordzinnen duidelijk maakt hoezeer hij zijn naar Turkije vertrokken vader mist. En dan zwijgend wacht tot de camera weer uitgaat.

Aron en Tanay zijn twee van de zeven achttienjarigen die dinsdag te zien waren in Michiel van Erps De wereld aan je voeten (VPRO), een gooi naar een laaglandse versie van de legendarische Engelse reeks 7UP. Van Erp volgde vanaf 2011 een groep in 2000 geboren Utrechtse kinderen. Aanvankelijk heel intensief voor de reeks De tijd van je leven, maar veel van de kinderen kregen genoeg van het publieke bestaan. De uitzendingen stopten, maar Van Erp bleef filmen.

Dingen veranderen met de jaren, zo blijkt. We zien Aron bokkend op vakantie met zijn ouders in Suriname. Hij weigert in een berm te lopen waar het gras aan zijn benen kriebelt. Hij klaagt over een menu vol kip. Een paar jaar later roept hij de vakantie in herinnering. Geweldig was het. Het voelde als thuiskomen. Na zijn examen gaat hij weer.

In het ene puberleven gebeurt veel meer dan in het andere. Bij de stratenmakerszoon Mitch lijkt er elk jaar wel een grote gebeurtenis te zijn: hij heeft een nieuwe vriendin, een nieuwe tatoeage, een nieuwe school, weer een nieuwe vriendin, een nieuwe stiefmoeder, een nieuw huis, zijn vorige vriendin. Hij is het speciale soort jongen met een achtbaanbestaan waarin altijd dingen misgaan, maar waarvan je je niet kunt voorstellen dat het ooit écht misgaat. Nu maakt hij straten, zij aan zij met zijn vader.

Veel stabieler is de omgeving van de voorzichtige Nora die, opgegroeid in een eenoudergezin, zelfs niet uit haar evenwicht schijnt te raken als haar moeder plots een dominee uit Zwolle aan de haak heeft geslagen. De openhartige Luka heeft het hoofdzakelijk over drank, uitgaan en de liefde. Wat was nu ook alweer lekker? Fanta met whisky of Fanta met wodka? Ook voor hoogleraarsdochter Hannah lijken grote rimpelingen te ontbreken – al gaat zij op haar vijftiende ineens een jaar naar een kostschool in Engeland. Daar had Van Erp best wat dieper in mogen graven.

Hij lijkt soms een beetje langs de kinderen te scheren, alsof hij te snel heeft besloten wat hun verhaal is. Soms is dat verhaal evident, zoals bij Tanay, die aan het eind van zijn opleiding tot profvoetballer bij FC Utrecht, plotseling werd getroffen door een bacterie bij zijn hartklep. Drie operaties waren nodig. Hij wil het er niet over hebben en als zijn moeder in zijn bijzijn het verhaal vertelt, vreet hij zich op van ergernis. Daarna grijpt hij in: „Jij weet niet wat ik voel.” Een pijnlijke zin die je meteen aan de afwezige vader doet denken.

Sardan is de meest mysterieuze van het stel. Rond zijn dertiende is hij, opgejaagd door complottheorieën, zo bezorgd over de toekomst van de planeet dat hij in de buurt van zijn huis gaat oefenen met het maken van schuilhutten. Later staan er zeker tien flessen water in zijn kamer, samen met een rugzak. Dat scheelt tijd aan de kraan als ze ineens weg moeten in „een survivalsituatie”.

Een jaar later is hij gekalmeerd. „Ik ben gaan gamen.” Bovendien wil hij politieagent worden, wat later het uitvloeisel blijkt van een huiselijk compromis. Zijn moeder, ooit punker, vertelt dat Sardan eigenlijk het leger in wilde, maar dat wilde zij absoluut niet: „Daarvoor heb ik geen zoon gebaard.” De politie kon nog net door de beugel. Inderdaad: je weet nooit waar het eindigt met zo’n kind.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.