Opinie

Bruiloft

Ellen Deckwitz

Onlangs ging mijn achterneef trouwen en terwijl de zaal volstroomde met pakken en door panty’s gematteerde benen zag ik ook dat menigeen al de tissues in de aanslag had. Gelukkig was ik dus niet de enige, op de doorsneetrouwerij snik ik toch makkelijk twee pakjes zakdoekjes vol. Toen het ‘Daar komt de bruid’ werd ingezet begon mijn onderlip al te wiebelen en de rest van de dienst kreeg ik niet helemaal mee omdat ik de schouder van mijn broer aan het ondersnotteren was. Na de plechtigheid wrong hij geërgerd zijn jasje uit.

„Was dat nou echt nodig?”, vroeg hij.

„Het is gewoon zo mooi, twee mensen die voor elkaar kiezen ondanks de huidige scheidingscijfers”, snikte ik.

„Oeh, zo had ik het nog niet bekeken. Ja, dan is het inderdaad heel erg dapper.”

„Maar dat is niet de enige reden dat je huilde”, zei achternicht J, die getuige was en de rijst uit de haren schudde, „ik had daar vanaf het altaar prima uitzicht over de hele zaal en weet je wie het hardst blèrden? Degenen die in scheiding lagen of net een gebroken hart hadden.”

Wow, ja. De grootste huilers op de huwelijken waar ik de afgelopen tijd was, waren inderdaad degenen die liefdesverdriet hadden. Tussen de stortvloed aan tranen door bleven ze maar benadrukken hoe ontzettend blij ze waren voor het gelukkige paar. Dat was tegelijkertijd altruïstisch, onwaar en verdrietig. Het is helemaal niet leuk om geslaagde liefde te zien wanneer je eigen hart in puin ligt. Als mijn zus hartezeer heeft probeert ze in de supermarkt stelletjes met haar winkelwagentje te rammen. Maar op een bruiloft slikt zelfs zij haar afgunst in. Echt lastig is dat niet, want je mag nog steeds vrijelijk janken, sterker nog: het lijkt een teken van betrokkenheid. Iedere traan die je op zo’n trouwerij wegpinkt wordt opgevat als een teken van je empathische kwaliteiten, dat je zo sterk in staat bent iemand anders iets te gunnen dat je er zelf helemaal emo door bent.

‘Terwijl”, vervolgde achternicht J, „op een bruiloft maar een miniem deel huilt uit blijdschap. Voor de rest is het gewoon huilen om zichzelf.”

„Net zoals dat bij een begrafenis de meesten om zichzelf treuren”, mompelde ik.

„Precies”, zei ze, „uitvaart, bruiloft, uiteindelijk is iedereen toch gewoon altijd met zichzelf bezig.”

Ik keek toe hoe de snotterende vrijgezellen zich verzamelden om het bruidsboeket op te vangen. Daar stonden ze, de afgewezenen, de bedrogenen, de bindingsangstigen, de weduwen en weduwnaars. Ineengekrompen om een droom. Gereed om bloemen op te vangen die al aan het verwelken zijn, in de hoop dat het ooit weer hun beurt zal zijn om de rest aan het huilen te maken.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.