‘Belast multinationals waar ze winst maken’

OESO-voorstel Niet alleen techreuzen, ook andere grote bedrijven moeten belasting betalen op de markten waar ze actief zijn, meent de OESO.

De Apple campus in Zuid-Ierland.
De Apple campus in Zuid-Ierland. Paul Faith / AFP

Het kan een grote doorbraak blijken in een langlopende discussie over een even ingewikkeld als politiek gevoelig thema: hoe zorg je ervoor dat multinationals genoeg belasting betalen? Woensdag presenteerde de OESO, de denktank van rijke landen, een voorstel om de discussie te beslechten. De OESO stelt voor om regeringen de macht te geven om grote buitenlandse bedrijven te belasten die in hun land actief zijn.

Nu betalen multinationals winstbelasting in het land waar ze gevestigd zijn, niet waar ze het meeste geld verdienen. Denk aan Apple, dat zijn Europese hoofdkantoor in Ierland heeft, maar vooral in grote EU-landen als Duitsland en Frankrijk inkomsten genereert. De Ierse vennootschapsbelasting is slechts 12,5 procent. Onder het door de OESO voorgestelde regime zou Apple overal winstbelasting betalen waar het actief is.

Het is een verreikend voorstel dat de bestaande praktijk van de vennootschapsbelasting op zijn kop kan zetten. Het gaat om niet minder dan een „nieuw recht om belasting te heffen”, staat in het OESO-document.

De tarieven voor vennootschapsbelasting zijn de laatste drie decennia wereldwijd fors gedaald. Dat leidt tot toenemende onvrede. Met name in Europa bestaat irritatie over Amerikaanse techreuzen die de dans ontspringen. De OESO heeft echter niet alleen digitale bedrijven als Apple, Facebook en Google in het vizier, maar alle multinationals die direct goederen of diensten leveren aan buitenlandse consumenten.

Lees ook: Winstbelasting wordt wereldzaak

De in Parijs gevestigde OESO stelt voor om bedrijven met een jaaromzet boven een bepaalde drempel – de OESO zelf suggereert 750 miljoen euro – aan te slaan in de markten waar ze actief zijn. Grondstoffenbedrijven en toeleveranciers zijn uitgezonderd.

Het voorstel is gebaseerd op taaie discussies waaraan ook niet-OESO-staten deelnemen. Naast OESO-lidstaten als de EU-landen, de VS en Japan doen ook bijvoorbeeld China en India mee. In totaal gaat het om 134 landen. Al die landen moeten nu een akkoord bereiken op basis van de OESO-compromistekst, waarin veel details nog niet zijn uitgewerkt. Open vragen zijn onder meer: moet er een minimum belastingtarief komen? Over welk deel van de buitenlandse winst moet belasting betaald worden? En: hoe voorkom je dat bedrijven dubbele belasting betalen? Want in het voorstel staat niet dat de huidige vennootschapsbelasting, gebaseerd op de plek van vestiging van een bedrijf, wordt afgeschaft. Begin januari moet er een principeakkoord liggen – een hele klus. Ministers van de G20-landen praten volgende week over de OESO-tekst.

Om het OESO-proces onder druk te zetten, voerden Frankrijk onlangs alvast een speciale belasting in op digitale diensten, tot irritatie van de VS. Beide landen kwamen daarna overeen om samen verder te werken binnen de OESO. De OESO komt de VS tegemoet door niet alleen digitale, maar alle bedrijven die direct verkopen aan consumenten onder de nieuwe regels te laten vallen. Dat zou betekenen dat Duitse autofabrikanten en Franse modebedrijven in de VS winstbelasting moeten gaan betalen. Voor die multinationals, en voor belastingparadijzen, kan het oppassen gaan worden.