‘Beckett relativeert de zinloosleid van het bestaan’

Interview Toont Eindspel van Beckett de apocalyps? Regisseur Erik Whien: „Beckett laat ons lachen om onze sterfelijkheid.”

René van ‘t Hof (links) en Hans Croiset als de blinde Hamm in Eindspel.
René van ‘t Hof (links) en Hans Croiset als de blinde Hamm in Eindspel. Foto Sanne Peper

‘Het mooiste aan Beckett is dat zijn werk licht en zwaar tegelijk is”, zegt regisseur Erik Whien. „Beckett schuwt de grote thema’s niet: eindigheid, zinloosheid, eenzaamheid. Terwijl de plotjes kinderlijk en naïef zijn. De situatie in Eindspel lijkt wel een scène uit Sesamstraat. Een blinde man in een stoel op wielen, met een manke bediende en in de hoek twee beenloze ouders in vuilnisbakken.”

Tien jaar geleden regisseerde Whien Wachten op Godot van Samuel Beckett bij Toneelgroep Oostpool. Nu neemt hij bij Theater Rotterdam Eindspel onder handen, een van Becketts schitterende, klassiek geworden teksten – voor het eerst opgevoerd in 1957. De handeling in Eindspel is even minimaal als bij Godot en de situatie lijkt net zo uitzichtloos. Maar de vier figuren bieden allerlei gelegenheid tot vaudeville en slapstick, aldus Whien.

De repetities vinden plaats in het theater van de groep bij de Witte de Withstraat in Rotterdam. Hans Croiset speelt de blinde Hamm, met donkere zonnebril. René van ’t Hof is Clov en Elsje de Wijn en Cas Enklaar zijn de ouders. Op een donderdag, twee weken voor de première op 11 oktober, oefent Enklaar een monoloog waarin hij zijn zoon vertelt dat zijn ouders hem als baby ‘ver weg’ zetten als hij huilde, opdat zij konden slapen. Hij klinkt te vriendelijk, zegt Whien. Als Enklaar daarop zijn zinnen op verbeten toon uitspuwt, krijgt hij bijval. „Dat is goed. Het is alsof je een kakkerlak uitdrukt met je tekst.”

De Wijn en Enklaar oefenen ook een scène. De man vraagt zijn vrouw: „Herinner jij je het ongeluk met de tandem, toen we onze uitsteeksels kwijtraakten?” Ze lachen er hartelijk om, maar bij elke volgende opmerking wordt die lach dunner. Whien wil dat verloop scherper. „Dit is het stuk in een nutshell. Het lachen vergaat je. Als de tijd met je geluk aan de haal gaat, blijft er niks van over.”

Na de repetitie vertelt Whien (van 1978) op het kantoor in het gebouw dat hij weinig heeft met de traditionele opvatting dat Eindspel de wereld na de Apocalyps toont. „Ik heb geen beeld bij het plot. De interpretatie dat we kijken naar de laatste mensen op aarde, die wachten op het einde, doodt mijn fantasie.”

In wat voor wereld bevinden we ons?

„Op het toneel. Nergens dus. Clov zegt dat hij niets ziet als hij uit het raam kijkt. Dat is op het toneel ook zo. Er is niks. De tekst suggereert dat alles spel is. Dat is een metafoor voor hoe we naar de realiteit en het leven kunnen kijken. Je kunt erin opgaan en het belang van wat je doet enorm uitvergroten. Maar af en toe kun je het werklicht aandoen om je af te vragen wat je aan het doen bent met je leven. Dat is hoe Beckett ons lijden aan de zinloosheid van het bestaan relativeert.

„De tekst kent geen logica. Logica is een gevangenis waar Beckett zich tegen verzet. Hij gaat steeds een andere kant op dan je verwacht. Hamm zegt: ‘We beginnen toch niet iets te betekenen?’ Dan zegt Clov: ‘Wij? Iets betekenen? Dat is een goeie.’ Dat is Samuel Beckett die laat weten: alles wat je erin ziet, is prima.”

Hoe kom je tot slapstick?

„De humor van Beckett lijkt op die van Monty Python. Absurdistische sketches waar toch een diepere gedachte over de betekenis van het leven onder zit. De dynamiek tussen Hans en René is grappig als Hans serieus speelt. De humor is donker, navrant. Beckett maakt ons aan het lachen om onze sterfelijkheid. Dat is de kern van het absurdisme.”

Kijken we naar een dag uit hun leven die zich elke dag op dezelfde manier voltrekt?

„Zeker. Dat is een metafoor voor theater. Want in het theater is er ook bij elke voorstelling opnieuw een nieuw nu.”

Is het ook de sleur van het leven?

„Het is de steen van Sisyphus. De zinloosheid van het omhoog rollen van de steen die terugrolt, is gekmakend. Bij Camus heb je een paar oplossingen: zelfmoord, het geloof of het absurdisme omarmen. Beckett kiest het laatste. Hamm zegt: ‘Het einde zit in het begin en toch ga je door.’ Dat vind ik mooi, omdat het treurig is en toch positief. We maken er wat van, we leven.”

Wat zijn dit voor mensen?

„In Hamm zien we de restanten van een monster, las ik ergens. Een oude landheer. Clov is zijn bediende. En zijn aangenomen zoon. Dat is een subplot. De dynamiek is die van een vader en zoon. Clov zegt dat hij weggaat, maar voor een zoon is het niet makkelijk om te vertrekken. Het is de oerdramaturgie van de meester en de knecht, van Bert en Ernie.”

Wat is de functie van de ouders?

„Zij symboliseren de herinnering aan betere tijden. En zij maken Hamm tot kind. Dat maakt Hamm kwetsbaar. Zoals ik net tegen Cas zei: ‘Haat hem, vervloek hem.’ Dat maakt hem menselijker. Anders is Hamm alleen maar dictator.”

Waarom nú ‘Eindspel’ opvoeren?

„Ik heb niet het idee: de wereld staat in brand, je kan geen Beckett spelen. Ik denk: de wereld staat in brand, we gaan Beckett spelen. Monsters als Hamm terroriseren de wereld, met hun ego, hun kinderlijkheid. Hamm is ook Erdogan, Trump, Johnson. Maar ik zal dat nooit letterlijk maken: geen Hamm met rode stropdas en gek haar. Dat beperkt de verbeelding.”