VS pakken Chinese techreuzen aan om mensenrechten

Handelsoorlog De VS plaatsen acht Chinese bedrijven, actief in surveillance-technologie, op een speciale sanctielijst vanwege mensenrechtenschendingen tegen Oeigoeren.

Camera’s voor toezicht die zijn gemaakt door Hikvision, een van de door de VS getroffen Chinese bedrijven.
Camera’s voor toezicht die zijn gemaakt door Hikvision, een van de door de VS getroffen Chinese bedrijven. Foto Qilai Shen/Bloomberg

Voor het eerst sinds vorig jaar de handelsoorlog uitbrak hebben de Verenigde Staten de mensenrechten in China aangegrepen om restricties op te leggen aan Chinese bedrijven. Maandag kondigde het ministerie van Economische Zaken aan dat het acht Chinese technologiereuzen op de zogeheten entiteitlijst zet, wat inhoudt dat hun Amerikaanse toeleveranciers voortaan een vergunning nodig hebben voor zij artikelen of diensten mogen verkopen.

Het gaat om bedrijven die surveillance-technologie ontwikkelen waarmee de Chinese overheid de Oeigoerse minderheid in de regio Xinjiang in het Han-Chinese gareel dwingt. De VS voegden ook twintig lokale Chinese overheidsinstanties toe aan de lijst. Volgens minister Wilbur Ross zullen de VS „de wrede onderdrukking van etnische minderheden in China niet toestaan”.

Dinsdag volgde een aankondiging van de Amerikaanse regering dat Chinese functionarissen die betrokken zijn bij de onderdrukking van Oeigoeren een inreisverbod krijgen. Onduidelijk is om hoeveel mensen het gaat.

Onder de bedrijven die aan de lijst zijn toegevoegd zijn Hikvision, Dahua, SenseTime en Megvii, stuk voor stuk miljardenbedrijven die hard- en software ontwikkelen voor onder andere gezichtsherkenning en stemherkenning. Hikvision bijvoorbeeld verkoopt wereldwijd (beveiligings)camera’s, onder meer aan Ajax, waar ze worden gebruikt voor de analyse van prestaties op het veld. Het bedrijf heeft een geschatte marktwaarde van 42 miljard dollar.

‘Groot ongenoegen’ in Beijing

In mei zette de regering-Trump het Chinese telecombedrijf Huawei op dezelfde lijst. De reden was dat Huawei volgens de VS voor de Chinese staat zou kunnen spioneren via zijn 5G-technologie en omdat het sancties tegen Iran zou hebben geschonden. Die ingreep trof toen ook grote Amerikaanse leveranciers van Huawei, zoals Google en chipmaker Intel.

De Amerikaans stap tegen de acht techbedrijven heeft tot „groot ongenoegen” geleid bij de Chinese regering, zei een woordvoerder in Beijing dinsdag. Dat is niet alleen omdat het om ondernemingen gaat waar China trots op is, ook omdat de maatregel – anders dan bij Huawei – een straf is voor Chinese binnenlandse politiek.

Het is dan ook de vraag of dit onderwerp buiten de handelsbesprekingen kan worden gehouden, die donderdag na maanden worden hervat. Een grote doorbraak werd toch al niet verwacht: eerder is de hoop dat de partijen kleine stappen zetten naar structurelere onderhandelingen.

Volgens de VS houdt de uitbreiding van de lijst geen verband met de handelsoorlog. Maar een constructieve opstelling om vastgelopen onderhandelingen vlot te trekken, is dit toch ook niet te noemen. Als de gesprekken slecht verlopen voeren de VS een eerder opgeschorte verhoging van de importheffingen op 250 miljard dollar aan Chinese waar alsnog door.

Ontkoppeling twee economieën

Huawei besloot deze zomer versneld een eigen besturingssysteem voor smartphones en andere ‘slimme’ apparaten te ontwikkelen, omdat het niet meer volledig afhankelijk wil zijn van Googles Android. Dit systeem, HarmonyOS, moet een optie worden om op terug te vallen als de VS de vergunningsaanvraag voor Android afwijzen. Vorige maand presenteerde Huawei nieuwe smartphones zonder Android-licentie.

Het is moeilijk in te schatten hoeveel schade de acht Chinese concerns zullen lijden. Als zij hun Amerikaanse leveranciers makkelijk kunnen vervangen, zal die beperkt blijven. Dat heeft dan wel weer tot gevolg dat de twee grootste economieën van de wereld steeds verder van elkaar losgekoppeld raken.

Dit artikel is geactualiseerd op woensdag 9 oktober 2019.

Lees ook China heeft de hoop op een snel handelsakkoord verloren